Nieuws Viervoudige loonsverhoging kleine raden

Raadsleden in kleinste gemeenten krijgen ‘loonsverhoging’ van 282 procent: ‘Volkomen terecht, je hebt er eigenlijk een halve baan bij’

Gemeenteraadsleden in kleine gemeenten met minder dan 24 duizend inwoners krijgen een fors hogere vergoeding voor hun werk: 959 euro per maand. Hun beloning wordt gelijkgetrokken met die van raadsleden in gemeenten met 24 tot 40 duizend inwoners. Voor raadsleden in de twaalf kleinste gemeenten (tot achtduizend inwoners) betekent dat bijna een verviervoudiging van hun vergoeding, die nu nog 251 euro bedraagt.

‘Het werk van raadsleden is in onze democratie heel belangrijk’, aldus minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken. ‘Ook raadsleden van kleinere gemeenten zoals Terschelling, Tubbergen en Tholen steken vaak veel tijd in contact met inwoners en bedrijven, werkbezoeken en het controleren van hun colleges. Met een hogere vergoeding blijft het raadswerk in kleinere gemeenten aantrekkelijk. Nu gemeenten steeds meer nieuwe taken en opgaven krijgen door decentralisaties, zijn goede raadsleden extra belangrijk geworden.’

De ‘loonsverhoging’ voor in totaal 2.442 raadsleden in 147 gemeenten wordt met terugwerkende kracht ingevoerd vanaf de installatie van de nieuwe gemeenteraden eind maart dit jaar. De Nederlandse Vereniging voor Raadsleden heeft de afgelopen jaren herhaaldelijk gepleit voor verhoging van de vergoeding. Ze vond dat vooral raadsleden in kleine gemeenten zwaar onderbetaald werden, terwijl ze feitelijk hetzelfde werk doen als hun collega’s in iets grotere gemeenten.

‘Het overleg tussen het ministerie en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft veel te lang geduurd voor iets dat zo breed gedragen wordt’, aldus voorzitter Mark den Boer, zelf raadslid in de Zuidhollandse gemeente Molenwaard (29 duizend inwoners). ‘Het is goed dat er nu eindelijk duidelijkheid is voor raadsleden in kleine gemeenten, en dat er een raadsvergoeding komt die past bij hun grote taken en verantwoordelijkheden.’

Vooral de 136 raadsleden in de twaalf kleinste gemeenten zijn ‘spekkoper’: zij zien hun vergoeding met liefst 282 procent stijgen. Daaronder vallen onder meer vier Waddeneilanden, de kleine rijkeluisgemeente Rozendaal (bij Arnhem), Baarle-Nassau en de Limburgse gemeenten Onderbanken en Mook en Middelaar.

Luc van der Linden. Beeld Marcel van den Bergh

‘Gigantisch hè, zo’n loonsverhoging’, zegt Luc van der Linden (57) met een knipoog en een brede grijns. Hij zit al vijf jaar voor de lokale partij DGP in de gemeenteraad van de Noordlimburgse gemeente Mook en Middelaar (7.770 inwoners) en ziet zijn vergoeding in één klap bijna verviervoudigen. ‘Maar het is volkomen terecht en het werd een keer tijd’, vindt de elektronicus, werkzaam bij een designbureau. ‘Dat raadswerk kost heel veel uren. Ik schat dat ik er gemiddeld 20 uur per week in stop. Je hebt er eigenlijk een halve baan bij.’

‘Naast de formele vergaderingen heb je ook veel informele vergaderingen, zoals het fractieoverleg voor een raadsvergadering of het achterbanoverleg voor commissievergaderingen. Dan is er ook nog provinciaal overleg. En ik vind het ook heel belangrijk om onder de mensen te komen. Is er gedoe over een speeltuin, dan ga ik erlangs en praat ik met bewoners. Je moet goed voeling houden in de dorpen. Ik noem het raadslidmaatschap ook wel eens gekscherend een slecht betaalde schnabbel.’

Critici

Hij beseft dat de vergoeding voor raadsleden een gevoelig onderwerp is. ‘Politici worden toch al snel gezien als graaiers’, zegt hij. ‘Zelfs als ze een vergoeding van maar 250 euro krijgen. Tegen zulke critici zeg ik dan vaak: join the club! Maar dan zie je de meesten toch afhaken.’

In de vorige raadsperiode duurden raadsvergaderingen soms tot ver na middernacht. ‘Daar hebben we de burgemeester toch wel even op aangesproken. Want de volgende morgen gaat om kwart over zes de wekker weer af. Soms neem ik dan een paar uur verlof op om wat langer te kunnen uitslapen. Als je ’s middags een symposium of iets anders hebt, moet ik ook verlof opnemen. Maar ik heb met mijn vrouw afgesproken dat ik per jaar maximaal vijf dagen verlof opneem voor het raadswerk.’

Hij hoopt dat door de verhoging meer ‘goeie mensen’ in de raad blijven of komen. ‘Maar eigenlijk heb ik liever betaalde verlofdagen voor raadsleden dan een hogere vergoeding. Vroeger bij Philips kreeg je vijf bijzondere verlofdagen voor maatschappelijke activiteiten. Zoiets zouden ze ook voor raadsleden kunnen invoeren.’

Jacqueline Dijkinga. Beeld Katja Poelwijk

‘In een kleine gemeente moet je als raadslid van alle markten thuis zijn, of dat nou om onderwijs, economie of het sociale domein gaat’, zegt Jacqueline Dijkinga (63), raadslid voor D66 in Noord-Beveland. ‘We zitten met minder mensen – onze raad telt slechts 13 zetels - maar moeten wel hetzelfde werk doen. In grote gemeenten hebben de fracties ondersteuning. We hebben drie fracties met maar één zetel, waaronder D66. Dan komen alle onderwerpen dus op de schouders van één persoon terecht. Ik maak weken van 32 uur.’

Door de grote oppervlakte van het voormalige Zeeuwse eiland en de jaarlijkse toestroom van 1,5 miljoen toeristen kregen raadsleden al wat meer dan gebruikelijk is voor het aantal (7.400) inwoners: 396 euro per maand. ‘Dat wordt nu ruim verdubbeld, en daar ben ik heel blij mee. Het is ook terecht. Maar zelfs na die verhoging blijf ik het toch vooral als een betaalde hobby zien’, aldus Dijkinga, die vorig jaar in de raad is gekomen.

‘Ik ben niet voor het geld de politiek ingegaan. Ik ben er ingegaan om een ander geluid te laten horen. Ik vond het hier allemaal een beetje ingedut. Dat hoor ik ook nog steeds aan de reacties. Zo doen we het hier al jaren op Noord-Beveland, wordt er dan gezegd.’

Drukker door decentralisatie

Ze noemt de problematiek in de grote stad ‘breder en complexer’ dan op het platteland. Dat rechtvaardigt volgens haar ook de veel hogere vergoeding voor raadsleden in bijvoorbeeld Den Haag of Rotterdam. ‘Maar in verhouding hebben raadsleden in kleine gemeenten het drukker, zeker na de decentralisatie van diverse taken door het rijk.’

Op het platteland zijn er ook nog allerlei regionale samenwerkingsverbanden tussen gemeenten, bijvoorbeeld voor GGD, brandweer of afvalverwerking, onderstreept Dijkinga. ‘Dat moet je ook allemaal controleren. Dan krijg je weer een begroting, zit je zo weer een rapport van 100 pagina’s door te vlooien. Als nieuwkomer doe ik dat ook allemaal, want ik wil geen flater slaan. Maar ik zeg wel eens: we verdienen veel, maar krijgen weinig.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.