PVV grootverbruiker moties van wantrouwen

Van de veertig moties van wantrouwen in de afgelopen twintig jaar waren er achttien van de PVV. Andere partijen springen veel spaarzamer om met het instrument en dienen (gemiddeld) hooguit eens in de vijf jaar de zwaarste motie in. ChristenUnie-leider Arie Slob waarschuwde onlangs dat het wapen bot kan worden door overmatig gebruik. Het weerhield de PVV er niet van kort daarop er weer een in te dienen.

Redactie
PVV-leider Geert Wilders tegenover premier Mark Rutte (rechts), vicepremier Lodewijk Asscher (midden) en minister Henk Kamp van Economische Zaken. Beeld ANP
PVV-leider Geert Wilders tegenover premier Mark Rutte (rechts), vicepremier Lodewijk Asscher (midden) en minister Henk Kamp van Economische Zaken.Beeld ANP

'Moties van wantrouwen zijn het allerzwaarste wapen dat de Tweede Kamer heeft. Als je het te vaak gebruikt, wordt het bot.' Arie Slob van de ChristenUnie riep twee weken geleden zijn collega's op bij zichzelf te raden te gaan. Staatssecretaris Frans Weekers overleefde een motie van wantrouwen in het debat over de Bulgaarse belastingfraude. Met zo'n zwaar wapen moet spaarzaam worden omgesprongen, betoogde Slob. Met een motie van wantrouwen kan een meerderheid van de Kamer een bewindspersoon wegsturen. Dit gebeurt echter zelden.

Het aantal moties van wantrouwen is in de afgelopen tien jaar fors toegenomen. In de afgelopen twintig jaar werd veertig keer het vertrouwen opgezegd in individuele bewindspersonen of in het gehele kabinet. In de jaren '90 waren het er slechts vijf, na 2000 volgden er 35 moties van wantrouwen (tussen 2000 en 2004 drie, tussen 2005 en 2009 negentien en sinds 2010 dertien).

Hirsch Ballin
Slechts één keer in die periode trad een minister af na een motie. In 1994 besloot de demissionaire minister Ernst Hirsch Ballin de eer aan zichzelf te houden nadat het werken hem werd belemmerd door een motie van de Kamer. Er valt echter over te twisten of die motie daadwerkelijk er eentje van wantrouwen was, het kabinet was op dat moment demissionair. Minister Dirk Stikker van Buitenlandse Zaken ging Hirsch Ballin in 1951 voor. Hij vertrok na een motie van treurnis over zijn Nieuw-Guineabeleid.

In de statistieken van de afgelopen twintig jaar springt één partij, en met name één politicus, eruit: de PVV van Geert Wilders. Als eenmansfractie zegde Wilders drie keer het vertrouwen op, met de PVV volgden sinds 2006 nog vijftien moties van wantrouwen. Na de PVV is de SP koploper met vijf moties in twintig jaar. Andere partijen gebruiken het instrument gemiddeld ééns in de vijf jaar of minder.

Naast de PVV toonde die andere VVD-dissident, Rita Verdonk, zich ook wat kwistig met het instrument. In 2009 diende ze als eenvrouwsfractie drie moties van wantrouwen in. Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren gebruikte de motie drie keer in twee jaar tijd, in 2011 en 2012.

'Minder effect'
De recente motie tegen staatssecretaris Frans Weekers naar aanleiding van de Bulgaarse Fraude werd ingediend door Pieter Omtzigt van het CDA. Die partij had daarvoor al vijftien jaar geen motie van wantrouwen meer ingediend. Maar ChristenUnie-leider Slob maakte de opmerking omdat de motie tegen Weekers snel volgde op een motie tegen staatssecretaris Fred Teeven van Asiel. Onder Teevens toezicht had een Russische asielzoeker zich van het leven beroofd. Teeven moest van een groot deel van de oppositie vertrekken, maar kreeg steun van beide coalitiepartners.

Slob: 'Je kunt vaststellen dat de laatste jaren steeds sneller moties van wantrouwen worden ingediend. Terwijl ze nooit worden aangenomen. Ik heb dat in al die jaren dat ik hier rondloop althans nog nooit meegemaakt. Bovendien hebben we nu al twee keer in korte tijd gezien dat bewindslieden gewoon bleven zitten terwijl de motie van wantrouwen tegen hen minimaal was verworpen. Het effect wordt blijkbaar minder.'

De moties tegen Weekers en Teeven kregen steun van een aanzienlijk deel van de oppositie. Bij beide debatten was van te voren niet gezegd dat de bewindspersoon het eind van de avond zou redden.

Slappe knieën
De meeste moties van wantrouwen van de PVV kregen geen steun van andere partijen. Het doel lijkt slechts te provoceren, want meestal was bij voorbaat duidelijk dat de moties geen steun zouden krijgen.

Bijvoorbeeld die motie tegen premier Mark Rutte op 17 februari over de Nederlandse afdracht aan Europa: 'Constaterende dat de heer Rutte slappe knieën en geen ruggengraat heeft; betreurt het hopeloos falen van deze premier; nodigt hem uit het Torentje te verlaten en eerste assistent van de heer Van Rompuy te worden, en gaat over tot de orde van de dag.' Ingediend door Geert Wilders en PVV-Kamerlid Barry Madlener. Verworpen door alle andere partijen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden