Puntenrijbewijs verkeerde middel voor goed doel

Om onveilig verkeersgedrag te bestrijden is een puntenrijbewijs niet het beste middel, stelt Guido van Woerkom. Wel moet de scheiding tussen de administratieve en strafrechtelijke afhandeling van overtredingen worden opgeheven....

MINISTER Netelenbos wil als wapen tegen onveilig verkeersgedrag het puntenrijbewijs invoeren. Haar idee is als volgt: bij overtredingen worden strafpunten uitgedeeld. Als het aantal strafpunten te hoog wordt, is de automobilist zijn rijbewijs kwijt.

De vraag is of een puntenstelsel wel de beste methode is. Belangrijk is ten eerste dat zo veel mogelijk risicogedrag, dus ook de kleine overtredingen, wordt vastgelegd. Ten tweede dat bij herhaling de sanctie zwaarder wordt. Preventie gaat vóór repressie.

Ons wettelijk systeem levert dan een probleem op. Het merendeel van de kleinere delicten wordt afgedaan via de Wet Mulder, in het administratiefrechtelijk circuit; de overige delicten worden afgehandeld in het strafrechtelijk circuit.

Wie negenennegentig maal betrapt wordt op rijden door rood, betaalt negenennegentig maal het vaste tarief daarvoor (administratiefrechtelijk circuit). Rijdt zo iemand de honderdste maal door rood én veroorzaakt hij daarbij een ernstig ongeval, dan zal hij door de rechter als first offender worden beoordeeld (strafrechtelijk circuit).

Dit klassieke voorbeeld legt de twee hoofdgebreken van het systeem bloot. Ten eerste de technische scheiding in het gedrag. Gedrag dat wordt afgehandeld in het ene circuit, kan door de rechter in het andere niet in aanmerking worden genomen. Ten tweede wordt zichtbaar dat de Wet Mulder geen geheugen heeft. Iedere inbreuk is als het ware nieuw en uniek, hoe vaak ook herhaald. Het is dus niet goed mogelijk om een patroon van normoverschrijdend verkeersgedrag bij iemand vast te stellen.

Een verdere complicatie tussen de Wet Mulder en het strafrecht is dat de Wet Mulder de kentekenhouder aanspreekt op de delicten die met een bepaald voertuig zijn begaan. 'Het gaat hier om inbreuken waarbij zozeer het karakter van de gedraging centraal staat, dat ook van degene die zijn motorrijtuig aan een ander ter beschikking stelt mag worden gevergd dat hij ook de geldelijke gevolgen van de waarschuwing voor zijn rekening neemt.' Onder het strafrecht (en ook een puntensysteem) gaat het om het risicogedrag van de bestuurder/dader zelf.

De vraag is nu hoe we een samenhangend instrumentarium kunnen ontwerpen uitgaande van de twee genoemde doelen: het inzichtelijk maken van het risicogedrag en het bij iedere herhaling opvoeren van de sanctiedruk.

Volgens mij hoeven slechts drie ingrepen plaats te vinden.

- Alle vastgestelde Mulder-delicten worden geregistreerd op naam van de kentekenhouder, tenzij een ander als feitelijke zondaar wordt aangewezen;

- Van ieder tweede en volgend Mulder-delict dat onder de categorie risicogedrag valt, wordt de sanctie telkens met (stel:) 25 procent verhoogd;

- Het OM maakt in verkeersstrafzaken structureel gebruik van de 'Mulder-databank' en vult dat waar nodig aan met nader onderzoek om de kentekenhouder voor de betreffende delicten ook als dader te kunnen aanmerken.

De registratie van de vastgestelde Mulder-delicten werd in het voorstel van commissie-Mulder nog afgewezen, vanwege de administratieve last. Een praktisch bezwaar dat met de huidige technologie moeiteloos kan worden overwonnen. Ook de procentuele verhoging van de financiële sanctie hoeft niet op principiële bezwaren te stuiten. De wet biedt al een overeenkomstig mechanisme als je de opgelegde sanctie niet betaalt.

Verwacht mag worden dat zo'n procentuele verhoging een stimulans zal vormen om de werkelijke dader van het delict in de boeken te krijgen. Het belang van de kentekenhouder wordt nu immers steeds groter.

Een absolute voorwaarde hierbij is een goede handhaving. Politie en justitie moeten daarom meer maatschappelijk draagvlak voor hun handhavingstrategieën zien te verwerven, zoals onlangs ook bleek uit uitlatingen van de Amsterdamse korpschef Kuiper. Stoppen dus met het domweg 'flitsen' van overtreders.

Het slechten van de barrière tussen de Wet Mulder en het verkeersstrafrecht lijkt vergaand. Bezien vanuit de gedragsbeïnvloeding, een van de hoofddoelen van de handhaving van de (verkeers)orde, is echter juist die strikte scheiding niet begrijpelijk.

Het hier voorgestelde procentenstelsel verschuift het accent van de zwaardere verkeersdelicten naar de alledaagse verkeerszondaars. Het voorgestelde systeem opent ook de mogelijkheid dat de zwaardere verkeersdelinquenten mede beoordeeld kunnen worden op hun totale verkeersgedrag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden