Raad voor Cultuur heeft kaasschaaf gemeden

Volgens diverse media heeft de Raad voor Cultuur bij het bezuinigingsadvies de kaasschaaf gehanteerd. Dat is niet zo. Hier volgen de feiten.


De Raad is gevraagd 125 miljoen te bezuinigen op een budget van 486 miljoen. Dat laatste bedrag is de subsidie voor alle instellingen in de Basisinfrastructuur. Afgerond is de bezuiniging dus 26 procent. De Raad heeft de 'aanslag' gedifferentieerd, en wel als volgt: musea 26 procent, internationaal/intercultureel 15 procent, bibliotheek en letteren 26 procent, e-cultuur 18 procent, architectuur 22 procent, film 25 procent, muziek, theater en dans 26 procent, cultuureducatie 18 procent, beeldende kunst en vormgeving (bkv) 29 procent.


Daar bleef het niet bij: binnen sectoren is dat percentage ook gedifferentieerd toegepast. Een enkel voorbeeld. De museale sector bezuinigt in het voorstel 26 procent, maar binnen die sector kort de Raad in het geheel niet op de collectiefunctie en wel op de vaste, respectievelijk tijdelijke presentatiefuncties met 44 en 76 procent. Bij een kaasschaaf wordt alles verminderd en niets verwijderd.


In het advies van de Raad wordt in sommige sectoren (architectuur, film, beeldende kunst en vormgeving) voorgesteld de financiering van de functies vanuit het cultuurbudget geheel te beëindigen, dus geen kaasschaaf.


Dat is nog weer een ander aspect van het advies: de Raad adviseert in dit stadium in principe niet over instellingen - spreekt dus geen oordeel uit over hun functioneren - maar over de functies die die instellingen uitoefenen.


En dat is bijvoorbeeld aan de orde in de theater- en danssector. De Raad adviseert daar een geheel nieuw, gedecentraliseerd bestel in te richten en het naarstig zoeken naar kaasschaven, financiële vergelijkingen van oude en nieuwe situaties is dus weinig productief. Er is een inhoudelijke motivering waarom er in acht steden een nieuwe theatervoorziening moet komen, waarvan de invulling, wat de Raad betreft, zeker nog niet volledig vastligt.


Het noemen van De Appel en Witte de With als instellingen die in de sector beeldende kunst worden 'wegbezuinigd' is niet juist. Het advies zegt elf presentatie-instellingen beeldende kunst terug te willen brengen naar zes, zonder namen te noemen. Dat is pas volgend jaar aan de orde.


De Raad adviseert ook niet de korting op het Nederlands Dans Theater (NDT) die wordt gesuggereerd. Het totale volume aan danssubsidies voor Den Haag wordt geadviseerd op 4,5 miljoen euro en er is een miljoen geadviseerd voor 'internationale excellentie', dat bij de beoordeling van de plannen volgend jaar zeer wel aan het NDT toegekend zou kunnen worden. De precieze verdeling van de middelen gebeurt dus volgend jaar bij het beoordelen van de cultuurnotaplannen.


De Raad beseft een complex bezuinigingsadvies te hebben uitgebracht, in een mix van specifieke en generieke keuzen, met een voorstel voor een gefaseerde invoering en ondergrens. Een advies dat ook uitsluitend de financiering van gehele functies (of grote delen daarvan) met bijbehorende instellingen had kunnen schrappen. Dat had dan voor minimaal veertig instellingen zo goed als zeker het einde van hun bestaan betekend. De Raad vond dat een slechte keuze.


Kees Weeda is algemeen secretaris van de Raad voor Cultuur. De RvC heeft een complex bezuinigingsadvies uitgebracht, waardoor is vermeden dat aan het bestaan van minstens 40 instellingen een eind is gekomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.