'Puber heeft steun ouders nodig'

Een groeiend aantal kinderen zit na schooltijd alleen thuis. Steeds meer ouders werken en naschoolse opvang voor het nageslacht is nauwelijks voorhanden....

Van onze verslaggeefster

Maria Hendriks

AMSTERDAM

'Een dertien-, veertienjarige die uit school komt, moet zijn emoties kwijt kunnen. Hij moet kunnen zeggen hoe vreselijk die leraar was of hoe onzeker hij zich voelde. Als hij dat kwijt is, heeft hij weer ruimte en energie om aan z'n huiswerk te gaan.'

Dat is de overtuiging van Ard Nieuwenbroek die in Den Bosch op het Katholiek Pedagogisch Centrum leraren traint in het begeleiden van scholieren. Het valt hem op dat alleen thuis zijn na school steeds vaker wordt genoemd als reden voor het vastlopen van leerlingen. Niet dat het alleen thuis zijn per definitie nadelig is. 'Sommige twaalfjarigen kunnen dat emotioneel best aan.'

Tot voor kort was de opvang van scholieren geen probleem, omdat moeders thuis waren of hoogstens parttime werkten. Die situatie is aan het veranderen. Heel wat tien- tot zestienjarigen komen 's middags in een leeg huis. Dat aantal groeit nu steeds meer moeders willen of moeten werken. Rond het jaar 2000 ontgroeien de honderdduizend kinderen die als baby naar de crèche gingen, de naschoolse opvang. Als de trend doorzet, zijn ook zij straks na school alleen thuis.

Nieuwenbroek: 'Tussen je twaalfde en je vijftiende ontwikkel je je identiteit. Voor het eerst krijg je het vermogen naar jezelf te kijken. Je zit op een nieuwe school, moet overeind blijven in de groep én je moet je eigen gezicht maken, dat is nogal wat. Daarbij heb je de steun van je ouders hard nodig.'

Nieuwenbroek ziet twee soorten kinderen voor wie het alleen zijn moeilijk is: kinderen met problemen en zogenoemde structuurzwakke kinderen. 'Zelf je tijd indelen, uit jezelf aan je huiswerk beginnen en niet te lang computeren of televisie kijken, zelf een ritme geven aan je dag, dat is niet elke tiener gegeven. Het is een ongeschreven regel van deze tijd dat kinderen zelfstandig moeten worden, maar sommige kinderen leren dat later dan anderen.

'Het aantal structuurzwakke kinderen neemt toe en dat heeft alles te maken met de oppervlakkigheid en snelheid in de samenleving. Ook ouders zijn kinderen van deze tijd en voeden op vanuit het idee dat je niet meer alles voorkauwt, dat kinderen zélf ontdekken en zélf verantwoordelijkheid nemen. Maar soms hebben ouders te veel haast en krijgen hun kinderen geen tijd om te leren.'

Else-Marie van den Eerenbeemt, gezinstherapeute en moeder van twee tienerzoons: 'Als je basisschoolkinderen na school alleen thuis laat zijn, doe je beroep op een volwassenheid die ze niet hebben. Kinderen worden tegenwoordig toch al snel over hun leeftijd heen getild.'

'Een moeder die haar baan wil houden en zegt: ''Hij kan best alleen'', ontneemt het kind de ruimte om te zeggen dat hij het vreselijk vindt. Want hij wil niet voor problemen zorgen. Veel ouders zeggen, als hun kind van de basisschool komt: ''Je moet je kind loslaten''. Maar vooral dat eerste brugjaar is een jungle. De overgang naar de middelbare school is immens, daar moet je als ouders bij zijn.

'Loslaten is een geleidelijk proces, dat doe je in je eigen tempo en in dat van het kind. Niet ineens omdat het twaalf is. Moeders zijn tegenwoordig bang om overbezorgd te lijken. Mijn zoon fietst niet naar school en daar wordt gek tegenaan gekeken. Hij is toch oud genoeg? Maar moet ik een brugklasser die al zoveel spanningen heeft ook nog drie gevaarlijke kruispunten over jagen?'

Naar schatting een kwart van de moeders is niet thuis als haar puber uit school komt. Opvang voor twaalfplussers bestaat niet, oppas wordt door hen vaak niet gepikt en daarom soms door ouders onder de naam werkster binnengesmokkeld. Veel moeders begeleiden hun kind telefonisch. Nieuwenbroek vindt dat helemaal in deze tijd passen. Ook per telefoon kun je zicht houden op de emotionele huishouding van je kind en structuur aanbrengen.'

Van den Eerenbeemt vindt één ouder 's middags thuis voor kinderen tot een jaar of veertien ideaal. 'Als dat niet kan, moet een kind naar iemand toekunnen, iemand in wie het vertrouwen heeft. Niet een student of au pair met wie hij niet kan praten, maar een vertrouwd iemand bij wie hij terecht kan om te vertellen wat hem bezig houdt.

'Besluit je hem alleen thuis te laten, volg hem dan met telefoontjes zodat je kind weet: mijn stappen zijn van belang. Spreek af dat hij onverwachte dingen meldt. Daarvoor zijn die buzzers en draagbare telefoons geweldige uitvindingen.'

Van belang is ook hóe ouders thuiskomen. 'Soms is er geen ruimte voor het kind. Het zogenaamde kwaliteitsuurtje rond de maaltijd als iedereen bekaf is, heet ook wel arsenicum-uurtje. Als eerst je moeder vertelt wat ze op haar werk heeft meegemaakt en dan je vader zijn frustraties afreageert, is jouw verhaal toch niet belangrijk meer?'

Ouders kunnen wel wat meer steun van de overheid gebruiken, vindt Van den Eerenbeemt. 'Opvang in een jeugdclub-voor-tieners of zoiets zou ik geweldig vinden, grandioos.' Nieuwenbroek is minder enthousiast, want hij is bang dat daarmee de ouderlijke verantwoordelijkheid wordt doorgeschoven naar de opvang.

Zo'n jeugdclub bestaat niet. De Raad voor het Jeugdbeleid pleitte vorig jaar voor speciale jongerenopvang want tieners hebben na school behoefte aan 'onduidelijk met elkaar rondhangen'. Uit vragen van de Volkskrant aan 120 scholieren blijkt dat de helft van hen graag zo'n speciale jeugdopvang ziet, met name voor de contacten. Riso, 12 jaar: 'Ik zou het leuk vinden om daar nieuwe vrienden te krijgen.'

De tegenstanders zijn vooral bang hun vrijheid kwijt te raken. Jan, 14 jaar: 'Alleen als het een club is waar je binnen kunt lopen, zonder vaste tijden en waar je je niet hoeft te melden.' Volgens Ria Meijvogel, deskundige schoolkinderopvang, willen tieners meer vrijheid, zelfstandigheid en verantwoordelijkheid dan de huidige naschoolse opvang biedt.

Daarom zou er volgens Meijvogel voor de kinderen vanaf een jaar of negen een 'overgangsclub' moeten komen, waar ze met die vrijheid leren om gaan. In de daarop aansluitende 'tienerclub', met een zich niet opdringende leiding, moet hetzelfde kunnen als thuis: vrienden en vriendinnen meenemen, komen en gaan wanneer je wilt en zelf je activiteiten kiezen.

Het eerste deel van deze serie stond in de krant van 14 november.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden