nieuws advies Raad voor Cultuur

Raad voor Cultuur: ‘Culturele instellingen met rijkssubsidies moeten een diverser publiek trekken’

De culturele instellingen die door het Rijk worden gesubsidieerd, moeten een diverser publiek trekken, adviseert de Raad voor Cultuur. Deze sector is nu voor bepaalde groepen niet aantrekkelijk doordat cultuur voor veel Nederlanders niet vanzelfsprekend is, het bestaande traditionele aanbod hen niet aanspreekt of omdat zij hoge drempels ervaren.

Bezoekers van het Rijksmuseum in Amsterdam maken foto’s van de collectie, die een overzicht biedt van de Nederlandse kunst en geschiedenis met onder andere werken van 17de-eeuwse Nederlandse meesters als Rembrandt, Vermeer en Hals. Beeld Hollandse Hoogte / Arie Kievit

Cultuureducatie blijft daarom belangrijk, maar culturele instellingen zouden zich ook meer moeten openstellen voor het aantrekken van kunstenaars en creatievelingen met andere achtergronden. Hun besturen en toezichtorganen moeten ook diverser van samenstelling worden, zodat beter wordt gezien welk publiek niet wordt bereikt. Naleving hiervan moet worden opgenomen in de subsidievoorwaarden die het Rijk stelt.

Dit staat in het advies Cultuur dichtbij, dicht bij cultuur dat de Raad voor Cultuur donderdag heeft aangeboden aan minister Ingrid van Engelshoven van Cultuur (D66). De raad schetst daarin wat er in grote lijnen zou moeten veranderen in de culturele sector voor de periode 2021-2024. De minister zal met een reactie op het advies komen, waarna een debat hierover volgt in de Tweede Kamer. De keuze welke instellingen subsidie van het Rijk krijgen, wordt pas volgend jaar gemaakt. Nu zijn dat er circa negentig, van het Rijksmuseum tot de Nederlandse Reisopera. Om de vier jaar wordt hun subsidie vastgesteld.

‘Herziening’ subsidiestelsel

Naar het advies van de raad was uitgekeken, omdat vier jaar geleden besloten was niets aan het rijkssubsidiesysteem te veranderen. Na de zware bezuinigingen op cultuur van het eerste kabinet-Rutte (2010-2012) vond de politiek het prudent om de sector met rust te laten. De Raad voor Cultuur vindt het nu evenwel tijd voor een ‘herziening’ van het nationale subsidiestelsel.

Zo vindt de raad dat kunstenaars en creatievelingen beter moeten worden betaald in de cultuursector. Uit rapporten was gebleken dat zij relatief gezien tot de slechtst betaalden in Nederland horen en veel te lijden hebben gehad van de bezuinigingen op cultuur. Daarna is er een richtlijn opgesteld die de beloningen op de culturele arbeidsmarkt moet verbeteren. Naleving van deze ‘Fair Practice Code’ moet ook onderdeel worden van de subsidievoorwaarden van het Rijk, stelt de raad nu voor.

Omdat dit extra geld gaat kosten – kunstenaars en creatievelingen verdienen dan meer – moet het cultuurbudget structureel worden verhoogd met 15 miljoen euro. Als de politiek zich hiertegen verzet, dan wil de Raad voor Cultuur toch dat een betere beloning wordt ingevoerd. Zo nodig moet er, aldus het wettelijke adviesorgaan van de minister, geld verschuiven binnen de cultuurbegroting van het Rijk.

De raad pleit ook voor meer aandacht voor cultuur in de regio. Vorig jaar hebben voor het eerst vijftien stedelijke regio’s plannen ingediend bij de minister voor het versterken van de cultuur in hun gebied. De raad vindt dat elf daarvan levenskrachtig zijn en stelt voor dat maximaal 75 culturele instellingen en 15 festivals uit deze regio's voortaan voor rijkssubsidie in aanmerking moeten komen. Voorwaarde is wel dat zij eveneens een bijdrage blijven ontvangen van gemeente of provincie en dat zij toonaangevend zijn, ook buiten de eigen regio.

In het advies aan de minister staat verder dat design, mode, e-cultuur, urban arts, popmuziek, musical en hedendaagse muziek meer in aanmerking moeten komen voor subsidiëring door het rijk. Rijksmusea zouden voortaan alleen nog maar via de Erfgoedwet geld van het rijk moeten ontvangen; ze krijgen nu al volgens deze wet uit 2016 een vergoeding voor het beheer en behoud van hun collectie, die eigendom is van het rijk. De top-instellingen die rijkssubsidie ontvangen, zouden hiervoor niet meer elke vier jaar plannen hoeven in te dienen, maar slechts om de acht jaar. De raad hamert ook op meer geld en plannen voor talentontwikkeling.

Het huidige kabinet trekt vanaf 2020 structureel 80 miljoen euro extra uit voor cultuur. Volgens de raad is een ‘substantiële additionele investering’ nodig. Niet alleen vanwege de waarde van kunst voor de maatschappij, ‘maar zeker ook vanwege de bindende potentie van cultuur in een samenleving waarin de scheidslijnen steeds groter worden’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden