Raadsel van mannelijke identiteit eerder vergroot dan opgelost

DANS..

What about man? Door Shusaku Bodytorium. Regie: Shusaku Takeuchi. Parade, Amsterdam. Nog tot en met 11 augustus.

De mijne was gemaakt van blauwgrijze glansstof en zat behoorlijk comfortabel, afgezien van een knellend elastiek ter hoogte van wat bij vrouwen de taille wordt genoemd. Andere mannen droegen bloemetjesjurken, en er was er ook een in een deux-pièces.

Naast de ingang van de tent waar What about man? wordt gespeeld, staat op een verhoginkje een rek met jurken. Voor een gulden kun je er een huren. Ze zijn bedoeld voor mannen die de voorstelling willen bezoeken; vrouwen zijn gevrijwaard van die verplichting en komen gewoon in broek.

Die verplichte travestie versterkt het kluchtige karakter van de voorstelling, die weliswaar over een gewichtig thema als de mannelijke identiteit handelt, maar toch ook niet voor niks in een tent op de Parade te zien is.

Je kunt in die jurken ook een verwijzing naar het traditionele Japanse theater zien, waarin het vrouwen lang verboden was om te acteren, zodat vrouwenrollen door mannen werden vertolkt. Ook in de naoorlogse butohdans, waardoor regisseur Shusaku Takeuchi beïnvloed werd, is travestie heel gewoon.

De mannen op het podium kruipen eveneens gemakkelijk voor korte tijd in de huid van een vrouw. Met geloken ogen en het kopje scheef laten ze zich allerlei vleierijen welgevallen, om hoofdpijn te veinzen als het er echt op aankomt. Geen wonder dat de spelers soms hun gerief zoeken onder de toeschouwers: jurk of broek, dat maakt niet uit als ze over en onder de houten banken kronkelen, op zoek naar een partner.

Het staketsel van de voorstelling is simpel: in de bruidssuite van een hotel ligt een jonge echtgenoot uitgestekt op bed. Op het nachtkastje staan een boeket en een fles champagne met twee glazen te wachten. Maar wie er ook komt, geen bruid. In plaats daarvan wordt de bruidegom bezocht door schijngestalten.

Karikaturen van mannelijk gedrag zijn het, die het advies geven om de spieren te laten rollen. En vergeet niet: als een vrouw 'no' zegt, bedoelt ze 'yes', of minstens toch 'maybe'.

Engels is de voertaal in deze voorstelling, en dat er sprake is van een voertaal bij choreograaf Shusaku mag al opzienbarend worden genoemd. Niet eerder verwijderde hij zich zo ver van de dans, en waagde hij zich zo'n eind op het pad van de humor.

Met succes, want zijn gevoel voor timing en detail nam hij daarbij met zich mee, naast een paar stijlkenmerken van de butohdans, zoals slow-motionbewegingen en een sterke vertekening van de gezichtsuitdrukking.

Een ander deel van het succes komt op het conto van de vijf spelers, die telkens net niet bezwijken voor de verleiding te gaan schmieren, en als het er op aankomt in lijfelijke aanwezigheid niet onderdoen voor The Chippendales.

Het raadsel van de mannelijke identiteit wordt in What about man? eerder vergroot dan opgelost. Zo hoort het ook: je moet er niet aan denken dat het geheim achter de jurken onthuld wordt. Theater is er immers om vragen te stellen en niet om antwoorden te geven.

Ariejan Korteweg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden