Purdy's desolate proza biedt ook hoop

NA BIJNA tien jaar is er een nieuwe roman van James Purdy verschenen met de mooie titel Gertrude of Stony Island Avenue....

In Purdy's werk is sprake van een intense en deels agressieve zucht om het burgerlijke aan de kaak te stellen, waardoor hij doet denken aan de Franse schrijvers Louis-Ferdinand Céline en Jean Genet. Hun werk kan immers ook gezien worden als een aanhoudende kritiek op de burgerlijke samenleving, als een vorm van verzet tegen de conventies van deze maatschappij - zoals dat zich aan het begin van de eeuw in Europa aankondigde en tevens een afkeer inhield van een aantal centrale beschavingsidealen, belichaamd in christendom, universalisme en democratie.

De romans van Céline en Genet tonen zelfs een zekere verheerlijking van het leven aan de zelfkant, op het scherp van de snede, van misdadigheid, geweld, bloed en seksuele uitwassen. De geniale kanten van het lyrische proza van deze schrijvers en van dat van Purdy worden door vriend en vijand onderkend. Maar naast grote bewondering roept het ook sterke weerstand op. Dit vindt zijn verklaring in het schokkende karakter van de concrete uitwerking van deze zwart-extremistische ideeënwereld en misschien ook in het gegeven dat niet alleen een kunstzinnige maar ook een cultureel-politieke uitdrukkingsvorm van dit gedachtegoed bekend is: het fascistoïde regime. Overigens is de weerstand tegen Purdy in het puriteinse en vooral provincialistische Amerika veel sterker geweest dan in het meer door de wol geverfde Europa.

Naast huiveringwekkende zijn er ook positieve kanten aan deze grensverleggende visie op het leven; die zijn zeker bij Purdy aan te wijzen en misschien wel bij uitstek in dit laatste boek. Het gaat er dan niet zozeer om dat gebroken wordt met conventies op zichzelf, maar dat de moed wordt opgebracht de duistere kanten van de mens te belichten uit een verlangen de menselijke natuur of de tragiek van de wereld te kennen en misschien te aanvaarden. Hoe paradoxaal het ook moge klinken, Purdy's desolate proza biedt ook hoop en zelfs troost.

Een belangrijk kenmerk van Purdy's verhalen is de onwerkelijke, droomachtige, mythische sfeer waarin de gebeurtenissen zich afspelen. Bovendien zijn zijn personages geen van allen uitgewerkte persoonlijkheden. Het zijn geen karakters, waarin je je als lezer gemakkelijk kunt inleven. Een Amerikaanse bespreking van Gertrude of Stony Island Avenue noemde de ongeloofwaardigheid van de karakters als een van de redenen waarom de roman 'diepgaand onbevredigend' was.

Maar het is niet de bedoeling dat de personages als mensen geloofwaardig zijn; je leest Purdy niet om de intrige of de plot. Het is niet de mogelijkheid tot identificatie die Purdy's verhalen zo diepzinnig maakt. Het is alsof hij zijn belangrijkste thema's via maar tevens buiten de lotgevallen van zijn personages om, communiceert. In sommige opzichten doet zijn werk denken aan verhalen uit de Griekse mythologie. De kracht van die verhalen zit hem ook niet in de herkenbaarheid van de protagonisten.

Gertrude is de jong gestorven dochter van Carrie en Vic Kinsella. Het verhaal is vanuit Carrie's perspectief geschreven. Gertrude was enig kind en had de laatste jaren voor haar zelfgekozen dood weinig contact meer met haar ouders gehad. Moeder en dochter konden niet met elkaar overweg, maar Carrie gelooft wel dat ze van elkaar hielden. Gertrude was een groot schilder en heeft een veelbewogen leven geleid. Ze leefde voor haar kunst en ze 'verslond mannen'.

Na Gertrude's dood overpeinst Carrie, die een besloten en weinig avontuurlijk leven leidt, haar eigen gebreken: 'Ik was nooit echt tot leven gekomen en daardoor ben ik ten aanzien van Gertrude tekortgeschoten.'

Tegen de zin van 'Daddy', zoals Carrie haar ziekelijke, maar vooral dominante echtgenoot noemt, gaat ze zich verdiepen in het leven van Gertrude. Carrie raakt geobsedeerd door de wens te begrijpen wie haar dochter was. Anderen moedigen haar aan haar zoektocht naar 'Persephone' voort te zetten. Haar 'schandalige' schoonzuster Gwendolyn onder anderen, die wel vier keer getrouwd is geweest en ervan overtuigd is dat ze door de ruïne van haar leven onder ogen te zien 'iemand geworden is'.

Met Cy Mellerick, een van Gertrude's minnaars, die zich opwerpt als haar gids, bezoekt Carrie buurten en jazzcafés, waar Gertrude veel kwam en heel veel dronk: 'Een gruwelijk Chicago waar ik voorheen nauwelijks naar gekeken had. Een stad waar een angstaanjagende energie en chaos heerste, een stad van voortdurende verandering en zonloze luchten.'

Ten slotte voert de reis naar het vervallen huis, waar Gertrude haar laatste en meest schokkende doeken heeft gemaakt en in het bijzijn van Cy gestorven is. De wanden van de donkere kamers, waarvan de plafonds bijna zo hoog zijn als in een kerk, zijn behangen met gigantische doeken waarop mannelijke naakten zijn afgebeeld. Het boek eindigt met een zeker optimisme dat echter onmiddellijk in ironie wordt gesmoord: 'Stevenen we warempel op een gelukkig einde af?', informeert 'Daddy' na Carrie's terugkeer.

De manier waarop in deze roman het verval in bepaalde delen van de stad beschreven wordt, een beschrijving die zowel wanhoop als wellust tot uitdrukking brengt, is ongeëvenaard of, liever gezegd, wordt slechts geëvenaard door Purdy zelf. Bijvoorbeeld in zijn 63: Dream Palace van veertig jaar geleden. 'Sixty-third street' speelt ook in die novelle een voorname rol. Een straat waar het door de bovengrondse trein, die eroverheen loopt, altijd nacht lijkt, waar Carrie en Cy in de rokerige cafés die zij bezoeken, de enige blanken zijn, waar de huizen 'als zwammen en schimmels ontstaan lijken te zijn, verrotting scheen hun eerste en laatste fase'.

Het boeiendste en meest ongrijpbare aspect van Purdy's proza is het effect van zijn stijl. De kracht van de beschreven, veelal gruwelijke, beelden lijkt gelegen in een schoonheid die dicht tegen de kitsch aanligt. Prachtige zinnen schrijft hij, die je letterlijk meevoeren of begoochelen, zinnen waarbij je je bij nader toezien soms met een zeker wantrouwen afvraagt waarom ze die uitwerking hebben.

De slotsom van Gertrude of Stony Island Avenue is niet dat Carrie aan het einde van haar pelgrimstocht haar dochter hervindt, maar dat ze iets beter begrijpt wie zij was. Dat is genoeg om Getrude's dood te aanvaarden. In leven, kunst en uiteindelijke teloorgang van Gertrude speelt een grote liefde en het verlies daarvan een doorslaggevende rol. Dat geldt in zekere zin ook voor het zo heel anders verlopen leven van haar moeder, die van zichzelf zegt 'niet geleefd te hebben'.

De ontroering die je voelt bij de hoop die aan het einde van Gertrude of Stony Island Avenue wordt uitgesproken, roept het einde van een ander verhaal in herinnering: The Dead van James Joyce, een van de mooiste verhalen uit de wereldliteratuur. Die ontroering gaat over die grote liefde en natuurlijk over de dood, maar vooral over de vallende sneeuw die langzaam alles bedekt en door beide vertellers 's nachts door het raam wordt gadegeslagen.

Leonoor Broeder

James Purdy: Gertrude of Stony Island Avenue.

William Morrow, import Van Ditmar; 182 pagina's; * 49,95.

ISBN 0 688 15901 X.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden