Raad wil musea van koers laten veranderen

AMSTERDAM - 'Wim de maat nemen? Dan ben je snel klaar, want hij is 1.56.' Zo luidde het ondermaatse antwoord van Joop Daalmeijer in het tv-programma Nieuwsuur op de kritiek van Rijksmuseumdirecteur Wim Pijbes. Pijbes had namelijk gezegd dat hij zich niet de maat liet nemen door een Haagse Raad voor Cultuur, waarvan Daalmeijer voorzitter is. Pijbes doelde op de kritiek van de raad op zijn museum.

Helemaal onverwachts was de uitspraak van Daalmeijer niet. 'Een pittige opmerking brengt de discussie op gang', vertelde hij eerder in de Volkskrant. Aangevuld door de karakterschets van raadssecretaris Jeroen Bartelse: 'Joop is een beetje ruig.'

Maar wat niet snel gebeurt: dat dit soort onwelvoegelijke bewoordingen in de kunstwereld worden gebruikt en dit soort meningsverschillen zo openlijk op tv worden uitgevochten.

De fikse woordenwisseling is wel ergens op gebaseerd. Lange tijd werden de musea voor bezuinigingen gespaard. Ze waren de hoeders van het culturele erfgoed, demografisch verspreid door het hele land. Iedere stad had zijn eigen kunsttempel. Daar behoorde je niet op te beknibbelen. Musea hoefden zich ook niet te verantwoorden; subsidiëring was verzekerd. Nu de staatssecretaris de raad heeft gevraagd flink in de budgetten te snijden, grijpt de raad zijn kans om iets om over de musea te zeggen - in flinke bewoordingen als het moet.

Want het gaat ook om de toon. En die is anders dan voorheen. Niet alleen bij de controverse tussen Daalmeijer en Pijbes. Anders zijn ook de vele adviezen die de raad aan de musea geeft. Ze klinken nog net niet bevoogdend, maar de indruk ontstaat wel dat de raad de musea inhoudelijk van koers wil laten veranderen. Of op zijn minst wil bijsturen.

Neem het Rijksmuseum. In 2004 schreef de raad nog dat hij 'geen zwaar kwaliteitsoordeel wilde uitspreken over de inhoud van de activiteiten' van het museum, dat toen net aan de verbouwing was begonnen.

Nu, acht jaar later, lees je in het advies iets anders: dat het Rijksmuseum 'flankerend beleid' moet ontwikkelen als het gaat om meer publieksbinding, aankopen van kunstwerken uit de 20ste eeuw 'geen prioriteit' hebben en met het Openluchtmuseum nadrukkelijker moet samenwerken als het gaat om de presentatie van de Nederlandse canon.

Het is maar een voorbeeld, maar een dat als pars pro toto werkt voor de andere adviezen. Zo krijgen sommige musea geen subsidie meer als ze niets verbeteren; andere wel mits ze aan bepaalde strikte voorwaarden gaan voldoen. Bijvoorbeeld door een beter plan op te stellen. Daalmeijer in Nieuwsuur: 'We geven daarin ook aanwijzingen en richting.' Achterliggend motief, zoals Daalmeijer zegt: 'Je moet niet net doen alsof je het geld in de schoot krijgt geworpen. Daar moet je iets voor doen.' Blijkbaar hebben veel musea dat volgens de raad jarenlang nagelaten.

Wie het positief wil lezen, meent dat de raad de musea met goedbedoelde suggesties wil bijstaan. Wie het negatief leest, ziet een raad die sturend en dwingend is, alsof hij de museumwereld naar zijn hand wil zetten. Blijkbaar wil Daalmeijer én de museumwereld te vriend houden én de overheid waaraan hij adviseert niet van zich vervreemden.

Maar er is ook een andere uitleg mogelijk. Voor het einde van het jaar zal de raad een advies uitbrengen over de manier waarop de museumwereld gezond kan worden en hoe dat waarschijnlijk door meer efficiëntie en fuseringen kan worden bereikt. Als opmaat voor die toekomstplannen voor herverkaveling van het museale landschap kun je dít advies ook lezen.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden