Pure improvisatie

'Een reusachtige man met de gratie van Rudolf Nurejev', vond Norman Mailer. Niet alleen over de bokstechniek van Cassius Clay alias Muhammed Ali is veel gezegd....

Meer nog dan The Louisville Lip (zijn eerste bijnaam), The Greatest (volgens hem zelf) en sportman van de eeuw (volgens ons) is Muhammed Ali een practical joker. Altijd geweest, altijd gebleven.

Ali opent de deur en doet een stap opzij. Eerst mag het bezoek de trap op naar zijn kantoor op de tweede verdieping. Halverwege de trap wordt duidelijk waarom. Opeens grijpt hij het bezoek vast aan een voet. Het is de oude struikel-op-de-trap-grap. Muhammed Ali is dol op dit soort grappen.

De voet is van Washington Post-journalist David Maraniss die de oud-bokser vijf jaar geleden bezocht in zijn boerderij in Michigan. Als je de trap op gaat, kom je terecht in het hoofdkantoor van GOAT. Die afkorting staat voor Greatest Of All Times en goat is het Engelse woord voor geit. Zelfspot en een groot ego, een trefzekere combinatie.

Maraniss legt zijn bezoek af in 1997, een jaar nadat Ali in Atlanta het olympisch vuur had ontstoken, misschien wel zijn meest glorieuze moment. Hij trilt over zijn hele lichaam en het kost hem de grootste moeite de toorts een moment stil te houden boven het olympisch brandpunt. Als dat eindelijk lukt, hebben de Spelen van 1996, nog niet eens begonnen, hun hoogtepunt al achter de rug.

Lonnie, zijn vierde echtgenote: 'We gingen na afloop terug naar ons hotel en hij heeft nog urenlang sprakeloos in een stoel gezeten met die toorts in zijn hand. Alsof-ie voor de vierde keer wereldkampioen was geworden.'

Jack Ramsey, een vriend: 'Ik zag hem huilen en trillen en ik schreeuwde tegen de tv: kom op, je verdient het. Ik was zo trots op hem. Het betekende ook zoveel: eindelijk had Amerika hem in zijn hart gesloten als een held.'

In het hoofdkwartier van GOAT stelt Maraniss zichzelf de ontzagwekkende vraag of hij op dat moment in het gezelschap verkeert van de beroemdste mens ter wereld. Wie zou het anders kunnen zijn? De paus? Nelson Mandela? Nee, geen sprake van. Meer dan een sportheld, meer zelfs dan een held van het zwarte ras is Muhammed Ali een boegbeeld van de mensheid.

'Vergeet alles wat je denkt te weten', staat geschreven op het affiche van de speelfilm Ali die volgende week in Nederland gaat draaien. Het is een opdracht die uit wanhoop geboren moet zijn. Normaal gesproken moet Hollywood een leven uitvergroten. Anders houdt het geen stand op het witte doek. Zelfs het leven van Mahatma Gandhi, toch ook een boegbeeld van formaat, bood David Attenborough in 1982 nog voldoende ruimte voor versterking van het drama.

Maar wat te doen met een veelomvattend leven dat door journalisten, fotografen en cameramensen tot in zijn intiemste details is gevolgd, dat onderwerp was van documentaires en talloze boeken? Wat te vinden van een biopic over een levende legende, gemaakt onder het wakend oog van de legende zelve en gespeeld door een acteur die stijf staat van bewondering?

Vorige maand werd Muhammed Ali zestig jaar. Bij die gelegenheid kreeg hij een ster op Hollywood Boulevard, op de zogenoemde Walk of Fame. Maar in tegenstelling tot al die andere sterren hangt de zijne aan de muur. 'Ik wil niet dat er over me heen gelopen wordt', zei Ali. De rebel is een knuffelrebel geworden, maar nog even tegendraads.

Hij werd geboren in Louisville als Cassius Marcellus Clay. Zijn ouders hadden hem vernoemd naar een verlicht plantagehouder die zijn slaven de vrijheid schonk. Maar 22 jaar later wilde de kersverse wereldkampioen zwaargewicht verder door het leven als moslim en onder de naam Muhammed Ali. Alleen slaven laten zich Cassius Marcellus Clay noemen.

Als kind was hij zich al bewust van zijn zwarte huidskleur en de ondergeschikte positie die daarbij hoorde. In de film wordt zijdelings gerefereerd aan een rassenincident dat inderdaad diepe indruk op hem maakte. Emmett Till, een zwarte jongen van veertien jaar, had in 1955 zomaar een blanke caissière aangesproken. Uitgedaagd door zijn vrienden zei hij bij het afscheid bye, bye baby. Het gebeurde in Mississippi, een om zijn discriminatie beruchte staat, en een paar dagen later werd Emmett Till gedood door de echtgenoot van de caissière.

Cassius Clay was toen zelf net een jaartje bokser en de aanleiding was een gestolen fiets. Hij had de diefstal bij een agent gerapporteerd, die hem aanraadde om te leren boksen. Dan kon hij de dief zelf een lesje leren.

Nog zo'n fijne anekdotische herinnering die een glorieus leven inleidt: Angelo Dundee, de trainer die hem zijn hele carrière terzijde stond, leerde Clay een paar jaar later kennen. Hij zat in Louisville met een stel boksers in een hotel toen er vanuit de lobby werd gebeld. Het was een zestienjarige jongen die zei dat hij over twee jaar olympisch kampioen boksen zou worden en of Dundee naar beneden wilde komen voor een kennismaking.

Vier maanden na zijn olympische titel in Rome bokste Clay in Louisville zijn eerste professionele bokswedstrijd en Angelo Dundee stond in de hoek. Tegenstander was Tunney Hunsaker, winst in de zesde ronde op beslissing van de scheidsrechter.

Zo ging het in één opgaande lijn naar Miami waar hij op 25 februari 1964 de uitdager was van wereldkampioen Sonny Liston. Tom Wolfe was ter plekke, toevallig ook in het casino waar de wereldkampioen en de uitdager elkaar voor het gevecht troffen. High Noon aan de roulettetafel.

De uitdager komt binnen. Eerst imiteert hij het opgewonden gemurmel van omstanders: kijk, daar heb je Cassius Clay. Dan zegt hij tegen de wereldkampioen: hé, grote, lelijke beer! Ik ga nu alvast met je vechten, want je bent te lelijk om nog vrij rond te lopen. Je bent zo lelijk dat de spiegels van de muur vallen als je er langs loopt. En als je gaat huilen, kruipen de tranen van schrik naar boven. Zo enorm lelijk ben je!

De roem die Cassius Clay wereldwijd vooruit snelde, kwam uit zijn eigen grote mond. Clay was al een rapper toen de rappers nog geboren moesten worden. So when they ask you: what's the latest, just say: ask Ali, he's still the greatest. Er is vaak gegist over de herkomst van zijn rijmkunst. Soms was die zo inventief dat niemand kon geloven dat Clay zelf de maker was.

'Zweven als een vlinder, steken als een bij', Clay's beroemdste dichtregel, is bedacht door mental coach Bundini Brown. In de film wordt dat handig opgelost: je hoort het Clay zeggen en je ziet Bundini's mond bewegen. Volgens Dundee droeg iedereen uit het Ali-kamp zijn steentje bij. Maar het mooiste gedicht, gemaakt voor het eerste treffen met Liston, is van de grootste zelf.

Clay comes out to meet Liston

And Liston starts to retreat.

If Liston goes back any further

He'll end up in a ringsside seat.

Clay swings with a left

Clay swings with a right.

Look at young Cassius

carrying the fight.

Met zijn verbaal geweld, brutaal maar humorvol, gaf Cassius Clay boksen een ander aanzien. De sport kwam in de Verenigde Staten rechtstreeks voort uit de slavernij. De plantagefamilies kwamen bijeen om hun slaven tegen elkaar te zien vechten en een slavensport is het eigenlijk tot 1964 gebleven. Je had de goede neger, zoals Floyd Patterson: onderdanig en bereid zich aan te passen. Je had de slechte neger zoals Sonny Liston: een monster met een verleden van tuchthuizen.

En toen kwam Cassius Clay: welbespraakt, een gebeeldhouwd lichaam en van onbesproken gedrag. Hier kwam een man die niet geaccepteerd wilde worden, maar gerespecteerd. Meer nog dan The Beatles, John Kennedy of Andy Warhol zou hij uitgroeien tot het icoon van de jaren zestig. Maar om een boksende legende te worden, moest Ali eerst een legendarische bokser zijn.

De meeste wereldkampioenen leren boksen op straat en worden pas als pubers geschoold. Ali niet. Hij kwam uit een naar verhouding welvarend gezin en zat al jong op een boksschool. Daar ontwikkelde hij zijn geheel eigen techniek die veel minder dan bij zijn collega's op gewelddadigheid was gestoeld.

Norman Mailer: 'Het was alsof een reusachtige man met de gratie van Rudolf Nurejev had geleerd hoe je iemand knock-out moet slaan.' Henry Cooper, tweemaal zijn tegenstander: 'Ik hield ervan om tegen grote kerels te boksen, die waren altijd vrij langzaam. Maar Ali was een uitzondering op die regel. Hij was zo snel als een middengewicht.'

Hans Kaplan, Amerikaans boksexpert: 'Ik zag hem voor het eerst boksen tegen Liston en het was wonderbaarlijk. Zijn handen bungelden ergens ter hoogte van zijn knieën en hij sprong steeds door de ring. Het leek wel of hij voorvoelde wanneer er een stoot aan kwam. Dan deinsde hij gewoon achteruit. De oude bokstrainers konden hun ogen niet geloven. Ze zeiden: die jongen gaat eraan.'

Sonny Liston, een monster met droeve ogen, had voorspeld dat hij daarvoor slechts twee ronden nodig zou hebben: anderhalve ronde om Clay te pakken te krijgen en een halve om hem knock-out te slaan. Maar de partij duurde zeven ronden en het was Liston die de handdoek wierp, waarna een uitzinnige Clay tegen de sceptische journalisten riep dat hij the greatest was.

Is hij inderdaad de grootste geweest? Kaplan: 'Daarin moet je onderscheid maken. Wie heeft de hardste stoot, wie heeft de beste defensie? Ali had in elk geval durf en een enorme ambitie. Hij is zeker een van de grootste boksers geweest met een defensieve stijl. Ali werd weinig geraakt. Dan houd je het in elk geval lang vol.'

Zijn loopbaan duurde tot eind 1981 en dat was een paar jaar te lang. Op 11 december verloor Muhammed Ali van Trevor Berbick, maar vooral van zichzelf. Door de klappen die hij met name van Joe Frazier en Ken Norton had gekregen, was zijn zenuwstelsel al aangetast.

Het is een aan de ziekte van Parkinson gerelateerde storing. Onzeker is of het boksen de oorzaak is. Er doen verschillende theorieën de ronde. De ziekte is met pillen redelijk onder controle te houden, is ook niet dodelijk, maar heeft zijn spraakvermogen en lichaamsbeheersing drastisch ondermijnd.

De film Ali concentreert zich op zijn hoogtijdagen en die lagen tussen 1964 en 1974, de periode tussen verovering en herovering van de wereldtitel, de periode ook waarin hij Amerika's meest gehate burger werd.

Ali's rol in de wereldgeschiedenis wordt het best omschreven door Mike Marquee, een van zijn talloze biografen: 'Muhammed Ali is de barometer van de tijdgeest geweest. Wie zijn carrière volgt, ziet de emancipatiestrijd van de zwarten ontstaan, de opkomst van het zwarte zelfbewustzijn, het verzet tegen de oorlog in Vietnam, de commercialisering van de sport en het veranderende zelfbeeld van Amerika.'

Marquee trok zijn vergelijking nog voor de aanslagen in New York en Washington. Maar ook nu laat Ali zich, ondanks zijn handicap, gelden. In het benefietconcert A Tribute to Heroes verscheen hij zij aan zij met Will Smith, de hoofdrolspeler van Ali, en in zijn afkeuring van het geweld, toch gepleegd door geloofsgenoten, toont hij zich als moslim een stuk patriottischer dan menig landgenoot.

Een maand na zijn zege op Liston sloot Clay zich aan bij de Nation of Islam en kreeg hij van geestelijk leider Elijah Muhammed de naam Muhammed Ali. Als de film iets waarmaakt van zijn adagium ('Vergeet alles wat je denkt te weten'), dan is het op dat vlak. Ali werpt met name een nieuw licht op de dubieuze rol van Elijah's zoon Herbert die optrad als zijn manager en hem volledig liet barsten toen hij als dientsweigeraar geschorst was.

De film is tevens een eerherstel van Malcolm X die uit de beweging werd gezet en vermoord. Ali stond in het conflict aan de zijde van de familie Muhammed, maar lijkt daar naderhand spijt van te hebben gehad. De film drukt dat althans duidelijk uit.

Ali's persoonlijkheid wordt in al die biografieën waarschijnlijk het best verwoord door Ferdie Pacheco, zijn toenmalige arts. 'Hij is een primair denker en heeft een instinctief gevoel voor wat goed en slecht is.'

Het is de best denkbare verklaring voor het raadsel waarom een ongeletterde man die wegens een te laag IQ als zestienjarige was afgewezen voor het leger zo'n voorname rol heeft gespeeld op het wereldtoneel. Een lenige geest en een grote daadkracht - waarschijnlijk is dat het geheim van iedere grote sporter.

Zijn beroemdste bokspartij, de Rumble in the Jungle in 1974, won hij dankzij dat instinct. Muhammed Ali was niet meer zo lichtvoetig als vroeger en iedereen vreesde dat hij kansloos was tegen de krachtcentrale George Foreman, een pure straatvechter.

Archie Moore, lid van het Foreman-kamp, vertelde later aan George Plimpton dat het kamp voor aanvang van het gevecht in gebed bijeen kwam. 'Ik heb toen een schietgebedje voor Ali gedaan. Ik was bang dat George hem zou doodslaan.'

Maar Muhammed Ali liet zich, in strijd met gangbare bokswetten, in de touwen duwen. Met armen en handschoenen verweerde hij zich tegen de mokerslagen van Foreman die als een dolgeworden stier zichzelf uitputte. In de achtste ronde stapte Ali plotseling naar voren, haalde Foreman met een korte combinatie neer en heroverde zijn wereldtitel.

Mailer heeft dat moment prachtig verwoord: 'Foreman ging onderuit als een zestigjarige butler die zojuist tragisch nieuws heeft gehoord. Het was een val die wel twee seconden duurde. Hij viel als het ware in gedeelten.'

Ali vertelde een jaar later in Playboy hoe die gedenkwaardige overwinning tot stand was gekomeen. 'Het was helemaal geen vooropgezet plan om zo te boksen. Maar in de eerste ronde voelde ik al aan dat het een zwaar gevecht zou worden en dat ik het mischien niet aan kon. Daarom ben ik in de ringen gaan hangen om George uit te putten. Het was mijn enige kans.'

Op dezelfde, instinctieve manier rolde Ali's beroemdste oneliner, uitgesproken begin 1966, hem uit de mond. Om de oorlog in Vietnam te beslissen had de Amerikaanse regering besloten de dienstplicht in te voeren. Ook Ali, eens te dom bevonden, kwam er niet onderuit.

Hij had zich nooit gerealiseerd dat zoiets kon gebeuren, sterker nog: hij had zich nauwelijks met die oorlog bezig gehouden en werd opeens bestookt door journalisten die een standpunt wilden hebben. Het ene telefoontje volgde op het andere en opeens zei Muhammed Ali: I ain't got no quarrel with them Vietcong.

Het was gezegd in een opwelling en was even vernietigend als de anchor punch waarmee hij Liston verraste in hun revanchepartij. Journalist Robert Lipsyte was ter plekke: 'Het is hét moment van Ali geweest, een opmerking waarmee hij voor jaren geliefd en gehaat was. Het klonk als een bedacht statement, maar in feite was het pure improvisatie.' In dat ene achteloze zinnetje verwoordde Muhammed Ali de sluimerende weerzin tegen die oorlog en omdat hij als dienstweigeraar bij zijn eigen woord bleef, werd hij het symbool van dat verzet.

Zo is het leven van Muhammed Ali, binnen en buiten de ring, eigenlijk een voortdurende opwelling geweest. De ziekte van Parkinson heeft hem zijn belangrijkste wapens uit handen geslagen. Zijn lichaam danst niet meer als een vlinder en zijn mond steekt niet meer als een bij, maar hij kan nog steeds een grappenmaker zijn.

Voor het laatste hoofdstuk van zijn biografie King of the World reisde David Remnick naar het hoofdkwartier van GOAT voor een audiëntie bij de grootste geit aller tijden.

Elk woord verlaat met de grootste moeite zijn mond. Op een gegeven valt Ali stil. Hij sluit de ogen. Het duurt zeker een paar minuten. Net als ik denk dat hij slaapt, gaan de ogen weer open.

'Got you', zegt hij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden