Psychotherapie

Wie aanklopt bij een psychotherapeut voor een langdurige behandeling moet erop rekenen dat hij vaak nul op het rekest krijgt....

De huidige beroepsgroep van psychotherapeuten maakt zich zorgen. De Gezondheidsraad schreef een kritisch rapport over langdurige psychotherapie. Bovendien zien psychotherapeuten, mede onder invloed van wachtlijsten en financiering, een ontwikkeling van langere naar kortere vormen van therapie. Zij vrezen dat daardoor een aantal cliënten uit de boot zal vallen. En tot overmaat van ramp zijn er vergevorderde plannen om de beschermde titel van 'psychotherapeut' af te schaffen.

In februari 2001 trok de Gezondheidsraad een voor de therapeuten sombere conclusie over de doelmatigheid van langdurige psychotherapie. Er blijkt weinig bewijs dat deze therapie werkt omdat zij nauwelijks deugdelijk wetenschappelijk is onderzocht. Korte psychotherapie (minder dan twintig sessies) is wel beter bestudeerd, maar vooral in experimentele settings. Daarbij is een positief effect gevonden op enkelvoudige psychische stoornissen zoals fobieën, maar de resultaten zijn minder duidelijk bij gecompliceerdere stoornissen, zoals bij angsten en depressies.

Zolang er geen bewijzen over de werkzaamheid zijn, adviseert de Gezondheidsraad terughoudendheid bij de toepassing van langdurige psychotherapie. Alleen in uitzonderlijke gevallen zou deze therapie noodzakelijk kunnen zijn, dit ter beoordeling van klinische experts. Er moet een systeem in het leven worden geroepen om de voortgang, werkzaamheid en kwaliteit van deze therapie kritisch te volgen.

De Gezondheidsraad bood de psychotherapeuten nog wel een sprankje hoop door doelmatigheidsonderzoek naar twee vormen van langdurige psychotherapie voor te stellen. Bij mensen met steeds terugkerende depressies en bij mensen met een persoonlijkheidsstoornis, zoals de borderline-stoornis (die zich onder meer kenmerkt door voortdurend wisselende stemmingen).

'Het is voor de langdurige psychotherapie geen vijf voor twaalf, maar drie over twaalf, omdat er veel achterstand in onderzoek is', meent Wim Trijsburg, hoogleraar psychotherapie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Universiteit van Amsterdam en voorzitter van de betreffende commissie van de Gezondheidsraad. Hij is inmiddels betrokken bij twee zogeheten multi-center studies. Het gebrek aan evidentie voor langdurige therapie en een overheid die wil bezuinigen en tegelijkertijd zoveel mogelijk mensen wil behandelen, speelt in de kaart van de korte therapie, constateert Trijsburg.

'Dat draagt het gevaar in zich dat een minimale behandeling ook de maximale behandeling wordt.' Trijsburg ziet een tendens om met kortere behandelprogramma's mensen voldoende te helpen, zodat ze zelf verder komen. 'Ik heb de indruk dat men toegaat naar een soort contact zoals in de huisartspraktijk. Dat je alleen komt als je acute klachten hebt. Als je die contacten bij elkaar optelt, is het misschien toch weer een langdurige behandeling.'

In enkele decennia tijd hebben veel mensen de weg naar psychische hulp gevonden: momenteel zijn dat er jaarlijks ongeveer 150 duizend. Dat zijn niet allemaal mensen die alleen met langdurige therapie geholpen kunnen worden. Ook slechts enkele gesprekken kan een aantal van hen weer op het goede spoor zetten. Anderen zullen met zo'n korte behandeling tekort worden gedaan. Daarom moet er wel een inspanning blijven om de langduriger therapie overeind te houden, meent Trijsburg.

Drs. Leo de Nobel, lid van de Raad van Bestuur van GGZ Noord-Holland-Noord, signaleert ook een lichte tendesn naar kortere therapievormen. De Riaggs bijvoorbeeld hebben een vijf-gesprekken therapie ingevoerd. Maar van een uittocht uit de langere therapie is volgens De Nobel geen sprake. 'Binnen de Riaggs worden de langste therapievormen bedreven. Er wordt wel scherper dan voorheen naar de indicatie gekeken. Mensen zullen daardoor bij ons voor langduriger therapie vaker tevergeefs op de bel drukken en daardoor of op een wachtlijst komen of naar een psychotherapeut met een vrije praktijk moeten stappen.'

Dat heeft consequenties voor de financiering. Langdurige therapie binnen een instelling als de Riagg wordt vergoed in het kader van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, AWBZ. Die is niet van toepassing, of in beperkte mate, voor vrijgevestigde psychotherapeuten. Daar zal een ziektekostenverzekeraar toestemming moeten verlenen - en die vergoeden dat zelden - of de cliënt zal zelf moeten betalen. De Nobel: 'Ik denk niet dat de primaire zorg van therapeuten is dat de langduriger therapie totaal zal verdwijnen, maar wel dat ze buiten de collectieve voorziening valt.'

Dr. Thijs de Wolf, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie steunt die opvatting. 'Daardoor ontstaat een tweedeling tussen mensen die het wel en niet kunnen betalen. Dat is een slechte zaak.' Hij ziet wel steeds duidelijker dat binnen instellingen korter en klachtgericht wordt gewerkt, terwijl in de vrije praktijk voor een (vaak langere) meer persoonsgerichte aanpak wordt gekozen. 'Er is een groep cliënten die langduriger psychotherapie nodig heeft en aankan en deze nu niet krijgt. Het gevaar daarvan is dat ze steeds terugkomen en de therapie blijft hangen in symptoombestrijding.' Hoe groot die groep is, blijft echter duister.

Cees van der Staak, hoogleraar klinische psychologie in Nijmegen signaleert ook een verschuiving naar een meer geprotocolleerde vorm van therapie waarin inhoud, duur en evaluatiemomenten zijn vastgelegd. Net als op andere terreinen van de gezondheidszorg. 'Dat is een goede zaak, ook al kan de keerzijde een soms wat te nauw keurslijf zijn.'

De klinisch psycholoog is voorstander van zogenoemde stepped care, waarin therapie langzaam wordt opgevoerd: een korte therapie waar mogelijk, lang als het nodig is. 'Je kunt dat vergelijken met de overige geneeskunde. Daar is ook sprake van een getrapte zorg: van huisarts, via algemene ziekenhuizen naar gespecialiseerde klinieken. Dat zou ook meer in de geestelijke gezondheidszorg mogen. Het is een misvatting dat iedereen die geen langdurige psychotherapie krijgt, niet geholpen kan worden. Want de afgelopen decennia is het aanbod aan therapievormen enorm uitgebreid.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden