‘Rabin siste: jullie maken ons kapot’

De Israëlische Vrede Nu-beweging is aanzienlijk verzwakt, maar het geloof in vrede is niet weg, constateert Mordechai Bar-On...

Het was een zwoele septemberavond in 1993, tijdens de good old days. De aanvoerders van de Israëlische beweging Vrede Nu en hun Palestijnse geestverwanten troffen elkaar in het illustere American Colony Hotel in het oosten van Jeruzalem. De champagne vloeide rijkelijk. Immers, de Israëlische premier Yitzhak Rabin en de Palestijnse leider Yasser Arafat hadden kort tevoren in Washington hun handtekeningen gezet onder de ‘Verklaring van Uitgangspunten voor Interim Zelfbestuur’, beter bekend als het ‘Oslo-akkoord’.

‘Het was alsof ons voetbalteam de beker had gewonnen’, zegt Mordechai Bar-On in de woonkamer van zijn klassiek-Arabische huis in de German Colony, een chique wijk in Jeruzalem.

De 78-jarige Bar-On geldt als een van de vaders van de Israëlische vredesbeweging – een rol die hij op zich nam na een carrière in het Israëlische leger. Hij heeft in de Israëlisch-Arabische oorlog van 1948 gevochten, was in 1956 de persoonlijk assistent van generaal Moshe Dayan tijdens de Suez-oorlog en stond tot 1968 aan het hoofd van de afdeling Opleidingen van het Israëlische leger. Nadien heeft Bar-On naam gemaakt als vernieuwend historicus en vredesactivist. Ook was hij kort parlementariër namens een linkse splinterpartij.

‘Na de ceremonie met Bill Clinton, in de tuin van het Witte Huis, beseften wij pas echt dat Vrede Nu geen dwaling was geweest. Maar het ‘Oslo-akkoord’ ontroerde me ook omdat ik een lange geschiedenis had met Yitzhak Rabin.

‘Als parlementariër heb ik in de Knesset tijdens de eerste intifada al bepleit dat Israël de PLO moest erkennen als rechtmatige vertegenwoordiger van het Palestijnse volk. Na die toespraak liep ik terug naar mijn stoel en passeerde de rij met ministers. Onder hen was Rabin, destijds minister van Defensie. We keken elkaar aan.

‘Ik kende Rabin van zeer nabij uit de jaren zestig, toen hij de chef-staf van het leger was. Ik heb voor hem nog de toespraak geschreven, die hij eind juni 1967 heeft gehouden op Mount Scopus, op de campus van de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem. Hij kreeg een ere-doctoraat in de filosofie voor zijn verdiensten tijdens de Zesdaagse Oorlog.

‘Maar op die dag in de Knesset, twintig jaar later, siste Rabin me toe: ‘Mensen zoals jij zullen dit land nog eens kapot maken.’ Om uitgerekend hem de hand te zien schudden van Yasser Arafat was bijna te symbolisch om waar te zijn.’

Mordechai Bar-On schreef in die tijd een academische studie over de Israëlische vredesbeweging, In Pursuit of Peace, en had het gevoel ‘een afgeronde geschiedenis te schrijven’. Maar toen het boek in 1995 bij de drukker lag, schoot Yigal Amir op een vredesmanifestatie in Tel Aviv premier Rabin dood. Het vredesproces tussen Israël en Palestijnen is daarna langzaam ontspoord – zozeer zelfs dat wie tegenwoordig nog van ‘het vredesproces’ spreekt, lijkt te zijn blijven hangen in de jaren negentig. Twaalf jaar later bestaat in Israël geen brede vredesbeweging meer.

Hoe verklaart u het mislukken van de vredesbeweging?

‘Na het mislukken van het Camp David-overleg en de uitbraak van de tweede intifada in 2000 hebben we onze kracht verloren. Tijdens de Libanon-oorlog van 1982 kregen we na de moordpartijen in Sabra en Chatila zeker 250 duizend mensen op de been. Later was een opkomst van 50- of 80 duizend demonstranten heel normaal. Maar de bereidheid van Israëli’s om deel te nemen aan activiteiten die kunnen leiden tot vrede is afgenomen.

‘Paradoxaal genoeg ziet een meerderheid van zo’n 60 tot 65 procent van de Israëlische bevolking wel in dat de enige oplossing van het conflict de oprichting van een Palestijnse staat is – de Israëlische regering is daar eveneens voor, en ook de Amerikaanse president George Bush heeft zich er ondubbelzinnig voor uitgesproken. Het kan de indruk wekken dat de vredesbeweging heeft gewonnen, omdat wij al vroeg de twee-statenoplossing hebben bepleit.

‘De kneep zit hem er echter in dat de meerderheid, die zich realiseert dat de Palestijnse staat de oplossing is, er nog niet van overtuigd is dat die staat er ook nú moet komen. Velen denken: laten de Palestijnen eerst hun gedrag veranderen en hun opvattingen bijstellen, daarna kunnen ze hun staat krijgen. Tot het zover is voelen maar weinig mensen de aandrang zich in te zetten voor vrede. Ze geloven de Palestijnen niet meer.

‘De grootste schade is aangericht door premier Ehud Barak, toen hij alle schuld voor het mislukken van Camp David bij de Palestijnen heeft gelegd en Arafat ‘geen partner voor vrede’ heeft genoemd. Hij heeft dat helaas te overtuigend gebracht. Toen de zelfmoordaanslagen van de tweede intifada daar overheen kwamen, gaf dat de Israëli’s het idee dat wij, de vredesactivisten, een stel dwazen waren.’

Maar is er dan nog wel een partner aan Palestijnse zijde, na de verkiezingszege van de islamistische Hamas-beweging, die Israël volgens haar handvest wil vernietigen?

‘Het is een groot probleem. Het is onmogelijk een Palestijnse regering te erkennen die het bestaan van Israël niet erkent. Het maakt officieel onderhandelen zinloos. Dat neemt niet weg dat er op dit moment Israëli’s moeten zijn die serieus proberen met hen in contact te komen – zoals wij in de jaren tachtig met de PLO hebben gepraat toen dat nog verboden was.

‘Met Hamas aan de macht staat eenzelfde stelling op het bord als in de jaren tachtig. Wij hadden toen uit principe geen contact met Arafat, zolang hij de staat Israël niet erkende. Maar we praatten wel met iedereen rondom hem, in de hoop hem via een omweg te kunnen overtuigen. Maar voor dat soort experimenten bestaat dezer dagen weinig animo.’

De vredesbeweging is min of meer terug bij af. Is dat frustrerend?

‘Ik verafschuw wat het zionisme vandaag de dag inhoudt, wat Israël elke dag doet. Wij hebben de misdaad begaan de bezetting van de Westoever en Gaza veertig jaar voort te zetten.

‘Maar dat betekent niet dat ik alles over heb voor vrede. De Palestijnse vluchtelingen van 1948 mogen niet terugkeren. Het is, denk ik, zelfs onmogelijk voor Israël om zich volledig terug te trekken tot de Groene Lijn van 1967. De grote nederzettingen met die vele tienduizenden kolonisten moeten in Israëlische handen blijven. Het kan niet anders. Zoveel mensen terughalen is onmogelijk. Eigenlijk is dat de grote nederlaag van de vredesbeweging: dat we die nederzettingen niet hebben kunnen tegenhouden.

‘We hebben in 1981 eens een geslaagde protestactie gehouden bij de ingebruikname van een nederzetting op de Westelijke Jordaanoever. Met vijfduizend man hebben we de ceremonie op die heuveltop verstierd – de per helikopter ingevlogen minister kon niet eens uitstappen. Maar aan het eind van de dag gingen wij weer met de bus naar huis, terwijl de kolonisten daar wel bleven. Het is een Russisch gezegde, geloof ik: de honden blaffen, maar de karavaan trekt verder. Zo is het natuurlijk wel verlopen.’

U hebt Palestijnse vredesactivisten jarenlang gesteund. Ook vanuit Europa en Amerika is er veel in hen geïnvesteerd. Maar de macht hebben ze nooit gekregen. Bent u in hen teleurgesteld?

‘Ik vind het moeilijk de Palestijnen te bekritiseren. Het is immers terecht dat ze tegen ons zeggen: ‘Hoe kunnen jullie van ons verwachten dat we ons gematigder en aardiger opstellen, als jullie ons al die jaren dat we hebben gepraat niets hebben gegeven om hoop te houden op een goede afloop?’

‘De checkpoints, die dagelijkse martelgang. De armoede, de honger, de uitzichtloosheid voor de kinderen – als je het zo bekijkt, kun je de Palestijnen de radicalisering niet kwalijk nemen. En wat doen wij in Israël? Journalist Gideon Levy schrijft iedere vrijdag in Haaretz een reportage over dat dagelijkse Palestijnse leed – over gewone mannen en vrouwen die in de knel zitten door de bezetting. Maar wij lezen dat niet meer, omdat het telkens weer hetzelfde is. Week in, week uit. Dat is de tragedie: wij Israëli’s willen het niet meer weten.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden