Pure emotie

Is trots wel iets om zo trots op te zijn? Drie psychologen, een filosoof en een historicus buigen zich over Trots op Nederland, de naam van de nieuwe politieke beweging van Rita Verdonk....

rots op Nederland? ’Wat een soepnaam!’‘Wel heel erg Unox.’

Dat Rita Verdonk niet meteen na haar vertrek uit de VVD de nieuwe naam van haar partij prijsgaf, was slim. En dat het geen bleke Beppennaam zou worden, konden we weten. ‘Iets’ met Nederland viel te verwachten. Maar Trots op Nederland? Hoe verzin je het.

‘Slimme naamkeuze’, zegt Bob Fennis, universitair hoofddocent aan de Universiteit Twente, die zich heeft toegelegd op consumentenpsychologie en communicatie.

‘Leuk bedacht’, erkent ook Agneta Fischer, hoogleraar sociale psychologie aan de Universiteit van Amsterdam, gespecialiseerd in emotietheorieën.

Trots op Nederland – het is een naam die de warmte uitstraalt van een royale moederboezem op een koude winterdag. Je ruikt de rookworst, je voelt de kriebelmuts in je haren en je hoort het krassen van de schaatsen op het ijs. Daaraan denk je niet bij Democraten 66. Of bij de Staatkundig Gereformeerde Partij. Trots op Nederland is nostalgie met een kloeke blik vooruit. Het is geen partij, maar een beweging. Het gaat niet om wat Nederland is, of zou moeten zijn, maar om het gevoel dat erbij hoort. En de naam blaast het onverschrokken van de toren: Trots op Nederland is pure emotie.

‘Trots is een emotie. Zo veel is zeker’, beaamt sociaal-psycholoog Fennis. ‘Het is een emotie die je kunt laden met begrippen als bewustzijn van het nationale erfgoed of van de nationale identiteit.’

‘Trots heeft te maken met je identiteit, je eigenheid, met alles wat bij jou hoort – je kinderen, je bedrijf, je land’, verklaart Paul Wijts, psychoanalyticus bij RIAGG Maastricht. ‘Het is een indicatie van hoe je denkt en voelt over jezelf.’

Tot zover het goede nieuws over trots. Maar is trots wel iets om zo trots op te zijn? In christelijke kringen geldt trots eerder als zonde.‘De Schotse Verlichtingsfilosoof David Hume beschreef het als de paradox van trots: dat datgene waar je trots op mag zijn uit goede deugden bestaat, maar dat de trots zelf als ondeugd wordt beschouwd’, lacht de Belgische filosoof Hans Maes, auteur van het boek Bescheidenheid, trots en ijdelheid.

Er is een verschil, duidt hij, tussen liefde voor en trots op het vaderland. ‘Laat ik een voorbeeld geven: we houden allemaal van ons ouderlijk huis, niet omdat het het mooiste of het grootste is, maar omdat het ons dierbaar is. Als je trots bent op een huis dat je net gekocht hebt, ben je dat omdat het bepaalde kwaliteiten heeft. Maar als het huis afbrandt, heeft het die kwaliteiten niet meer en ben je ook niet meer trots. Wanneer dat gebeurt met je ouderlijk huis, zul je er nog altijd van blijven houden. Voor de meeste mensen is gehechtheid aan het vaderland te vergelijken met de liefde voor het ouderlijk huis. Als het even slecht gaat met Nederland, zullen de meesten hun gehechtheid niet direct opgeven.’

Volgens Fischer is trots in principe een positieve emotie, maar anders dan bijvoorbeeld blijdschap. ‘Bij trots speelt altijd een sociale vergelijking. Als je trots bent op Nederland, impliceer je daarmee dat er andere landen zijn waarop je minder trots bent. Dan heb je het over een relatie waarin groepen met elkaar worden vergeleken en is er sprake van een ingroup en een outgroup. Een wij-zij situatie die je op allerlei niveaus kunt invullen: wij zijn christenen, zij zijn moslims. Wij zijn Nederlanders, zij niet.’

Fennis: ‘Als je trots bent op je werk of je werkgever en je loopt het vuur uit je sloffen voor hem, dan is dat hartstikke goed. Maar als je trots bent op discutabele zaken of op een identiteit die niet verder wordt ingevuld; als trots wordt overgelaten aan het onderbuikgevoel, kun je bedenkelijke toestanden krijgen, zoals ingroup favorism: dat je alles van je eigen groep helemaal fantastisch vindt en alles van de andere groep negatief beschouwt. Dat kan leiden tot griezelige uitwassen als rassendiscriminatie.’

In de ogen van de psychoanalyticus Paul Wijts kleeft er ook een ander gevaar aan trots. De keerzijde van trots is schaamte. Dat is geen fijn gevoel. Dat is een gevoel om maar snel te vergeten of te maskeren. Door bijvoorbeeld trots. ‘Trots hoort bij een gezond gevoel van eigenwaarde en zelfvertrouwen. In zo’n situatie kan er ook waardering zijn voor de eigenschappen van anderen. Maar als dat gevoel van eigenwaarde in crisis raakt, kan trots ook redding bieden. We maken ons dan extra groot, maar dat gaat wel ten koste van de waardering van anderen.’

In zo’n geval is trots een reactie op kwetsbaarheid en zolang die kwetsbaarheid blijft, is er ook geen ruimte voor kritiek. ‘Verdonk speelt in op angst dat de Nederlandse identiteit verloren gaat. Haar oplossing: je mag weer trots zijn. Maar dat gaat dus ten koste van de ruimte om verbinding te voelen met andere volkeren en landen. Zo’n houding kan uitmonden in haat, afkeer en in laatste instantie oorlog. Dan moeten de rijen gesloten worden en wordt kritiek op datgene waarop je trots bent niet meer geduld.’

En dat is voor filosoof Maes een reden om het bij liefde voor het vaderland te houden: ‘Liefde kan ook samengaan met kritiek. Ouders moeten soms níet trots zijn op hun kinderen en dat geldt ook voor politici. Die moeten af en toe kunnen zeggen waar ze niet trots op zijn en dat wordt moeilijk als je juist die trots in je vaandel hebt staan.’

Trots is echter niet alleen een emotie, maar ook een karaktertrek, analyseert Maes. In dat geval spreek je van een trotse persoon. Trots als emotie is een reactie op een bepaalde prestatie of verdienste. Maar trots als karaktertrek is altijd aanwezig als een vaste kwaliteit en hoeft niet keer op keer te worden bevestigd. ‘Een trots persoon zal zich niet constant op de borst kloppen of zich overvallen voelen door een gevoel van trots. Dat is wat me stoort aan Trots op Nederland. Er bestaat het gevaar van zelfingenomenheid. Bij vaderlandse trots (wat dus iets anders is dan trots zijn op het vaderland), wil je echter een aantal zaken in ere houden, zonder dat je de hele tijd hoeft te wijzen op wat je goed doet.’

In sommige gevallen wijst trots als emotie dus eerder op zwakte dan op kracht. Wijts: ‘De trots van Rita Verdonk kun je zien als een reactie op het gevoel van bedreiging van de eigen identiteit. Als je je sterk voelt, hoef je niet overmatig trots te zijn. Dan zeg je: Nederland is zó sterk, we kunnen de wereld aan, iedereen is welkom.’

Maar trots is ook een zeer bruikbaar instrument, vindt Agneta Fischer. ‘Gevoelens spelen altijd een rol bij de aansluiting bij en de vorming van groepen. Je kunt geen groep hebben zonder emoties. Protestgroepen worden soms gebonden door boosheid of verontwaardiging, maar boosheid is weinig positief. Een positieve insteek is altijd beter om mensen ergens bij te betrekken.’

Het prettige van trots is dat het niet zomaar een blij gevoel oplevert, maar dat het je kan meenemen in een gevoel van superioriteit – basking in reflected glory, zoals dat in psychologische terminologie heet: meedelen in de glorie zonder dat je er iets voor hebt hoeven doen. ‘Dat is het gevoel dat Verdonk probeert te creëren en bij haar impliceert dat ook trots op Nederlandse normen en waarden. En dat betekent dus ook juist géén andere normen en waarden, al zegt ze dat er niet expliciet bij. Ze definieert de groep zo groot mogelijk zodat zo veel mogelijk mensen zich kunnen aansluiten.’

Zo profileert Verdonk zich als een kundig politicus en slimme merkenmaker. ‘Heel handig’, zegt Bob Fennis, ‘dat ze dat begrip niet expliciet heeft gedefinieerd. Daardoor kunnen wij allebei iets in de partij zien, gebaseerd op dat gevoel trots, terwijl dat voor mij iets heel anders is dan voor jou.’

Daarmee is ze een van de weinigen in de Nederlandse politieke arena die een enkele emotie zo prominent naar voren brengen en openlijk benoemen, iets wat historicus Gerrit Voerman van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen van de Rijksuniversiteit Groningen bevestigt. ‘Verdonk heeft niet alleen een ideologisch-programatische aanpak, maar ook een emotionele en daarbij past het woord trots. Ze wil een nieuwe politiek. Ze wil luisteren naar de mensen. Zij vindt emoties in de politiek ook belangrijk. En het vertolken van emoties past weer in haar populistische strategie. De gevestigde partijen hebben, eerst volgens Fortuyn en later volgens Wilders en ook Verdonk, het contact met de bevolking verloren. Die stem wil zij weer laten horen en de stem des volks heeft bij uitstek met emoties te maken.’

‘Trots is haar unique selling point’, vindt Fennis. ‘Haar merk laat zien waarvoor ze staat, maar ze maakt ook de manier waarop ze het debat wil aangaan tot norm. Ze heeft de juiste toon gevonden voor de doelgroep die ze wil bereiken. Daarin verschilt ze ook in de manier waarop dat in de klassieke politieke retorica gebruikelijk was. Dat was een zaak van nette heren die met weloverwogen standpunten elkaar probeerden te overtuigen. Zij is een treffende exponent van het steeds emotionelere debat. Maar dat zie je in de marktwerking en de reclame natuurlijk al veel langer. Daar weten ze allang dat je een pot pindakaas beter verkoopt met emotie.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden