PvdA moet antwoord geven

Op de mars door de instituties zoals Joop den Uyl die voorstond, raakte een aantal sociaal-democraten de weg kwijt. Tijd voor nieuwe normen, betogen Staf Depla en Steven de Waal....

Mensen maken zich zorgen over het falen van de publieke dienstverlening. Krijgen mijn ouders wel de zorg die ze verdienen als ze naar een verpleeghuis moeten? Is er wel een goede school voor mijn kind als havo of vwo te hoog gegrepen is?

Elk bericht over dit falen voedt de onzekerheid bij de Nederlander en vergroot de boosheid op de bestuurlijke elite. Want naast de vergrote aandacht voor incidenten en het falen van de publieke dienstverlening is er nog iets veranderd. Bestuurders worden tegenwoordig persoonlijk verantwoordelijk gesteld voor het falen en die onzekerheid. Het gaat niet meer over ‘het systeem dat faalt’ of over ‘de regels die niet deugen’. De publieke opinie controleert de machthebbers. Niet alleen politici, ook bestuurders van scholen, zorginstellingen en woningcorporaties.

Dat is logisch. Een groot deel van onze publieke taken wordt immers uitgevoerd door private instellingen, het zogeheten maatschappelijk middenveld. Onder invloed van schaalvergroting, semi-marktwerking en nieuwe concurrentieverhoudingen richt de aandacht van de top van dat maatschappelijk middenveld zich te vaak op bestuurlijke processen, zoals fusies. Terwijl de aandacht permanent moet uitgaan naar het verbeteren van de kwaliteit van zorg, onderwijs of wonen.

Deze clubs, ooit opgericht door vakbonden, kerken, verlichte ondernemers of betrokken ouders zijn van verenigingen tot anonieme stichtingen geworden.

Van wie zijn deze organisaties eigenlijk? Zijn ze nog wel van en voor de burger? Als ze goed werk leveren, is het een zegen om op zo’n school of zorginstelling te werken, in een huis te wonen van zo’n corporatie of op zo’n school les te krijgen. Veel mensen waarderen dat ook. Maar als de kwaliteit beneden de maat is of hardnekkige problemen niet worden opgelost, kan niemand deze bestuurders wat maken.

Burgers spreken politici dan terecht aan, het betreft immers publieke kerntaken. De politiek staat dan, net als die burgers, vaak met lege handen. De bevoegdheden ontbreken om corrigerend op te treden. Maar er dreigt meer: als je de politiek niet meer aan mag spreken op de kwaliteit van onderwijs en zorg, of de betaalbaarheid van het wonen. Als de politiek zegt machteloos te staan. Waarom zou je dan nog naar de stembus gaan? We raken hier het hart van de democratie. De legitimiteit van de rolverdeling tussen overheid en middenveld staat ter discussie.

De sociaal-democratie, de PvdA, wordt hier het hardst door geraakt. Want zij is de partij die van oudsher staat voor emancipatie en het recht op goede publieke dienstverlening die voor iedereen toegankelijk is. Dit wordt versterkt doordat in deze sectoren sociaal-democraten op veel plaatsen bestuurlijke verantwoordelijkheid dragen. De oproep van Joop den Uyl voor een mars door de instituties om zo onze idealen te verwezenlijken is een succes.

Maar tijdens die mars is een aantal bestuurders ook de weg kwijt geraakt. Het resultaat: in opspraak geraakte bestuurders. Het wordt tijd voor nieuwe normen van goed bestuurlijk gedrag. Anders leiden de vele goede bestuurders en professionals onder de kwaden.

Van de PvdA moet daarom een antwoord komen op de problemen in het middenveld en de publieke diensten. De programmatische hoofdlijn, die we werkendeweg in de praktijk willen brengen, ziet er als volgt uit. Allereerst, kies bewust voor dat unieke maatschappelijk middenveld. Private organisaties die publieke diensten verlenen, met inzet op meer burgerinitiatief, menselijke maat en meer ruimte voor professionals en hun beroepstrots.

Niet meer staat. Alles onder rechtstreekse controle van ministers of wethouders brengen, frustreert burgerinitiatieven en burgerinvloed. Het zou een einde maken aan de vele goed draaiende scholen en corporaties. Ook meer marktwerking wijzen we af. Het ondermijnt het draagvlak van publiek gefinancierde investeringen in een voor iedereen toegankelijke publieke sector van goede kwaliteit. Het ondermijnt ook noodzakelijk maatschappelijk verantwoord gedrag, dat immers veel beter gaat als deze private organisaties al een maatschappelijke missie en cultuur hebben. Wel moet het bestuur weer meer van de mensen worden. Democratischer en meer aansluiten bij de waarden van de publieke sector: sober en dienstbaar.

Wat niet zal verdwijnen, is dat het parlement uiteindelijk bepalend zal moeten zijn voor ‘het wat’. Welke publieke belangen moet het maatschappelijk middenveld dienen? Wat zijn de kwaliteitseisen? Voor wie moeten ze toegankelijk zijn en op welke diensten heeft de burger recht? Welke prestaties verwachten we, ook afgezet tegen de publieke middelen die worden ingezet? Welke ruimte laten we voor commerciële activiteiten en financiers?

Dit soort knopen hak je in het parlement niet door op de fictie van ‘politiek primaat’ of op gezag van ambtenaren. Neen, dit moet in samenwerking en samenspraak met dat hele maatschappelijk middenveld: burgers, professionals en bestuurders. Scholen, corporaties en zorginstellingen krijgen de vrijheid om naar eigen inzicht publieke belangen met voldoende kwaliteit en toegankelijkheid voor iedereen te realiseren. Vertrouwen en minder bureaucratie. Als het mis gaat, kijkt de overheid niet weg, maar grijpt in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden