'Rabo haalt dure sprinters en doet te weinig met eigen talent'

De oud-sprinter wil Marianne Vos ook in 2012 aan olympisch goud helpen. ‘Ze zit beter op haar fiets dan veel mannen.’..

In het hok voor de wielercommentatoren van Eurosport geniet Jeroen Blijlevens deze middag van een helse bergetappe in de Giro d’Italia. ‘In Italië voel je de passie voor het wielrennen. Tijdens een bergetappe vinden Italianen het een eer om de renners in de bus omhoog te duwen. Je moest er een beetje handig in zijn.

‘Cipollini reed dan iets voor de bus uit, waardoor de fans op hem af konden stormen om hem over die berg te helpen. Dacht ik: laat ik een beetje in de buurt van Mario blijven, dan krijg ik ook een zetje. Tijdens de Tour de France worden alleen de Franse renners geduwd, een groot contrast met de beleving in Italië.’

Hij schudt de anekdotes zo uit zijn mouw. Toch heeft de voormalige sprinter, die etappes won in alle grote ronden, moeten wennen aan zijn rol als commentator. ‘Jerommeke’ ramde zo hard mogelijk op de pedalen, een prater was hij niet.

‘Nu moest ik plotseling hele zinnen maken en verhalen vertellen. Mijn collega Danny Nelissen heeft me daarin begeleid. De commentator let op dingen die de televisiekijker niet ziet. Het is een vak apart.’

Zelfs de coureurs tonen niet altijd begrip. Blijlevens: ‘Een jonge renner van de Rabobank twitterde dat ons commentaar niet deugde. Nelissen heeft hem meteen uitgenodigd co-commentator te zijn bij de Amstel Gold Race. Dat viel hem flink tegen. Hij keek alleen naar zijn favoriete renners, maar zo werkt het niet.’

Nederlandse sprinters vallen hem nauwelijks op. Al heeft Blijlevens zijn mening over Theo Bos moeten herzien. ‘Ik zei altijd dat een baanrenner niet zomaar een sprint wint op de weg. Ik dacht dat het Theo nooit zou lukken. Hij heeft immers alleen op de korte onderdelen getraind. In grote wedstrijden volgt de sprint soms pas na ruim 200 kilometer.

‘Ik moet toegeven dat Theo progressie heeft geboekt. Het verbaast me hoe snel het gaat. Maar de laatste stappen zijn het moeilijkst. Een sprint winnen in de Tour; dat is voor Theo Bos nog ver weg. Met Coen Vermeltfoort beschikt Rabo ook over een goede sprinter. Maar dan moet hij wel strak worden begeleid.

‘We kijken in Nederland te veel naar klassementsrenners. Rabo haalt wel dure sprinters uit het buitenland, maar doet te weinig met eigen talenten. Die worden toch weer in de richting van de klassiekers gedrukt. Freire is een klasse apart, Maar waarom zou Rabo naast de Australiër Brown niet investeren in een jonge Nederlandse sprinter?’

Uit ervaring weet Blijlevens hoe snel een sprinter zijn scherpte kwijtraakt als hij zijn grenzen denkt te verleggen. ‘Ook ik wilde meer dan een sprinter zijn. Ik had jarenlang dezelfde wedstrijden gereden, tot ik het aardig deed in de Amstel Gold Race. Ik dacht dat ik een klassieker kon winnen, maar dat was een foutieve inschatting.

‘Je ziet vaak bij sprinters dat ze vergeten waar ze goed in zijn. Cipollini probeerde vergeefs de Ronde van Vlaanderen te winnen, ook Van Poppel droomde van een hoofdrol in de klassiekers. Je gaat anders trainen en raakt je snelheid kwijt. Ik had zes kilo aan spiermassa verloren, waardoor ik geen sprint meer kon winnen. En in de klassiekers kwam ik tekort, had ik twee keer niks.’

Het is de belangrijkste les die de 38-jarige Blijlevens nu meegeeft aan jonge renners. ‘Het cliché van de schoenmaker die zich bij zijn leest moet houden. Cavendish wil nu ook schitteren in de Ronde van Vlaanderen. Maar ik vind het juist een genot te zien hoe hij door het treintje in zijn ploeg wordt gelanceerd om de sprint te winnen.’

Nooit had Blijlevens kunnen vermoeden dat hij later als ploegleider van Nederland Bloeit een vrouwenteam zou begeleiden. ‘Vul de vooroordelen over dikke konten maar in, ik dacht er ook zo over. Daarin moet ik eerlijk zijn. Maar het vrouwenfietsen is enorm veranderd, het is veel professioneler geworden. De teams zijn sterker, waardoor tactiek nu een belangrijke rol speelt. Vrouwen zijn veel leergieriger dan mannen, ze voeren hun taken ook beter uit.’

Marianne Vos, het boegbeeld van de Nederlandse ploeg, rijdt eigenlijk als een kerel, aldus Blijlevens. In wielerjargon: ‘Marianne is een echte coureur. Zet haar in een mannenpeloton en je ziet dat ze misschien wel vijftig procent beter op haar fiets zit. Hoe zij de bochten in de afdaling aansnijdt; daaraan kunnen veel mannen een voorbeeld nemen. Marianne denkt ook als een man in de wedstrijd, ze is meer met de tactiek bezig dan de vrouwen.’

Van de sprint moet Vos het niet hebben, zegt Blijlevens. ‘Niet in een gemakkelijke koers, dan zijn Teutenberg en Wild sneller. Maar na een zware race is Marianne de beste, zoals bij de Ronde van Vlaanderen, waar ze na een rot koers met twee vingers in de neus de sprint om de tweede plaats won.’

Blijlevens, terwijl de broer van de olympisch kampioene – die een dagje te gast is bij Eurosport – aandachtig meeluistert: ‘Ik moest eerst het vertrouwen winnen van Marianne. Maar die klik was er binnen enkele weken. Ze merkte dat ik iets kon toevoegen aan haar manier van koersen. In de Ronde van Vlaanderen reden we met een bepaalde druk op de banden.

‘Hadden de rensters nooit over nagedacht. In die finesses valt een wereld te winnen in het vrouwenpeloton. De ploeg draait niet alleen om Marianne, ook andere meiden hebben bewezen dat ze kunnen winnen. Het versterkt de teamgeest, ik merk dat de concurrentie over ons praat.’

Ook bij de dopingcontroleurs zijn de prestaties van Nederland Bloeit niet onopgemerkt gebleven. Blijlevens: ‘We zagen het tijdens de Tour de l’Aude. Onze rensters werden er meteen uitgepikt. Marianne rijdt altijd vooraan en wordt het meest gecontroleerd. Buiten de competitie ziet ze nooit iemand, terwijl ze wel voortdurend haar whereabouts invult. Marianne baalt ervan. Ze zegt: ik moet alles bijhouden en ze komen nooit.’

Over twee jaar wil Vos bij de Spelen van Londen wederom olympisch goud winnen, op de baan én op de weg. ‘Ik heb een contract voor een jaar, maar ik wil zeker doorgaan tot de Spelen’, aldus Blijlevens. ‘Ik ben nog lang niet klaar met dit team. En het is een mooie leerschool voor een vergelijkbare functie bij de mannen.’

Met Vos heeft Blijlevens bovendien de garantie dat hij ook achter het stuur altijd vooraan rijdt. ‘De meeste teams in het vrouwenpeloton rijden niet voor de overwinning. De ploegleider in auto 20 is in feite niet meer dan een chauffeur. Ik zit in volgwagen 1 altijd boven op de koers.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden