Puntje, puntje, puntje

Museum voor beeldcultuur MOTI in Breda doet een moedige poging de almaar voortdenderende digitale revolutie te verbeelden.

Welcome to the Imagesphere, de ontwikkeling van digitale beeldcultuur


Museum of the Image, Breda, semipermanente tentoonstelling. motimuseum.nl.


Geocities.com was in 1995 een van de eerste domeinen in het prille internettijdperk waar je zelf een homepage kon maken. Het is ontroerend nu dat geknutsel terug te zien. Nog maar zo kort geleden. Met de onverbiddelijke middenstandsesthetiek van het niveau Comic Sans en nog volledig ongewis van alle flashy stuff die ons oog vandaag de dag bestormt.


Wanneer is dat begonnen, de digitale beeldcultuur? Er zijn meerdere startpunten aan te wijzen. De eerste pc, de eerste Macintosh, de eerste computerspelletjes, de eerste Photoshop-programma's. Maar hoe nestelde de pixel zich definitief in ons hoofd en waar staat de digitale beeldrevolutie vandaag?


Een vraagje voor MOTI, Museum of The Image in Breda. MOTI was ooit een museum voor grafisch vormgeving, maar is onder directeur Mieke Gerritzen (zelf bekroond ontwerper) omgeturnd om de beeldcultuur in de volle breedte te kunnen volgen. 'Als beelden of foto's iconen worden, dat wordt het een vorm van taal', zei Gerritzen ooit bij het begin in 2011. En die taal heeft een huis nodig, wat het MOTI wil zijn.


Dan is het helemaal niet zo gek de digitale revolutie nader te bekijken. Het vak van beeldmaken is danig verbreed en gedemocratiseerd. Vroeger was dit het domein van kunstenaars, fotografen en ontwerpers. Nu kan iedereen het, althans, het wordt voor iedereen zichtbaar gepubliceerd. En wat betekent dat?


Dat is de vraag die opkomt bij de verzameling van Olia Lialina en Dragan Espenschied getiteld One Terabyte of Kilobyte Era. De eerste zelfgebouwde websites op Geocities.com. Van sportclubs, tot een vroege vorm van blogs, van vreemde hobby's tot stuiterende wallpapers. Hoe lief en onschuldig was dat vroege internet eigenlijk, vóór de porno, voor malware en voor Facebook? Wel een uitstekend idee van de kunstenaars deze thuispagina's te verzamelen. Want hoewel iedereen vooral bang is dat allerlei data via internet worden gekaapt, is het omgekeerde ook waar: voor je het weet, is het voor altijd weg.


Geocities was natuurlijk niet het echte begin van 'digitaal'. De oudste pixel heeft het MOTI verrassend genoeg teruggevonden in de jaren dertig van de vorige eeuw. Van ontwerper Jaap Giddink hangt een kleed in de tentoonstelling dat hij maakte voor bioscoop Tuschinski in Amsterdam. De structuur van het kleed, met zijn hoekig geknoopte art-decomotieven, is een voorbode van wat het computerscherm ons zou bieden. Een wereld opgebouwd uit blokjes. Als je door je wimpers kijkt, zie je inderdaad een ouderwets internetplaatje.


Gek genoeg is een van de recentste werken op de tentoonstelling ook een kleed: Graphic Tapestry (2010) van de Nederlandse ontwerpstudio Thonik. Die liet op basis van een digitaal bestand een klassiek schilderij (Het interieur van de Sint Janskerk, door Pieter Jansz Saenredam) tot een kleed knopen. Dat tapijt heeft dezelfde knokige esthetiek van megabyte-arm internet. Het is zeker niet mooi, maar wel fascinerend: hoe een 17de-eeuwse meester via een moderne techniek is omgetoverd tot een vervreemdend ambachtelijk product.


Diezelfde omweg bewandelt Maarten Baas, de veelzijdige designer die hier aanwezig is met het werk: Analog Digital Clock (2009). Het is een twaalf uur durende video-opname van een acteur die 'real time' de tijd schildert. Met van die typische wekkerradiocijfers uit de jaren tachtig. Daardoor ontstaat een klok, die heel digit oogt, maar verkregen is uit puur handwerk. Omslachtig, zou je kunnen zeggen, maar wel uitstekend gevonden (nu ook verkrijgbaar als app).


Veel ruimte is er in Breda voor een nieuwe generatie, zoals Hansje van Halem en Michiel Schuurman. Twee grafisch ontwerpers die zich lijken te hebben ontworsteld aan de dominantie van de computer als gereedschap. Die computer kan zo veel, dat hij lang ook de ontwerpesthetiek beïnvloedde. Nu hij wat alledaagser is geworden, lijkt het echte handschrift terug te komen. Zeker bij deze twee makers. De hand van Van Halem krijgt bijna overdreven de vrijheid in het - overigens digitaal gemaakte - pentekenachtige werk. En bij Michiel Schuurman is er een sterke gevoelsovereenkomst met de psychedelica, het handschrift van de hippiegeneratie uit de jaren zeventig, die zeker geen computers gebruikte.


Welcome to the Imagesphere is een geweldig onderwerp voor een tentoonstelling. Een groot onderwerp ook. Dat is meteen ook een van de bezwaren tegen wat MOTI bij elkaar heeft gezet in twee zalen. Het onderwerp is zo breed, dat het lastig is te analyseren waarom sommige bijdragen zijn gekozen en sommige zijn weggelaten. Behalve dan dat er een connectie is met de eigen collectie van het museum. Daardoor oogt het onderwerp onaf. Wat overigens ruiterlijk wordt erkend door het museum. De digitale revolutie is nog niet klaar. Het is work in progress.


Good old Wim Crouwel (86), oprichter van het bureau Total Design, heeft Welcome to the Imagesphere in Breda geopend. De grafisch ontwerper is op de tentoonstelling te zien met de New Alphabet, de eerste letter die speciaal is ontworpen voor de computer (op een moment dat de pc nog niet echt bestond). New Alphabet dateert uit 1967. De popgroep Joy Division gebruikte de letter in 1988 voor hun plaat Substance en sindsdien geniet Crouwels lettertype zeker in Engeland een cultstatus. De letter is overigens lastig leesbaar. Collega-ontwerper Piet Schreuders zei er ooit over: 'De enige letter die je alleen kunt lezen met ondertiteling.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden