Puinzooi in de psychiatrie

In een rijtjeshuis in Hilversum probeert Robert van Voren de psychiatrie in het voormalige Oostblok 'ethischer en humaner' te maken....

GRETA RIEMERSMA

Iedereen die rondloopt met zelfmoordplannen is te redden met gekleurde brillenglazen. Welke kleur? Roze. Alle suïcidalen aan de roze brillenglazen! Dat is althans de therapie van een psychiater in de Oekraïne. En niet zomaar een psychiater, de belangrijkste psychiater van het land. 'Het is daar echt het Wilde Westen', zegt Robert van Voren, die zich als algemeen secretaris van het Geneva Initiative on Psychiatry inzet voor de geestelijke gezondheidszorg in Midden- en Oost-Europa en de voormalige Sovjet-Unie.

Van Voren is geen psychiater en hij is nog maar 37 jaar. Toch werd hij onlangs vanwege zijn 'buitengewone verdiensten' op het gebied van de psychiatrie erelid van het Britse Royal College of Psychiatrists. Als middelbaar scholier raakte hij twintig jaar geleden betrokken bij deze tak van geneeskunde, hij voerde actie voor dissidenten die in de Sovjet-Unie in psychiatrische inrichtingen werden opgesloten.

Dat begon met Vladimir Boekovski, in de jaren zestig en zeventig een vooraanstaand dissident, die in 1972 twaalf jaar kreeg omdat hij een dossier over politiek misbruik van psychiatrie in de Sovjet-Unie naar het Westen had gestuurd. Toen hij in 1976 vrijkwam en naar Nederland zou komen, stuurde Van Voren hem een brief met 44 vragen over het lot van politieke gevangenen in de Sovjet-Unie. Hun toestand liet hem niet los, net als velen destijds had hij Solzjenitsyns Goelag Archipel gelezen. Tot zijn 'stomme verbazing' beantwoordde Boekovski de brief.

Er kwam een vriendschap uit voort, en acties. 'Door Boekovski raakte ik er persoonlijk bij betrokken. Een onmogelijke vent, maar een uniek figuur.' Tijdens zijn studie geschiedenis in de jaren tachtig reisde Van Voren vier à vijf keer per jaar af naar de Sovjet-Unie, met koffers vol vitamines, bouillonblokjes en kleren voor politieke gevangenen. Informatie die uit inrichtingen was gesmokkeld, nam hij mee terug. In Nederland maakte hij die gegevens wereldkundig via de radio en kranten. De International Association on the Political Use of Psychiatry (IAPUP), waarvan Van Voren in 1986 algemeen secretaris werd, ijverde voor dissidenten als Sacharov, Irina Gryvnina, Anatoli Korjagin, Valeri Martsjenko en Anatoli Martsjenko.

Nadat in 1991 de laatste dissidenten uit Sovjet-inrichtingen vrij waren gelaten, kreeg zijn werk een andere inhoud, want nu begonnen de psychiaters om hulp te vragen. Ze wilden hun achterstand inhalen. Sindsdien probeert Van Voren de psychiatrie in het voormalige Oostblok 'ethischer en humaner' te maken. De IAPUP werd omgevormd tot het Geneva Initiative on Psychiatry. Had de eerste organisatie niet eens een bankrekening en was het vooral een kwestie van 'liefdewerk-oudpapier', het nieuwe initiatief heeft een begroting van 1,5 miljoen gulden per jaar. De helft komt van de Europese Commissie, de rest van het ministerie van Buitenlandse Zaken, de Soros Foundation en andere weldoeners.

Van Voren kreeg een echte, betaalde baan, eentje van keurig veertig uur in de week. Vroeger bracht hij zelfs de nacht door achter zijn bureau, nu is er ook nog zijn gezin. 'Het is de enige manier waarop ik die lui kan incasseren. Als dit werk nu nog het enige zou zijn, zou ik zelf van die gekleurde brillenglaasjes nodig hebben', grijnst hij in zijn kantoor in Hilversum, dat zich schuilhoudt achter de lamellen van een rijtjeshuis.

'Kijk', legt hij uit, 'die dissidenten zijn wel vrijgelaten uit een inrichting, maar 99,9 procent van de patiënten in de voormalige Sovjet-Unie zit onder precies dezelfde omstandigheden vast. Er is gewoon geen fluit veranderd. De massa van de psychiaters zou in het Westen nooit als psychiater aan de slag kunnen. Je zit daar met behandelmethoden, ja, daar hoef je in het Westen niet eens meer over te praten.'

Hij weet het vooral van de Oekraïne, waar het Geneva Initiative in Kiev een eigen uitgeverij en drukkerij heeft en een Rehabilitatiecentrum voor slachtoffers van totalitarisme en burgeroorlogen. Maar wat gebeurt in de Oekraïne geldt ook voor andere delen van de voormalige Sovjet-Unie, meent Van Voren, met als algemene regel: 'De situatie is rot, maar hoe verder naar het oosten, hoe rotter.' Wat de psychiatrie in de rest van het oude Oostblok betreft: Polen, Hongarije, Tsjechië en Slowakije zijn op de goede weg, maar in Roemenië, Bulgarije en Albanië is het kort samengevat nog een 'puinzooi'.

In de Oekraïne worden hersenoperaties uitgevoerd op schizofrenen. 'De Oekraïne heeft geldgebrek, dus geen geld om medicijnen te kopen, dus zoeken ze naar alternatieve behandelmethoden. Dan zijn er psychiaters in Dnjepropetrovsk die denken: als we nu eens een stukje uit de hersenen wegsnijden, dan komen we op een goedkope manier van schizofrenie af.' Van Voren leeft zich in: 'Misschien krijgen we wel de Nobelprijs! Wie weet!

'Maar ja', gaat hij verder, 'ze weten ook wel dat die operaties nu niet echt geaccepteerd zijn. Dus worden die schizofrenen zogenaamd epileptisch, want in extreme gevallen van epilepsie worden nog wel eens operaties uitgevoerd. Onder dat mom snijden ze dan stukken uit de hersenen weg.' Het Instituut voor Neurochirurgie in Kiev gaat een stap verder: daar wordt zenuwweefsel van geaborteerde embryo's in de hersenen geplaatst van geestelijk gehandicapten. 'Ze zeggen dat ze daarmee gehandicapten kunnen genezen. Er gebeurt natuurlijk niks, of die gehandicapten gaan nog verder achteruit, maar er worden duizenden dollars voor gevraagd.'

In de Oekraïense psychiatrie wordt insuline gebruikt als kalmeringsmiddel, dat wil zeggen: het wordt in zulke hoeveelheden toegediend dat patiënten in coma raken. 'Een paardenmiddel. Het wordt in hoge doses gebruikt, terwijl suikerzieken om het leven komen doordat er niet voldoende insuline is. Kolder, volstrekte kolder.' Hij gaat door: 'Elektroshocks, op grote schaal.' In de Centrale Psychiatrische Inrichting in Kiev worden ze per dozijn uitgedeeld, zonder verdoving, zonder spierverslappende middelen. Zijn patiënten eenmaal gezond verklaard, dan kunnen ze op de dag van vertrek uit de inrichting nog een dozijn elektroshocks meekrijgen. 'Als een soort oprotpremie.' En dat alles gebeurt nu, besluit Van Voren. 'Dat gebeurt vandaag. Dat is op het ogenblik gaande.'

Dat in de voormalige Sovjet-Unie dit soort methoden wordt gebruikt, vindt zijn oorsprong in 1950. In dat jaar bepaalde de Academie van Wetenschappen dat de theorie van de Moskouse professor Andrei Snezjnevski de hoofdlijn werd, wat inhield dat alles en iedereen kon lijden aan 'langzaam voortschrijdende schizofrenie'. Je kon het hebben zonder dat je het in de gaten had, maar als Snezjnevski, of een van zijn volgelingen, had geconstateerd dat je eraan leed, moest je onmiddellijk worden opgesloten en platgespoten, anders zou de ziekte 'voortschrijden'.

'Nou ja', zegt Van Voren, 'dat was voor de Sovjet-autoriteiten fantastisch, want Chroesjtsjov had verklaard dat er geen politieke gevangenen meer waren in de Sovjet-Unie, en hij had nog steeds kampen vol, dus wat doe je: dissidenten sluit je gewoon op in een psychiatrische inrichting en je zegt dat ze gek zijn.'

Tot zijn dood in 1987 heeft Snezjnevski ontkend dat zijn theorie door het Sovjet-regime werd misbruikt. Maar volgens Van Voren laten zijn medewerkers van destijds nu blijken dat hij 'dondersgoed' doorhad wat er gebeurde. Alleen: die medewerkers praten er nog steeds alleen maar in het geniep over. Zij werken bij de Moskouse instituten waar de wetenschappelijke erfgenamen van Snezjnevski het tot op de dag van vandaag voor het zeggen hebben. Deze kliek van zo'n dertig, veertig psychiaters beheerste destijds in Moskou alle belangrijke onderzoeksinstituten, en zo is het praktisch nog steeds.

In Russische kranten kan rustig worden geschreven over het politieke misbruik van de psychiatrie. Maar officieel is de leer van Snezjnevski nooit herroepen. De meeste psychiaters in Moskou geloven er zelfs nog in. 'Daardoor zijn in Moskou geen structurele veranderingen mogelijk. Het is nog steeds zo dat mensen die een functie bij een van die instituten vervullen en die openlijk willen praten over politiek misbruik van psychiatrie te horen krijgen dat ze beter hun mond kunnen houden, anders kunnen ze ergens anders een baan zoeken. Zo wordt veel van de oude macht in stand gehouden.'

Onder het mom van 'voortschrijdende schizofrenie' worden in de voormalige Sovjet-Unie nog steeds andersdenkenden opgesloten, maar dan vooral in de provincie, en het is 'lastiger' voor elkaar te krijgen, meent Van Voren. Mensen die de plaatselijke autoriteiten onwelgevallig zijn, belanden nog wel eens in een inrichting, alleen zijn er nu mensenrechtenorganisaties en media die ervoor kunnen zorgen dat ze vrij komen. In Turkmenistan gebeurt het nog wel officieel. 'Dat is een museum van de oude stalinistische Sovjet-Unie, en de theorie is daar in ere hersteld.'

Het gevolg van Snezjnevski's opvattingen, los van het feit dat ze werden gebruikt als repressiemiddel, is dat de psychiatrie in de voormalige Sovjet-Unie met 'een gat zit van zo'n vijftig jaar'. Westerse literatuur over psychiatrie was in de Sovjet-Unie verboden, psychiaters die zich verzetten tegen het politieke misbruik van hun wetenschap kwamen achter de tralies of werden zelf 'sluipend schizofreen' verklaard. Van Voren: 'De Sovjet-psychiatrie heeft sinds 1950 niet alleen stilgestaan, maar is naar beneden gezakt.'

Daar komt bij dat het hele voormalige Oostblok kampt met geldgebrek. Psychiatrie heeft bovendien bepaald geen prioriteit. Een kwestie van mentaliteit, aldus Van Voren. 'Psychiatrie is een onderdeel van een samenleving, en die samenleving is een compleet andere planeet. Wat de Sovjet-autoriteiten altijd wilden, het creëren van een Sovjet-mens, daar zijn ze in principe in geslaagd.'

Immers: elk individueel initiatief werd ontmoedigd. Wie afweek, werd opgesloten of erger, dus moest je mee met de massa. Het is een houding, meent Van Voren, die 'die mensen bijna in de genen zit'. 'Als je maar even afwijkt van wat normaal is, dan ben je gek. Net zo goed als er wordt gezegd dat alle negers aids hebben. Die zouden allemaal moeten worden vergast of naar een kamp gestuurd. Vraag aan iemand in Roemenië wat hij van zigeuners denkt, nou, dan kan je watjes in je oren stoppen. In Bulgarije precies hetzelfde. Het is iets waar het regime op heeft geteerd, en wat het in de hand heeft gewerkt. Je kan je nauwelijks voorstellen wat voor wanstaltige samenlevingen het zijn.'

Daarbij: écht geestelijk in de war zijn, bestond in een socialistische maatschappij niet, want socialistische mensen waren gezond. Psychotherapie, psychoanalyse, Freud, allemaal 'bourgeois'. 'Dus je was gezond, en dan was je socialistisch medeburger die meehielp aan de opbouw van de staat, of je was gek.' En alles wat gek was, moest zo snel mogelijk achter slot en grendel en aan de medicijnen, en zo denken de psychiaters in veel voormalige Oostblok-landen er nog steeds over. 'De doorsnee psychiater begrijpt niet dat je de patiënt het gevoel moet geven dat hij een menselijk wezen is. Het zijn objecten.'

De behandeling in veel inrichtingen is dan ook 'ten hemel schreiend' en de omstandigheden zijn 'volstrekt onmenselijk'. Van Voren: 'Er is niks individueels meer aan.' In Albanië zitten mensen die maar enigszins niet functioneren in 'een soort gigantische kooien' in hun eigen uitwerpselen, zonder kleding, zonder medische verzorging, 'letterlijk weg te rotten', weet hij van collega's bij het Geneva Initiative. Zelf was hij in Roemenië in een inrichting: 'God ja, het rot, en het stinkt, en weet ik wat allemaal. En alles wat chronisch ziek is, is weggestopt in een buitenpost, dat is gewoon een varkensstal.

'Als je in dat soort landen tegenwoordig in de psychiatrie wilt werken, ja, je zou haast zeggen: dan is er iets mis met je. Waarom zou je psychiater worden, werken onder de meest rottige omstandigheden, terwijl je maar een mager salarisje krijgt?' Omdat er toch psychiaters nodig zijn, worden de weinigen die het wel willen worden veelal klaargestoomd in een opleiding van een paar maanden na het artsexamen. De verdiensten zijn daarna gering: zo krijgt het hoofd van de afdeling psychiatrie op de Universiteit van Sofia acht dollar per maand. Het gevolg: 'De voedingsbodem voor corruptie is aanwezig.'

Regelmatig bezoekt Van Voren de Oekraïne, en daar heeft hij er vaak mee te maken. Opa heeft een flatje, de familie heeft wel zin in dat flatje, en koopt een psychiater om, die opa vervolgens gek verklaart en opsluit. Of: zakenman wil van zijn vrouw af, maar wil zijn dochter houden, en laat dus zijn vrouw schizofreen verklaren. 'En de overheid heeft geen enkele behoefte er controle op uit te oefenen. Het ministerie van Volksgezondheid bestaat uit corrupte ambtenaren die het zelf ook zouden doen.'

Van Voren wil dus de psychiatrie 'humaan' maken in een samenleving 'die volstrekt schizofreen is en geestesziek'. Wat hem daarin aantrekt? 'Ik heb een haat-liefde-verhouding met die landen. Soms kan ik de mensen met wie ik werk naar een andere planeet wensen, dan word ik doodziek van ze. Maar aan de andere kant zijn ze hartelijk, gastvrij, emotioneel. Het is haat en liefde tegelijk.'

Het Geneva Initiative heeft in 1993 een netwerk opgericht van driehonderd vrijwilligers uit allerlei disciplines die zich inzetten voor de hervorming van de psychiatrie in Midden- en Oost-Europa en de voormalige Sovjet-Unie, een denktank waarbij 23 landen zijn aangesloten. 'De kennis zit niet bij mij, ik weet van psychiatrie erg weinig. Maar ik ken de experts die antwoord kunnen geven.' Verder ontplooit de organisatie in al die landen activiteiten als het uitgeven van boeken, het opzetten van opleidingen en het verzorgen van stages in het Westen.

Misschien, zegt Van Voren, vindt hij dit werk leuker dan wat hij vroeger deed: ijveren voor dissidenten. 'Dit is een gigantische groep die volstrekt hulpeloos is en wegkwijnt en wegrot als je er niks aan doet.' Sommige voormalige dissidenten daarentegen vinden zijn werk 'absoluut een onzinnig onderwerp om je mee bezig te houden'. Ex-dissident Vladimir Boekovski zegt dat bijvoorbeeld: 'Laat die gekken hun eigen problemen oplossen.' Ook Boekovski, die nu in Cambridge woont, bleek 'Sovjet-trekjes' te hebben. Van Voren ziet hem stukken minder dan vroeger.

Terwijl hij zijn naam dankt aan Boekovski. Eigenlijk heet hij Jos Bax, maar dat moest veranderen nadat onder anderen Boekovski eind jaren zeventig bedacht dat hij na zijn studie correspondent van een Westerse krant zou moeten worden in Moskou, vooral om informatie door te spelen naar het Westen. De naam Jos Bax mocht niet 'besmet' raken als de Sovjet-Unie later een visum zou moeten verlenen. Jos Bax koos Robert van Voren, de schuilnaam die zijn overleden oom had gehad tijdens de Tweede Wereldoorlog.

In 1980 werden de Olympische Spelen in Moskou gehouden, en van te voren werd een hele serie dissidenten opgesloten, onder wie Sacharov. Begin 1980 kreeg Van Voren telefoon van een dissident uit Moskou: 'Als je ons nog wilt zien, dan mag je wel snel zijn.' Van Voren reisde af naar Moskou. Daar ontmoette hij een Est, die kort daarna werd gearresteerd omdat hij had geprotesteerd tegen de inlijving van de Baltische landen. Hij kreeg vijftien jaar. 'Op dat moment dacht ik: zolang hij vastzit, heb ik niet het recht om rustig aan mijn carrière te gaan werken. Ik moet zorgen dat hij vrijkomt.' Heel simpel, zegt Van Voren: 'Ik zat ook voor vijftien jaar vast.'

Het idee correspondent te worden, hing hij aan de wilgen. Hij werd koerier en actievoerder. 'Ik vond dat ik een makkelijk leven had in Nederland. Een normale jeugd, nooit iets schokkends gebeurd, goede opleiding. In principe had ik me de rest van mijn leven geen zorgen hoeven maken. Maar leeftijdgenoten van mij werden tot twaalf jaar veroordeeld omdat ze er een mening op nahielden, jongens die ik tot mijn vriendenkring rekende. Dat pikte ik niet.'

Jos Bax bestaat inmiddels niet meer, behalve in zijn paspoort en op zijn girorekening. De dissidenten zijn vrij, en blijken meningen te hebben die in '90 procent van de gevallen' niet die van Robert van Voren zijn. 'Zij zijn ook allemaal producten van het systeem. Ze zijn over het algemeen behoorlijk racistisch, en aartsconservatief.' Sommigen hebben zich zelfs ontpopt tot felle nationalisten of fascisten - al wil Van Voren geen namen noemen.

Teleurgesteld is hij niet: 'Ik heb voor hen gevochten omdat ik vond dat zij hun mening mochten verkondigen. En hoe die meningen zich daarna hebben ontwikkeld, ja, dat is vrijheid van meningsuiting.' Maar niet alle dissidenten zijn een ander pad opgegaan. In de Oekraïne werkt hij samen met Gloezman, die ooit met Boekovski een handboek schreef voor dissidenten: hoe kun je tijdens ondervragingen voorkomen dat je gek wordt verklaard? Van Voren en Gloezman zitten soms aan tafel met Radtsjenko, die zich voorheen als Oekraïense KGB-chef inspande om dissidenten achter de tralies te krijgen, en nu meewerkt aan projecten om de psychiatrie 'humaner' te maken.

Niets is meer zo zwart-wit als vroeger, merkt Van Voren op. Ook KGB'ers waren deel van het Sovjet-systeem. Ook psychiaters. 'In hoeverre kun je psychiaters aanrekenen wat ze hebben gedaan?', vraagt hij. 'De echte kern van de dissidentenbeweging, dat waren moeilijke mensen, vrij direct, duidelijk in hun mening, absoluut geen behoefte zich aan de meerderheid aan te passen. Als die dan allerlei dingen hardop zeiden, dat er geen donder van de Partij deugde, dat er geen democratie was in de Sovjet-Unie, daarmee hun baan op het spel zetten, het leven van hun familie vergalden, ja, dan was je toch gek?'

Het is voor Van Voren geen vraag, maar een conclusie. 'Het overgrote deel van de psychiaters is het niet aan te rekenen wat ze hebben gedaan. Hun belevingswereld was gestoord.' En, wat dan te doen? Psychiaters voor de rechter slepen? Ook de rechters waren fout. 'De hele samenleving was verknipt en pervers.' Zo verknipt en pervers dat zelfs degenen die ooit in de Oekraïne om politieke redenen in een psychiatrische inrichting waren beland, nu nog gebrandmerkt door het leven gaan: 'Gestoord.'

Maar er zijn kleine veranderingen. In de Sovjet-Unie was het een verboden onderwerp, maar tegenwoordig hoort Van Voren wel eens iemand vertellen dat zijn kind gehandicapt is, of dat zijn vader Alzheimer heeft. En op verzoek van het Geneva Initiative beschilderde een Haagse kunstenares de muren van een inrichting in de Oekraïne. Kinderen in hun 'abattoirs met gifgroene tegeltjes' mochten een beest kiezen dat op de muur kwam. Het kostte moeite de staf te overtuigen dat de kinderen moesten meehelpen met verven, ze waren immers gek. Maar het lukte. 'De hele sfeer is daar nu veranderd. Dat is een bloem die opengaat.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden