Publieke Omroep doet aan valse concurrentie

De Publieke Omroep wil een 24-uurs nieuwszender oprichten. Volgens voorzitter Wolffensperger wordt de commerciële zenders daarmee geen concurrentie aangedaan. Wie zoiets beweert, geeft een heel aparte uitleg aan het begrip concurrentie, meent Harm Taselaar....

Harm Taselaar

OP DE poging van de voorzitter van de raad van bestuur van de Publieke Omroep, Gerrit Jan Wolffensperger, om de komst van een 24-uur nieuwszender te rechtvaardigen, valt nogal wat af te dingen, zowel principieel als practisch (Forum, 15 oktober).

Principieel heeft de publieke omroep in ons land geen recht van bestaan. Want wat is het verschil tussen het op de markt brengen van geschreven en audiovisuele informatie? Waarom is het normaal dat kranten en tijdschriften hun geld moeten verdienen op de markt, terwijl voor radio en televisie twee regimes van toepassing zijn? Dan is er opeens sprake van 'commerciële' zenders die voor zichzelf moeten zorgen en van 'publieke' zenders die miljoenen cadeau krijgen en met die gunstige uitgangspositie zich ook nog eens mogen presenteren op de vrije markt, om reclame aan te trekken.

Dat ooit in Nederland een publiek bestel werd opgericht en vervolgens werd besloten om daar ook nog reclameboodschappen op uit te zenden, is het resultaat van democratische besluitvorming. Maar zelfs democratische besluiten zijn in retrospectief niet altijd de meest logische of juiste. In ieder geval hebben ze niet per definitie eeuwigheidswaarde.

Moet daarom de publieke omroep verdwijnen? Principieel wel, praktisch gezien is dat vrijwel onmogelijk. Los van het feit dat de publieke omroepen soms uitstekende programma's uitzenden, zou alleen een Don Quichotte zich ten doel stellen de publieke omroep om zeep te helpen.

Merkwaardig is dat het omgekeerde wel kan, namelijk het uithollen van de commerciële omroepen door de publieke. Althans in de ogen van Gerrit Jan Wolffensperger en de staatssecretaris van OC & W. Juist op het moment dat het op de vrije markt tegenzit en alle nieuwsredacties moeten bezuinigen, worden de publieke nieuwsmakers forse investeringen in het vooruitzicht gesteld: uit de omroepmiddelen zal 100 miljoen gulden worden gereserveerd voor een dagelijkse nieuwszender en voor het publieke internetsites.

'De Publieke Omroep concurréért (de accenten zijn van Gerrit Jan Wolffensperger) helemaal niet met de kranten en de commerciële omroep. Niet met het nieuwskanaal, niet met internet', aldus de voorzitter van het publieke bestel in zijn artikel op deze pagina. Wat bedoelt hij? Als er twee aanbieders zijn van min of meer hetzelfde product dan is er al sprake van concurrentie. Of de voorzitter moet er een geheel eigen definitie van concurrentie op nahouden.

'Wij hebben een eigen visie en benadering. . .' onderbouwt hij zijn stelling. Alsof De Telegraaf, het Algemeen Dagblad, de Volkskrant en Trouw geen eigen visie hebben. Alsof Vrij Nederland en Elsevier niet wekelijks van andere opvattingen blijk geven. Concurrenten zijn het wel degelijk. En zo hoort het ook. Geen concurrentie bestaat alleen in een monopolistisch bestel en dat werd voor televisie in 1989 eindelijk doorbroken. In de plaats van de eroderende pluriformiteit van het oude verzuilde bestel, kwam moderne pluriformiteit.

Maar als het aan Wolffensperger ligt, kan die zo weer tot het verleden gaan behoren. Die kan namelijk alleen voortbestaan als de concurrentieverhoudingen niet teveel op de proef worden gesteld.

Wolffensperger voert aan dat de publieke nieuwsvoorziening onafhankelijk is van de commercie en overheid. Wordt er dan geen (duur betaalde) reclame uitgezonden rond programma's als het Journaal, Studio Sport of Netwerk, of ben ik blind? Wordt de publieke omroep niet door de overheid verplicht bepaalde nieuwsevenementen uit te zenden, zoals straks de absolute kijkcijferhit 'Het Huwelijk'? Waarbij het publieke bestel als vaste hoofdaannemer van dit soort projecten de prijzen vaststelt die de commerciële omroepen mogen betalen als zij die beelden ook willen uitzenden.

Het kan zijn dat Wolffensperger nog iets anders beweert: namelijk dat nieuwsuitzendingen op de commerciële zenders worden beïnvloed door reclame-inkomsten. Voor de zekerheid meld ik nog maar eens dat het RTL Nieuws al veel langer beschikt over een redactiestatuut dan het NOS Journaal, een statuut dat de volledige onafhankelijkheid van de nieuwsuitzendingen garandeert.

Het veel besproken nieuwskanaal dan. Is het Wolffensperger opgevallen dat op RTL 5 de zendtijd overdag al enige tijd met succes wordt gevuld door de financieel-economische nieuwszender RTL Z? Ik denk het wel, want waar moet de publieke nieuwszender van hem straks meer aandacht aan gaan besteden: aan financieel economisch nieuws. Nota bene de basis onder RTL Z. Hoezo geen concurrentie?

Er moet ook meer nieuws uit de regio op de nieuwe publieke zender komen. Nieuws dat ruim aan bod komt in programma's als Het Hart van Nederland op SBS en Vijf in het Land op RTL 5. Hoezo geen concurrentie?

Natuurlijk is een publiek nieuwskanaal à raison van 40 miljoen gulden per jaar een concurrent. Daar is niets op tegen, wel tegen concurrentievervalsing. De nieuwszender RTL Z moet jaarlijks rondkomen van vele malen minder. Er wordt daar gewerkt met nieuwe digitale productietechnieken die kostenbesparend zijn. Wolffensperger wil jaren uittrekken om daarmee te 'oefenen'. Hij heeft het over 'noodzakelijke investeringen in de digitale toekomst'. De invoering bij RTL Z van dit soort noodzakelijkheden kostte drie maanden.

Mocht er straks op de publieke nieuwszender ook nog eens reclame worden uitgezonden, dan is dat onvoorstelbaar oneerlijk. Of heeft Wolffensperger voor dat begrip ook een eigen definitie?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden