InterviewRabobank-topman

Rabo-topman: ‘Het ligt voor de hand dat je een verdere reductie van de veestapel zult zien’

De Rabobank financiert 85 procent van de Nederlandse veehouderij. Een sector die volgens deskundigen drastisch kleiner moet vanwege zijn aandeel in de klimaatopwarming en de stikstofcrisis. Gaat Rabo-directeur Wiebe Draijer daaraan meewerken? ‘Inkrimping van de veestapel is een botte, veel te generieke maatregel.’

Wiebe Draijer, bestuursvoorzitter van de Rabobank. Beeld Kiki Groot
Wiebe Draijer, bestuursvoorzitter van de Rabobank.Beeld Kiki Groot

Ergens halverwege het interview valt Wiebe Draijer stil. De bestuursvoorzitter van de Rabobank heeft net een vraag gekregen over het dumpen van overtollig poedermelk in Nigeria. Of zijn bank als een grootfinancier van de landbouw dit niet mede-mogelijk maakt. ‘Even zoeken hoe ik deze nu weer moet pareren’, zegt hij via de beeldverbinding.

Net als bij voorgaande vragen volgt een antwoord dat duidelijk maakt dat Draijer het niet eens is met de geschetste kwalijke rol van de Rabobank. ‘Ik herken deze bezwaren niet. In het buitenland krijgen we juist erkenning dat wij een aanjager zijn van verduurzaming. In Nederland krijgen we daar nog veel kritiek op.’

‘Growing a better world together’ is de slogan waarmee de Rabobank zich presenteert: samen op weg naar een betere wereld. Dit lijkt zich slecht te verhouden met de sectoren waar de Rabobank als een van de grootste landbouwbanken ter wereld haar geld in heeft gestoken: in Braziliaanse sojaproducenten, Amerikaanse vleesbedrijven en de intensieve veeteelt in Nederland.

85 procent van de Nederlandse veehouders leent bij de van oorsprong Boerenleenbank. Daarmee heeft de bank een miljardenaandeel in een bedrijfstak die de laatste tijd zwaar onder vuur ligt vanwege zijn aandeel in de klimaatopwarming en de stikstofcrisis.

Het heeft alles te maken met hoe de landbouw zich heeft ontwikkeld, zegt Draijer. ‘Na de oorlog hebben we ons als land voorgenomen om nooit meer honger te lijden. Daaruit is een groot plan voortgekomen met als doel maximale productie. Dat is een succesverhaal. Het is ongelofelijk wat de Nederlandse landbouw heeft gepresteerd de afgelopen decennia. Wij zijn daar trotse partner van.’

Draijer stelt ook vast dat het doel van maximale productie nu aangepast moet worden, omdat inmiddels duidelijk is dat het binnen de beperkte ruimte die we in ons land hebben ten koste gaat van natuur en klimaat. ‘Het is een gezamenlijk probleem. Wij zijn hier samen gekomen, we moeten er ook samen uit komen. En natuurlijk nemen wij daarin onze verantwoordelijkheid.’

Jullie hebben miljarden uitgeleend aan de Nederlandse veehouderij. Willen we onze klimaat- en stikstofdoelen halen dan zal de veestapel volgens deskundigen drastisch moet worden verkleind. Vindt de Rabobank dit ook?

‘Om te beginnen: de veestapel is al sterk gekrompen. In 1985 waren er bijvoorbeeld nog ruim 2,5 miljoen melkkoeien in Nederland. Inmiddels zijn het er minder dan 1,6 miljoen. Dat is een afname van bijna 40 procent. Het ligt voor de hand dat je de komende periode een verdere reductie van de veestapel zult zien. Dat is een autonoom proces: de uitkomst van investeringen in een duurzame melkproductie, maar ook het stoppen van boeren die geen opvolger hebben.

‘Wij vinden alleen niet dat het een apart doel moet zijn om het aantal dieren terug te brengen. Het doel moet zijn om de uitstoot te verminderen. Als dat met wat minder koeien kan: prima. Als dat met veel minder koeien moet: ook goed. Maar dan vooral om dat doel te realiseren, namelijk minder milieubelasting. Onze overtuiging is dat met innovatie veel meer te bereiken is.’

De snelste weg naar het verminderen van stikstof- en de klimaatbelasting is inkrimping van de veestapel. Waarom zou je dat dan niet een doel maken?

‘Omdat het een botte, veel te generieke maatregel is. Wij geloven dat als je de sector in staat stelt om te innoveren, je dezelfde ontwikkeling kunt realiseren en tegelijkertijd het ondernemerschap een impuls geeft. Wat je wilt, is een duurzame landbouw waarin boeren een inkomen kunnen verdienen: een ondernemende sector die ook kan exporteren binnen die nieuwe duurzame kaders.’

Een cynicus zou redeneren: door in te zetten op innovatie moet een boer blijven lenen bij de Rabobank.

‘Wij willen een transitie realiseren. De beste weg daarnaartoe is dat de ondernemer kan blijven voortbestaan. En, natuurlijk, als een boer succesvol is dan is de bank daar graag partner van. Met een generieke maatregel als minder koeien tref je ook duurzame bedrijven. Je holt eigenlijk alle bedrijven uit.

‘Veel bedrijven hebben al een belangrijke stap gemaakt naar verduurzaming. De productiestandaard in Nederland behoort tot de duurzaamste van de wereld. Maar onze ruimte is beperkt. Daarom moeten we boeren helpen met de volgende fase. Dat gaat onherroepelijk gepaard met het indammen van landbouwactiviteiten in bepaalde regio’s en het investeren in innovatieve technieken. Wat beter is dan te zeggen: nou moeten alle boeren minder koeien.’

Wat hebben jullie boeren die duurzamer willen werken te bieden? Wij spreken veehouders met groene plannen die bij de Rabobank voor een dichte deur staan.

‘Een bank is geen subsidie-instelling, wij hebben een verantwoordelijkheid naar onze spaarders. Je bent een bedrijfspartner van die sector. Dus als er boeren zijn die heel graag willen, maar hun sommetjes rekenen niet rond, dan is het moeilijk om die te financieren.’

De Europese Unie wil dat 25 procent van de landbouw biologisch is in 2050. Wat is jullie bijdrage daaraan?

‘Het idee dat nu heerst is: biologisch boeren is duurzaam, dus dat moet je financieren. Probleem is dat daar het bedrijfsmodel nog niet rond is. Klanten moeten bereid zijn om voor die producten een meerprijs te betalen. Als dat zo is, kan het groeien. Het gaat nog wel een keer komen, maar op dit moment zijn die voorwaarden nog niet vervuld. Dan kun je niet van een bank vragen om een investering te doen in een niet-rendabel bedrijf.’

Was het naar spaarders toe wel een verantwoordelijke keuze om vanaf de jaren negentig nog zoveel te investeren in de intensieve veehouderij?

‘Wij zijn een van de eersten die boeren hebben gewaarschuwd voor de consequenties van uitbreiding. Bij veel aanvragen hebben wij gezegd: dit past nu niet. Daar hebben we vaak het moeilijke gesprek gevoerd. Veel boeren zijn vervolgens naar andere banken gestapt, want die wilden wel. Prima, die keuze heb je als boer.’

Wij zijn anders genoeg voorbeelden tegengekomen waarin de Rabobank wel heeft geïnvesteerd in nieuwe megastallen.

‘Die zullen er zeker zijn. Maar let wel: het is niet zo dat grootschalig per definitie niet duurzaam is. Veel grootschalige bedrijven kunnen installaties financieren die gassen afvangen. Bij opschaling worden ook vaak investeringen gedaan die een verduurzamingsslag teweegbrengen. Wij zijn juist heel scherp en kritisch geweest op investeringsvoorstellen.’

Wat zijn dan de harde duurzaamheidseisen die de Rabobank stelt aan bedrijven?

‘Voor alle investeringen die wij doen, maken wij een duurzaamheidsscan van de onderneming. Alleen boeren die aan onze verduurzamingsstandaarden voldoen, krijgen financiering. Ons beleid is heel duidelijk: alle investeringen moeten erop gericht zijn om de sector zo snel mogelijk de doelen van het klimaatakkoord van Parijs te laten halen.’

In 2050 moet de netto CO2-uitstoot volgens het Parijs-akkoord nul zijn. Ieder bedrijf dat jullie nu financieren zou dus eigenlijk geen broeikasgassen meer mogen uitstoten.

‘De economie en de landbouw als geheel moeten in 2050 CO2-neutraal zijn, maar het is niet zo dat die norm geldt voor elk bedrijf apart. De landbouw heeft capaciteit om CO2 in de bodem op te slaan. Het kan zijn dat bedrijven hierdoor CO2-negatief worden. Dat compenseert bedrijven die nog steeds uitstoten.’

Eurocommissaris Frans Timmermans riep onlangs in tv-programma Zembla specifiek de Rabobank op investeringen in landbouwbedrijven die de biodiversiteit bedreigen af te boeken. Is de Rabobank dat van plan?

‘Dat vond ik niet een van de verstandigste opmerkingen van Timmermans. Afschrijven is het allerlaatste dat je doet. Dan ben je aan het eind gekomen van een klantrelatie waarbij een bedrijf eigenlijk al failliet is. De minst duurzame ondernemingen zijn vaak oudere bedrijven die nauwelijks nog schulden hebben. Het zijn bedrijven waar al lang niet geïnvesteerd is, waar geen opvolger is, waar een soort uitzichtloosheid is ingetreden. Daar moet je een menselijke, sociale oplossing voor vinden.

‘Je moet juist zorgen dat je de oudere bedrijven de kans geeft om te stoppen en de ruimte die zij achterlaten over laten gaan naar een meer innovatief bedrijf. Dat moet je faciliteren met investeringen. Afschrijven is het foute middel om dit soort bewegingen op gang te brengen.’

De Rabobank maakt deel uit van de coalitie van voormalig minister van Landbouw Cees Veerman die een transitie bepleit naar duurzame landbouw. Wat doet de bank daar concreet aan?

‘Met de provincie Noord-Brabant hebben we een fonds opgezet van 500 miljoen euro dat bedoeld is om die transitie op gang te brengen, waarbij duurzame bedrijven doorgaan en niet-duurzame bedrijven worden afgestoten. Daarmee werken we gebiedsgericht. Zo kunnen we boeren uitkopen die dicht bij een natuurgebied zitten, zodat ze een menswaardige exit krijgen. De rechten van zo’n bedrijf kunnen overgaan naar een ander bedrijf op een plek waar de uitstoot minder pijn doet.

‘Wij dragen 200 miljoen euro bij aan dat fonds, de rest komt van de provincie. Brabant heeft het geld daarvoor door de verkoop van zijn Essent-aandelen. In andere provincies is het net zo hard nodig, maar daar komt het niet op gang, omdat daar niet zo’n pot met geld is. Daar zouden Timmermans en de overheid ook bij kunnen helpen.’

Tweederde van jullie activiteiten zijn buiten Nederland. Rabobank heeft volgens de Eerlijke Bankwijzer miljardenbelangen in Braziliaanse rundveehouderijen, sojaproducenten en andere dubieuze bedrijven. De Amazone wordt daarvoor ontbost. Hoe brengt dit een betere wereld dichterbij?

‘Wij zijn niet betrokken bij bedrijven die bos opofferen ten dienste van landbouw. Doen we niet. Sterker nog: wij hebben met de Verenigde Naties een fonds opgericht van een miljard, waarbij we actief stimuleren om opnieuw aan te planten en duurzame landbouwtechnieken toe te passen. In de gesprekken die ik als hoogste vertegenwoordiger van de Rabobank heb met grote bedrijven zeggen ze geregeld gekscherend: ‘Je bent mijn bankier niet maar een natuurbeschermingsorganisatie.’ Omdat we op het allerhoogste niveau die gesprekken heel scherp voeren.’

Afspraken over natuurbescherming in Zuid-Amerika zijn vaak boterzacht en er is kritiek op jullie overlegmodel met ‘foute’ bedrijven. Moet je niet net als bijvoorbeeld Triodos Bank zeggen: we financieren alleen nog bedrijven die aantoonbaar het goede doen?

‘Een: wij zijn groter dan welke groene bank dan ook in groene financiering. Twee: onze opdracht is niet om de groenste ondernemingen te financieren, maar om het midden van de economie te helpen naar groen te transformeren. Dat is waar wij zitten en waar wij verantwoordelijkheid hebben. Dat is belangrijker dan alleen de groene voorlopers financieren. Ik ben ervan overtuigd dat in contact blijven en invloed uitoefenen op bedrijven veel effectiever is dan weglopen. Er is in de wereld meer dan genoeg geld en er zijn in de wereld meer dan genoeg financiers die dan die plaats innemen. Die springen er zo in. En dan ben je die invloed helemaal kwijt.’

De Reclame Code Commissie tikte de Rabobank op de vingers vanwege de reclameslogan ‘Growing a better world together’. Volgens de commissie kon de bank die belofte niet waarmaken.

‘Dat ging over de slotzin van onze commercial waarin werd gezegd: daar kunt u ons aan houden. Ik vond zelf ook dat dat er niet in had gemoeten. Mij kun je wel aan die belofte houden, maar om dat in een commercial te zeggen, dat schijnt dan weer niet te kunnen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden