Quedlinburg

Toeristisch Duitsland staat dit jaar in het teken van 'de charmante, romantische stadjes met veel cultuurschatten en vaak een prachtige omgeving'....

Normale mensen - op deze pagina's worden dan toeristen bedoeld - had je hier twaalf jaar geleden nog niet. Je kwam er niet. Het kon niet. Wie nu per auto vanuit Nederland komt, rijdt een handvol kilometers parallel aan een zonderling gevormde strook akkerland. Dit was de Todesstreifen, het bloedlinke niemandsland waarmee de Duitse Democratische Republiek zichzelf tegen de democratie beschermde.

Quedlinburg bestond tussen 1945 en 1989 alleen voor inwoners. Westerlingen konden niet even van de autobaan af om er rond te neuzen. Honecker heeft ons veel onthouden. Als de 'toegangspoort tot de Harz' kenden onze grootouders het hier al. En de UNESCO weet het nu ook; sinds enkele jaren is de oude binnenstad officieel werelderfgoed. Twaalfhonderd vakwerkhuizen zijn hier geteld. De Hölle, Pölle en Stieg lijken ontworpen door Anton Pieck.

Vakwerk is vakwerk en je bent er natuurlijk wel een keer op uitgekeken. Maar vakwerk in aanbouw, of liever: in reconstructie, is fascinerend. Quedlinburg is onder het communisme verwaarloosd en er is werk aan de winkel. Hier zie je de diverse stadia van de reconstructie live. Vakwerkbouw is sinds kort een serieuze studierichting in het technisch onderwijs.

In Quedlinburg kwamen in de Middeleeuwen drie handelswegen bij elkaar, vanuit Leipzig Magdeburg en Goslar. Dat Quedlinburg toen niet niks was, blijkt uit de oude bijnaam Metropolis am Harz. De naam duikt voor het eerst op in een oorkonde van de eerste Duitse koning Heinrich I op 22 april 922. Maar de plek is al sedert de bronstijd bewoond.

Deze Heinrich, bijgenaamd 'de burchtenbouwer', was dol op de stad en liet zich hier begraven in de grote stiftskerk St.Servatii. Ook zijn opvolgers waren enthousiaste Quedlinburgers. Een prinses von Sachsen-Anhalt woont hier sinds de Wende weer. In een weliswaar niet te klein, maar toch heel gewoon huis. De stiftskerk wordt als een der belangrijkste Romaanse bouwwerken beschouwd en torent hoog boven het stadje uit. Dit was in de nazitijd een sinister centrum. Himmlers SS hield in de krypte erediensten die niets christelijks hadden. Een Amerikaan stal er in 1945 oorlogsbuit weg. Deze domschatten moesten later uit Texas worden teruggekocht.

Toegangspoort is Quedlinburg tot de Harz met zijn 8000 kilometer wandelwegen, 500 kilometer ski-loipen, 9 stuwmeren, 101 bergmeertjes en 132 kilometer historische smalsporen plus nog 1142 meter hoge steenpuist die Brocken heet. Het gebied ligt op de grens van één oude en twee nieuwe bondsstaten: Nedersaksen, Saksen-Anhalt en Thüringen. Als uitvalsoord is Quedlinburg ook meer dan geschikt voor de onlangs geopende Strasse der Romanik, duizend kilometer langs zo'n 60 vaak interessante steden en dorpen en 72 kerken en kloosters.

Maar wie niet verder zou willen dan zo'n honderd meter rond de stiftskerk kan al minstens twee dagen vooruit. Daar is het fraaie huis, nu museum, waar de Sturm und Drang-dichter Friedrich Gottfried Klopstock (1724-1803) werd geboren. Hij is nu vrijwel alleen nog bekend als de huisdichter van Schubert, Gluck en Mahler, maar hij was zijn tijd ver vooruit, maakte, enthousiast schaatsenrijder, voor veel Duitsers de winter salonfähig tot een seizoen waarin je óók plezier kon hebben. 's Zomers zwom hij dagelijks en dat in een tijd dat de mensen hun lijfsstank met poeder maskeerden. Klopstock had een grondige en openlijke hekel aan de Pruisische veroverkoning Frederik de Grote. Dat alleen al maakt de man sympathiek, ondanks zijn nu al te bombastische hexameters. Klopstock had een grote schare smachtende vrouwelijke bewonderaars - groupies zou je ze nu noemen.

Pal achter het Klopstockhaus staat de prachtige, onlangs vernieuwde Lyonel-Feininger-Galerie. Feininger was een Amerikaan van Duitse oorsprong die een gewaardeerd lid werd van het fameuze Bauhaus in het begin van de vorige eeuw. In 1937 ging hij, want voor de nazi's entartete kunstenaar, terug naar Amerika. Hij liet schilderijen en etsen achter bij ene Dr. Hermann Klumpp die er na veel getouwtrek met de efgenamen na de oorlog dit museum mee begon.

Aanbevolen na een dagje Quedlinburg: eten in de Ratskeller waar een specialiteit ganzenborst uit Mecklenburg is en herderssoep uit de Harz (met rookspek). Er komt een heel behoorlijke rode wijn uit het dal van de Saale.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden