Column

Publiek sterven is doodeenvoudig, achterblijven is de kunst

Wie zich op zijn sterfbed laat omarmen door de massa, kan de intimi van zich afduwen.

René GudeBeeld anp

Hoe gaan we om met de dood?', vraagt de cover van Filosofie Magazine zich deze maand af. Een lekker luchtig lentenummertje. Filosofen kun je om een boodschap sturen.

Natuurlijk kan dat niet zonder dat René Gude in de kolommen aan bod komt. De overleden publieksfilosoof is tenslotte de geestelijk vader van het blad.

'Sterven is doodeenvoudig, iedereen kan het', was zijn veelgeciteerde motto. Het werd ook de titel van gebundelde gesprekken van Wim Brands met hem. De wrange waarheid is dat inmiddels zowel auteur als de filosoof ons het sterven hebben voorgedaan. De methode Brands is verreweg de minst benijdenswaardige. Na het lezen van Filosofie Magazine bleek ook aan die andere methode een keerzijde te kleven die ik mij nog niet had gerealiseerd.

Gude hoorde met zijn openbare lessen in de media tot de moderne school van het publieke sterven. Tussen de vele lotgenoten waren er maar weinig die de rol van publiekssterveling zo innemend en eloquent wist te vertolken als Gude. De publieke dood past in de ontwikkeling waarin élk persoonlijk leed in de openbaarheid wordt gedeeld. 'Stuntsterven' noemde Kees Fens het fenomeen ooit vol gepaste weerzin, maar evenzeer zou je in die openbaarheid lesmateriaal kunnen zien waaraan vele stervelingen steun of troost ontlenen.

Al is het verplaatsen in de stervende onmogelijk voor elke achterblijver. Dat schrijft ook Gudes weduwe, Babs van den Bergh: 'Toen René ziek werd, hebben we veel over ziekte en dood gepraat. Hij verplaatste zich in mijn perspectief en zei dat het voor de achterblijvers het ergste was. Ik weet het niet, want tot de dag van vandaag kan ik niet zeggen hoe het is om in zijn positie te staan. De momenten dat ik me dat realiseerde, waren het meest pijnlijk.'

Een ander inzicht biedt Bert Keizer, arts, filosoof, begenadigd schrijver én persoonlijk vriend van Gude. Dat de filosofie Gude in zijn laatste fase van dienst was, betwijfelt Keizer: wie de dood tegemoet treedt, kan maar het beste wegkijken. Wanhoop dresseer je evengoed met postzegels verzamelen, muziek of groenten snijden. Bij Gude was het toevallig filosofie, omdat hij daar toch al van hield.

De publieke aandacht voor zijn stervende vriend vond Keizer 'geen cadeau', schrijft hij: 'Integendeel. Soms stond er zo veel aandacht om hem heen, Aandacht met een zeer grote A, dat ik mezelf een beetje als een sukkel beschouwde die zo nodig zijn kruimeltje aandacht kwijt moest, terwijl René hele bergen kreeg vanuit de media.'

Zo had ik het nog niet gezien. Wie zich op zijn sterfbed laat omarmen door de massa, kan de intimi van zich afduwen.

Gude had weer eens gelijk. Publiek sterven is doodeenvoudig, iedereen kan het. Maar achterblijven is nog een hele kunst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden