PvdA-kamerlid Gerda Dijksman heeft genoeg van de sfeer in de fractie 'Als iemand in de fout gaat, hoor je gegniffel'

PvdA-kamerlid Gerda Dijksman stapt na deze kamerperiode op. De cultuur in de fractie verlamt haar. Saamhorigheid is ver te zoeken....

Van onze verslaggeefster

Lidy Nicolasen

KINDERDIJK

In de polder achter het huis staan molens ouderwets op een kluitje. Gerda Dijksman keert haar blik van de molens naar de blinde fabrieksmuur voor het huis. Het ligt niet aan haar ego, dat is voldoende groot, zegt ze. 'Je kunt jezelf ontstijgen als je voor een groep mensen staat in wie je gelooft, die in jou gelooft. Ik heb, misschien meer dan anderen, het gevoel nodig dat er ik niet voor mezelf sta, dat ik het voor iets doe.'

Spontaan zei ze 'ja' toen Felix Rottenberg haar in het najaar van 1993 vroeg zich kandidaat te stellen voor de verkiezingen van de Tweede Kamer. Ze was een nieuwkomer, een politievrouw zonder politiek verleden, 37 jaar en veelbelovend. Toen ze per motie haar eerste 625 agenten binnenhaalde, sprak minister Dijkstal van Binnenlandse Zaken lovend over een 'vliegende start'.

Nu, ruim drie jaar later, houdt Dijksman het voor gezien. 'De cultuur in de fractie verlamt me, vervult me met weerzin', schrijft ze haar collega's. 'Ik vind de fractie zielloos. In plaats van af en toe wat spiritualiteit overheerst een constante zuurgraad. Ik vind dat onleefbaar.'

Op de bank thuis is ze minder hard, kiest ze haar woorden zorgvuldig, vermijdt ze angstvallig namen te noemen. 'Ik ben niet bepaald een watje', zegt ze. 'Ik kom uit de politiewereld. Ik hoef ook geen warm bad of een lieve vriendenclub. Het enige wat ik wil is dat we hetzelfde doel hebben, een aantal beginselen delen, betrokkenheid hebben met elkaar. Het is er niet.'

De start was lastig, voor de hele PvdA-fractie. De enthousiaste nieuwkomers bogen zich over de opdracht buiten de gebaande paden te gaan, de ramen open te gooien en de wereld van buiten het Binnenhof naar binnen te brengen. De oudgedienden likten hun wonden. Eind 1994 was er 'zwarte zaterdag', een fractiedag waarop de twee groepen lijnrecht tegenover elkaar stonden en bleven staan.

Het verhaal van Dijksman begint daar. 'Er was veel pijn bij de zittende kamerleden om het gedwongen vertrek van hun collega's. Wij hadden daar als nieuwkomers geen idee van. Je hebt meer contact met elkaar, je houdt je aan elkaar vast, wat je bindt is je onzekerheid.'

Hoe diep het wantrouwen zit blijkt op Prinsjesdag, als de nieuwe vrouwen zich met hoed op laten zien. Het is tegen het zere been van de oudgedienden die als vanouds de hoedenparade niet passend vinden voor sociaal-democraten; die de actie uitleggen als een exercitie tegen hen gericht. In de gesprekken die volgen, vloeien tranen. 'Hebben wij het dan al die tijd niet goed gedaan?', vragen de oudgedienden gekwetst. Dijksman: 'Wij hadden geen weet van alle ellende.'

Dijksman is, zegt ze, een doener. Altijd geweest. Ze vraagt fractievoorzitter Wallage in een brief om aandacht voor de gespletenheid. Ze richt een cultuur-werkgroep op en met vier collega's, allen vrouw, verricht ze veldwerk. Hun analyse legt bloot hoe sommigen als vanzelf worden buitengesloten, hoe anderen zich hun maatjes zoeken en voor het overige de boel de boel laten.

Het fractiebestuur schrikt van de analyse, zegt Dijksman. 'Was de vernieuwing mislukt? Nee, het is een proces dat gepaard gaat met pijn.' Het wordt het thema van de fractiedagen in 1995. De collega's erkennen dat de club onderlinge samenhang mist, dat sommigen kansen krijgen en anderen ernstig in hun werk worden belemmerd. Er gloren betere tijden voor de fractie.

Voor Dijksman zelf slaat het noodlot toe. Vrijwel een heel parlementair jaar is ze uitgeschakeld omdat ze aan een hernia geopereerd moet worden. 'Ik hoefde niet te knokken om m'n portefeuille terug te krijgen toen ik na het zomerreces terugkeerde. Politie, veiligheidsbeleid en jeugdhulpverlening. Dat was het niet. Peter van Heemst had me waargenomen en dat steeds in overleg gedaan. Maar na dat jaar merkte ik ineens dat de fractie uit winners en losers bestond. Er gebeurde iets raars. Ik was een twijfelgeval geworden en bijna automatisch belandde ik bij de losers.

'Misschien is het beetje naïef te denken dat je zo weer kunt inschikken, maar ik zag veel scherper dan voor m'n ziekte de gesloten cultuur, de technocratische sfeer en debatten. M'n collega Oudkerk sprak daar onlangs over naar aanleiding van de verkiezing van het fractiebestuur. Er wordt niets uitgepraat, zo'n sfeer slaat dood.

'Iedereen heeft z'n eigen winkeltje. De desinteresse voor de onderwerpen van anderen is groot. Over de politiebegroting kreeg ik twee vragen uit de fractie. Je moet het doen met de woordvoerders van andere partijen. Ik noem het zielloosheid. Er is geen vuur, geen spiritualiteit. Mensen zitten er lamgeslagen bij. Je krijgt het gevoel dat het er niet toe doet dat je die fractievergaderingen bijwoont.'

Doodmoe wordt ze ervan, zegt Dijksman. Het zuigt haar energie weg als ze ziet dat anderen aan de zijlijn ongelukkig zitten te zijn. Gelukkig is ze zelf evenmin, maar ze is niet iemand die lijdzaam afwacht. 'Natuurlijk, je bent als kamerlid al ontzettend eenzaam in de debatten die je voert. Jij staat daar. Als je het debat voorbij is, wil je dat je fractie achter je staat. Dat gebeurt niet. Nee, het is erger. Heel vaak hoor je gegniffel als iemand in de fout gaat.'

Ze meent de teleurstelling over de weigering van het fractiebestuur haar regelmatig te laten meelopen met de Amsterdamse politie, achter zich te hebben gelaten. Maar de argumenten van de fractieleiding 'als er iets gebeurt, slaat dat op ons terug', dringen zich weer op als ze publiekelijk stelling neemt tegen het strafbaar stellen van het bezit van een enkele band met kinderporno. Ze had haar opvatting niet mogen openbaren, ze had zich met de fractie moeten verstaan.

'Wat uitblijft, is de discussie. Nee, ik heb daar geen schijt aan. Ik wil die cultuur niet accepteren omdat het geen recht doet aan de vernieuwing. Het politieke handwerk volgt op de discussie in de samenleving. Ik kom niet zomaar tot zo'n conclusie. Vanwege het debat over kinderporno heb ik vele betrokkenen om de tafel gebracht. Maar op dat werk word je niet beoordeeld. Wat telt is het quootje op televisie, het debat in de Kamer.'

Van een persoonlijke nederlaag wil ze niet weten. 'Ik constateer alleen dat ik elders misschien beter tot m'n recht kom. Ik heb veel meer in m'n mars dan er is uitgekomen.' De vraag of ze misschien toch geen politicus is, beantwoordt ze met een wedervraag. 'Ben ik niet geschikt als politicus omdat de cultuur me belemmert? Of moet de cultuur anders? Ik ben niet de enige, het speelt niet alleen in de PvdA-fractie. Het is een managementskwestie, dat wil ik benadrukken. Tuurlijk, ze zullen zeggen: het is jouw probleem. Ik wil me ook aantrekken dat ik te gevoelig ben. Maar het gaat niet om mij alleen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden