PvdA kan gespletenheid overwinnen

HET was zo aantrekkelijk: het vrije en vrolijke liberalisme. Het neutraal technocratische karakter bracht zowel doeners als denkers binnen de sociaal-democratische stroming in vervoering....

Het marktprincipe zelf wordt niet meer betwist, dat is inmiddels tot dogma verheven. Slechts de snelheid waarmee de markt op de burgers wordt losgelaten, beweegt de PvdA-fractie tot enig weerwerk. Uiteraard gaat dan de zorg vooral uit naar de meest kwetsbare groepen en onveranderlijk kiest de PvdA telkens voor compenserende maatregelen voor de lagere inkomens. Zo ging het bij het kamerdebat over het eigen risico bij het ziekenfonds en bij de kwestie van de hogere huren ten gevolge van de bruteringsoperatie. De feitelijke consequentie is dat de partij de middengroepen niets meer heeft te bieden.

Terwijl Koen Koch de ondergang van de partij al inluidt, doet Arnold Koper nog een vertwijfelde oproep tot een duidelijke koers (Forum, 25 maart en 30 maart). Het probleem is dat de terugweg naar een 'linkse' vakbondsstrategie de partij nog meer in het defensief drukt, terwijl een technocratische koers de partij overbodig dreigt te maken. Klaas Groenveld, directeur van het wetenschappelijk bureau van de VVD, heet de zoekende PvdA-intellectuelen al bij voorbaat hartelijk welkom (Vrij Nederland, 8 april).

Kan dit dilemma waarin de PvdA zich bevindt niet overwonnen worden door een herbezinning op het concept van de individuele verantwoordelijkheid?

Zo langzamerhand wordt de liberale invulling van dit concept duidelijk zichtbaar. Niet alleen in de voortgaande pleidooien voor verdere privatisering, maar ook in de feitelijke ontwikkeling. Hierin is de markt uitgangspunt en eindpunt. Door de markt komt immers de verantwoordelijkheid voor het individuele welzijn bij het individu te liggen dat al calculerend zijn huidige en toekomstige welzijn maximaliseert. Woningen, diensten en pensioenen worden op de vrije markt verkregen.

Interessant is dat dit vrije-marktdenken zich niet beperkt tot de materiële sfeer: ook zingeving, normen en waarden worden in ware post-moderne vrijheid een zuiver individuele aangelegenheid. Egoïsme en egocentrisme zijn niet langer negatieve eigenschappen, maar de kern van de succesvolle overlevingsstrategie.

Zelfs over de noodzaak van een aantal basale gedragsregels, Paul Scheffer duidt ze aan als minima moralia, kan men twisten. Herman van Gunsteren verklaart in de Volkskrant van 25 maart onvervaard de vrije concurrentie van het economisch liberalisme van toepassing op de moraal. Botsende waarden, hoewel lastig bij het stoplicht, zijn juist vruchtbaar voor de samenleving.

Als in liberale kring toch het besef doordringt dat algemeen geldende normen misschien niet gemist kunnen worden vanwege de maatschappelijke stabiliteit wordt pijnlijk duidelijk dat de liberale logica hier geen uitsluitsel kan geven. Frits Bolkestein moet dan zelfs een beroep doen op 'christelijke' waarden in de ontzuilde en atheïstische samenleving die de VVD anderzijds zo toejuicht. Maar zowel in de theorie als in de praktijk worden algemene gedragsregels steeds minder aanvaard.

Had de PvdA met haar sociale traditie niet al eerder afstand moeten nemen van zo'n onwerkelijke invulling van de individuele verantwoordelijkheid? Om te beginnen zou de marktrationaliteit teruggebracht moeten worden tot wat het volgens elke economische theorie is: een kenmerk van de markt. Als de markt al efficiënt is, een blauwdruk voor een prettige samenleving levert ze niet. Het neutrale marktmechanisme levert onvermijdelijk uitkomsten die botsen met doelstellingen van de maatschappij als geheel. Het is merkwaardig dat dit eigenlijk maar op één terrein algemeen wordt onderkend: de bedreiging voor het milieu.

Jacques Wallage, fractievoorzitter van de PvdA in de Tweede Kamer, heeft ook oog voor een ander aspect. In NRC Handelsblad van 31 maart stelt hij vast dat de markt geen onderklasse voorkomt, maar creëert. Inderdaad, niet de marktefficiëntie, maar het streven naar een 'goede maatschappij' behoort het overheidsbeleid te motiveren. Jammer is dat Wallage blijft steken in een keynesiaanse vraagvergroting door infrastructurele investeringen.

In Forum van 4 april roert Paul Kalma weliswaar de belangrijkste problemen aan en roept hij op tot de formulering van een concept van 'maatschappelijke vooruitgang', maar de ontnuchtering volgt snel: De paarse PvdA moet zich het liberalisme - inclusief het marktmechanisme - toeëigenen. Weg eigen PvdA-visie.

Een meer fundamentele herformulering van het leerstuk van de individuele verantwoordelijkheid zou de PvdA misschien uit het defensief halen.

Allereerst moet erkend worden dat de markt zelf vraagt om een centrale regelgeving door een krachtige overheid. Bij het ontbreken daarvan neemt de mafia dit over, zoals de Russische ontwikkeling zo 'mooi' laat zien. Waar de VVD die markt nu percipieert als het hoogste goed, zou de PvdA elk collectief arrangement moeten beoordelen naar de mate waarin het individuele welzijn van allen gediend is. Dit is helemaal eenvoudig als de kosten en baten van wetgeving gewoon geschat kunnen worden. Is bijvoorbeeld de simpele overheveling van de tandzorgverzekering van de collectieve naar de private sfeer in financiële termen wel zo efficiënt?

In het algemeen betekent dit dat een begrip als collectieve lasten niet zonder meer moet worden overgenomen, maar dat de werkelijke lasten voor de burger in het politieke debat een grotere rol gaan spelen. Een dergelijke afweging kan door de middenklasse ook begrepen worden: zij immers, niet de minima, zijn bijvoorbeeld gebaat bij bovenminimale uitkeringen zoals de WW die garandeert.

Nog belangrijker is de erkenning dat collectieve arrangementen onverbrekelijk verbonden zijn met collectieve normen. Waar zekerheid bestaat kunnen plichten ook worden nageleefd. Dwang tot naleving is onvermijdelijk, maar ook wenselijk omdat zo immers meerderheden tegen minderheden worden beschermd. Daarom is het algemeen verbindend verklaren van de cao zo cruciaal. Als arbeidvoorwaarden geheel aan de markt worden overgelaten, zullen ze namelijk zeer lage minima kennen, een feit dat in de Verenigde Staten al velen naar criminele carrières heeft geleid.

Dat wil overigens niet zeggen dat de PvdA geen andere opties zou kunnen uitwerken: een voor de hand liggend alternatief is een stelsel van negatieve inkomstenbelasting of een andere vorm van basisinkomen.

Waar het om draait is dat moraal praktisch geleefd moet kunnen worden. Niet in de laatste plaats omdat de loser van vandaag morgen met een mes op de stoep van de winner kan staan. In de mate waarin collectieve regulering van economie en moraal de willekeur beteugelt, wordt de individuele vrijheid vergroot. De terugkeer naar een (fatsoens)norm zou de PvdA sieren.

Louis Heynsbroek

De auteur is socioloog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden