Qatar koopt kunst als geen ander

Met een budget van naar schatting 1 miljard dollar per jaar is de 30-jarige sjeika al-Mayassa veruit de belangrijkste speler op de kunstmarkt. Het ene na het andere topstuk gaat naar Qatar.

Ruim 50 miljoen euro bracht Rothko's White Center in 2007 op, een record voor de schilder. Later dat jaar ging een pillenkast van Damien Hirst weg voor 15 miljoen euro, het hoogste bedrag voor een nog levende kunstenaar. En in 2011 bracht De kaartspelers van Cézanne liefst 190 miljoen op, het duurste werk aller tijden.


Wie die ongekende bedragen had neergeteld, wisten destijds maar enkele mensen in de kunstwereld. Nu is duidelijk geworden dat de meesterwerken zijn aangekocht door Qatar, het onvoorstelbaar rijke Golfstaatje dat kennelijk bijna evenveel culturele ambitie heeft. 'Ze zijn de belangrijkste kopers op de kunstmarkt van dit moment', zegt Patricia Hambrecht van het veilinghuis Phillips. 'De hoeveelheid geld die ze besteden gaat je verstand te boven.'


De aankopen worden geregisseerd door sjeika al-Mayassa bint Hamad al-Thani, de voorzitster van het Qatarese Museumagentschap en een zus van de nieuwe emir van Qatar. Op haar 30ste is ze veruit de belangrijkste speler op de internationale kunstmarkt.


Niemand weet hoeveel sjeika Mayassa aan kunstaankopen heeft besteed sinds ze in 2006 door haar vader als voorzitster van het agentschap werd benoemd. Deskundigen schatten haar budget op 1 miljard dollar per jaar (750 miljoen euro), geld dat onder meer is uitgegeven aan een reeks topstukken van moderne kunstenaars als Francis Bacon, Roy Lichtenstein, Andy Warhol en Jeff Koons.


Waar al deze kunstwerken terecht zullen komen, is onduidelijk. Zeker is wel dat Qatar niet alleen een diplomatieke grootmacht wil zijn, maar ook een onbetwistbare topper in de kunst. Die ambitie heeft de kunstwereld op zijn kop gezet. Vóór Qatar in 2007 de Rothko kocht, bracht het duurste werk van hem 16 miljoen euro op, drie keer zo weinig. De kaartspelers leverde vier keer meer op dan het duurste kunstwerk tot dan toe.


'Als ze ophouden met winkelen en zich van de markt terugtrekken, dan zullen ze een enorm gat achterlaten', zegt David Nash, een Newyorkse kunsthandelaar die 35 jaar voor Sotheby's heeft gewerkt. 'Ik ken niemand die op dat niveau hun plaats zou kunnen innemen.'


De afgelopen jaren heeft Qatar drie topmusea in de hoofdstad Doha gekregen, van de architecten Jean Nouvel, I.M. Pei en Jean-Francois Bodin. Maar al deze musea zijn bestemd voor kunst uit de regio. Dus verwachten deskundigen dat een groot deel van de westerse collectie terecht zal komen in een nog te bouwen museum voor moderne kunst.


De meeste grote musea in de wereld hebben jaarlijks slechts een fractie te besteden van het bedrag dat Qatar kan inzetten. Het Museum of Modern Art in New York bijvoorbeeld had het afgelopen jaar nog geen 25 miljoen te besteden. Het Metropolitan Museum of Art had bijna 30 miljoen euro voor aankopen.


Andere Golfstaten, zoals de Emiraten en Dubai, proberen ook kunstcentra te worden, maar zij doen dat via samenwerking met kunstinstellingen zoals het Louvre en het Guggenheim. Qatar doet het op eigen kracht.


'Ze zien zichzelf als een internationaal centrum voor vele culturen', zegt Allen Keiswetter, die verbonden is aan het Middle East Institute in Washington. 'Ze willen zich ook op de kaart zetten als een bestemming vor toeristen en zakenlieden. Als je mensen wilt trekken, moet je ook een reden hebben om ze te laten komen.'


In een vraaggesprek met The New York Times zei sjeika Mayassa vorig jaar dat de sjeiks met het oprichten van kunstinstellingen tegenwicht willen bieden aan de westerse vooroordelen over de islamitische samenlevingen. 'Mijn vader zegt altijd: als je vrede wilt, dan moet je eerst leren elkaars cultuur te respecteren. De mensen in het Westen begrijpen het Midden-Oosten niet. Zij komen met het beeld van Osama bin Laden in het achterhoofd.'


De sjeika heeft geen kunstopleiding; ze studeerde politicologie en letterkunde aan Duke University in North Carolina. Maar volgens de New Yorkse galeriehoudster Leila Heller heeft ze 'grootse plannen om van Qatar een knooppunt voor kunst in de regio te maken, zodat de mensen niet naar New York, Parijs of Los Angeles hoeven te gaan om goede tentoonstellingen te zien. Doha heeft een ambitieus plan om wel twintig musea te openen.'


'De machtigste vrouw ter aarde in de kunstwereld', zoals The Economist haar vorig jaar noemde, laat zich maar zelden zien in galerieën of op veilingen. Veilinghuizen leggen hun klanten vaak uitgebreid in de watten. Maar daarvan moeten de Qatarezen niets hebben. Zij laten het aankopen over aan een handjevol ervaren adviseurs, onder wie Philippe Ségalot en Franck Giraud en nu Guy Bennett.


Bennett, die vroeger aan het hoofd stond van de afdeling Impressionisten en Moderne Kunst van Christie's, wordt gezien als een topkunstmakelaar. Ook twee andere topadviseurs van de Qatarezen, Edward Dolman en Jean-Paul Engelen, zijn afkomstig van het veilinghuis. Vaak kopen zij stukken via tussenpersonen, zodat het niet duidelijk is dat Qatar erachter zit.


Westerse musea zien met lede ogen toe hoe topstukken naar de Golfregio verdwijnen. Maar er is ook begrip. 'Natuurlijk zitten er veel stukken tussen die wij graag zouden hebben', zegt directeur Glenn Lowry van het Museum of Modern Art. 'Maar als Rothko, De Kooning of Kline in Moskou, Sjanghai of Qatar belanden, dan is dat helemaal niet zo erg. Het is een bewijs van het belang van de Amerikaanse cultuur.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.