Publiek op slotavond Poetry International kan geen ark meer zien Van Noach mag ook de dichter verzuipen

Langzaam dichten dichters de oude Noach aan flarden. Ze doen een estafette, allemaal één gedicht, Noach aantikken en wegwezen. De bijbelse reus schrompelt onder de tikken langzaam ineen tot wat hij misschien óók wel werkelijk is geweest: een door en door Fout mens....

MICHEL MAAS

Van onze verslaggever

Michel Maas

ROTTERDAM

Noach, de ambtenaar van God, die zonder met zijn ogen te knipperen de hele mens- en dierheid liet verrotten, omdat hij nu eenmaal Befehl had gehad om slechts een handjevol te redden. Misschien zijn dichters nodig om zo iemand te doorzien.

H.H. ter Balkt valt in zijn gedicht Noach meteen met de deur in huis: Noach, ultrarechtse admiraal/ bevoer de wateren die hij profeteerde/ de Ararat al op de kaart/ In 't boegwater rotte/ hond mens paard. De Amerikaanse dichter Stanley Moss doet het wat omzichtiger, als hij in zijn Brief aan Noach vraagt: 'Als u mijn roepen had gehoord en gezien had dat ik leefde, zou u dan uw hand hebben uitgestoken om één corrupte dichter te redden? Het zou niet het einde van de wereld hebben betekend. Maar u voerde natuurlijk slechts bevelen uit, het oudste liedje sinds Adam en Eva.' Natuurlijk had Noach ook hèm laten verzuipen.

Noach was het thema van Poetry International 1995. Het was niet bedoeld als een dreigend toekomstvisioen in het zicht van het einde van het millennium; het was evenmin symbolisch bedoeld (Poetry International als de ark van de met ondergang bedreigde dichtkunst). Noach kwam bij toeval langs. Karel Appel had Poetry zijn decor van de opera Noach aangeboden, en dat aanbod was natuurlijk blij aanvaard. Toen bleek dat Appels doeken niet in De Doelen pasten, waren de dichters al aan het werk. Dus hebben ze Noach maar gehouden.

Maar omdat er nu èn geen Karel Appel èn geen bedoeling achter zit, dichten de dichters vrijelijk alle kanten op. Dat was dinsdag eigenlijk al begonnen toen K. Michel een avond had georganiseerd rond het thema Nova Zembla (bevroren zondvloed). Zaterdagavond doet Esther Jansma Jona (ook een man in het water), Jean-Pierre Vallotton doet een buikspreek-act, Sharon Olds bedenkt sex-centra als oplossing voor het vrijgezellenprobleem ('de rij onder Ik wil wezenloos genaaid worden was zo lang dat men draagbare wc's moest laten aanrukken en dat er een dominee moest komen voor sterfgevallen, geboortes en huwelijken in de rij.').

Daartussen veel te verwachten gebots van oceanen, duifjes met takken, dodo's en andere dieren die het niet gemaakt hebben, arken die verstoffen in drooggevallen woestijnen, en dit soort: Als iedereen geteld en binnen/ is, het voedsel opgetast,/ de ark gedicht/ laat dan de buien kletsen/ op de wegen, gods water/ over gods akker vegen.

Sodemieter op met je ark, moet het publiek tegen die tijd al hebben gedacht. Zodat Jules Deelder bijna een ovatie oogst omdat hij het kreng eindelijk doorspoelt:

Het lot van de éénhoorn/ Is simpel verklaard/ Toen Noach vertrok/ Kwam de éénhoorn te laat/ Staand op een rots/ Zagen hij en zijn maat/ De Ark in de woelige/ Baren vergaan.

Het publiek zit verbeten de heel erg lange avond uit. Zoals elke avond hier wordt uitgezeten. Nog een dichter, en hup, doe er nog maar een. Want zo zijn de avonden van Poetry International. Zodat aan het eind van het festival elk jaar wel iemand de vraag stelt: móet dat nu zo? Van die lange kerkdiensten, met niet vier, maar tien dichters op een avond? Kan dat niet leuker? Waarna Poetry nachtprogramma's toevoegde, middagprogramma's, performers onder de dichters mengde, de straat op ging, en dit jaar voor het eerst ook gastorganisatoren inschakelde. Maar de avonden zelf ongemoeid liet - die zijn nog altijd voor de dichters.

En wie niet luisteren wil, die mist wat. Zoals de Zuidafrikaanse dichter Stephen Watson, die zaterdag in het 'voorprogramma' oude bosjesman-mythologie herschept. Een mythologie waarin de ziel zijn zetel heeft in de menselijke keel, waar zich de thinking strings bevinden. Denkende snaren die geluid voortbrengen dat zij poëzie noemen. Worden zij doorgesneden, gebroken, dan is er niets meer:

Omdat de snaar gebroken is,/ voelt het alsof het land leeg voor mij ligt,/ ons land lijkt leeg voor mij te liggen/ en dood.

Op de allerlaatste avond, met Stephen Watson, krijgt het motto van Poetry International - Het festival van de menselijke stem - een ontroerende inhoud, die al het voorafgaande gemompel op slag lijkt te excuseren.

Laat ze maar, die dichters.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden