Interview Klinisch psycholoog Jos de Keijser

Psycholoog onderzocht de rouw van MH17-nabestaanden: ‘Rouw telt niet op. Op een bepaald moment zit je vol’

Jos de Keijser: ‘Er zijn achterblijvers die vier of vijf dierbaren hebben verloren, en die komen makkelijker door hun rouwproces dan sommigen die één geliefde kwijt zijn. Rouw telt niet op. Op een bepaald moment zit je vol.’ Beeld Kiki Groot

Klinisch psycholoog Jos de Keijser onderzocht het rouwproces van MH17-nabestaanden. ‘Bij een aanslag duurt het rouwen vaak veel langer.’

De nabestaanden van vliegramp MH17 delen niet alleen een plotseling, gewelddadig verlies, maar ook onwetendheid over het laatste moment van hun geliefden, ontoegankelijkheid van de plek waar het gebeurde en het ontbreken van een intact lichaam om afscheid van te nemen.

Dat bemoeilijkt het rouwproces, zegt klinisch psycholoog Jos de Keijser. ‘Van iedereen die een geliefde verliest door bijvoorbeeld kanker of een hartaanval, functioneert 90 procent na een jaar weer boven een bepaalde internationaal afgesproken norm. Maar bij nabestaanden van een aanslag of een moord duurt het rouwen vaak veel langer.’

Met collega’s onderzocht De Keijser het rouwproces van deze nabestaanden. In 2,5 jaar enquêteerden ze 173 van hen vier keer. Daarvan beantwoordden 66 mensen alle vragenrondes. De resultaten worden dinsdag bekendgemaakt op de herdenkingsbijeenkomst in Nieuwegein, met het boekje Iets in mijn leven is kapot. Uit het onderzoek blijkt dat de meesten, 80 procent, na een jaar kampten met complexe rouw (PCRS), posttraumatisch stresssyndroom (PTSS), een depressie of meerdere stoornissen tegelijk. Tweederde van deze groep verloor door de ramp meer dan één geliefde.

Wat maakt rouw na een moord of aanslag anders?

‘De MH17-ramp is een man made disaster – door mensen veroorzaakt. Je kunt een lijn trekken van natuurrampen naar rampen die door mensen zijn veroorzaakt, en aanslagen. Bij een natuurramp zoek je geen schuldige. Bij man made disasters, bijvoorbeeld een scheeps- of vliegramp, doe je dat gedeeltelijk: soms is dat een ongeluk, soms pech, of iemands fout. Maar bij een aanslag heeft iemand doelbewust jouw geliefde dood gemaakt. Dat is moeilijker te verwerken. Daardoor ontstaan boosheid en wraakgevoelens. Die frustratie geeft bijkomende stress en bemoeilijkt het normale verwerkingsproces.’

MH17 zit tussen man made overlijden en een aanslag in, zegt De Keijser. ‘Het was een aanslag, maar niet bewust tegen deze passagiers gericht. Dat zie je ook bij 9/11 in New York: die aanslag was ook niet gericht tegen de ambtenaren in de WTC-torens, maar tegen het hele Westen. Bij Breivik op het Noorse eiland Utoya was sprake van een heel gerichte aanslag. Hij had een hekel aan progressieve, linkse mensen en wist precies hoeveel sociaal-democratische kinderen daar op dat moment waren. Dat zie je terug in de rouw van hun ouders, die zijn nog bozer dan de nabestaanden van MH17 op de vier verdachten die nu zijn aangewezen.’

Eigenlijk was MH17 geen nare, pijnlijke dood, zegt De Keijser: je gaat in vrolijke stemming op vakantie en ineens – ploep – ben je weg. Geen lijden, geen ellende, geen ziekenhuisopnames. Maar de achterblijvers ervaren dat als heel traumatisch. Zij kunnen allerlei psychische klachten krijgen.

Aankomst van slachtoffers op Eindhoven Airport, november 2014. Beeld Marcel van den Bergh

Een jaar na de ramp onderscheidde de psycholoog drie groepen. Allereerst waren dat de ‘veerkrachtigen’. Zij hebben veel verdriet, piekeren en slapen slecht, maar na een jaar functioneren ze weer vrij goed. Een tweede groep had complexe rouw. Zij hebben na een jaar hun leven nog niet op orde, maar ‘die komen er wel’. De derde groep kampt naast complexe rouw met problemen zoals PTSS of een depressie. Deze nabestaanden hebben vaak professionele hulp nodig, zegt De Keijser, anders verandert er niets.

Wat kenmerkt complexe rouw?

‘Dat is rouw die langer duurt dan gemiddeld een jaar. Deze nabestaanden hebben een extreem verlangen naar de overledene – zo sterk dat je bijvoorbeeld onder het dekbed van je kind moet slapen, elke dag naar de begraafplaats moet of elke dag de geur van je geliefde moet ruiken. Dat je er dus niet los van komt.

‘Andere symptomen van complexe rouw zijn gevoelens van leegte en vermijding. Ze vermijden het gesprek over een persoon of bepaalde plaatsen, om zichzelf te beschermen tegen de pijn. En die bescherming is tegelijkertijd instandhouding van de rouw.’

En hoe kenmerkt PTSS zich bij nabestaanden?

‘Als er iets ergs gebeurt, maak je er een beeld van. De nabestaanden die ik heb gesproken vormden zich beelden van wat er precies is gebeurd, ze dromen over kinderen die door de lucht vliegen, of zien steeds beelden van wrakstukken of lichaamsdelen.’

Een van de bevindingen uit zijn onderzoek staat haaks op wat tot dusver wordt aangenomen: vakliteratuur meldt dat rouw ‘stapelt’ wanneer iemand meerdere personen tegelijk verliest, maar dat komt uit dit onderzoek helemaal niet naar voren, zegt De Keijser. ‘Er zijn achterblijvers die vier of vijf dierbaren hebben verloren, en die komen makkelijker door hun rouwproces dan sommigen die één geliefde kwijt zijn. Je zou verwachten dat die vaker complexe rouw hebben, maar dat zien we niet terug.’

Hoe is dat te verklaren?

‘Rouw telt niet op. Op een bepaald moment zit je vol. In de vakliteratuur heet dat bereavement overload; je bent overladen met verdriet, je werkgeheugen zit vol, je kunt er niet meer bij hebben. Dan is het niet zo dat je eerst de ene en daarna de andere dode moet verwerken. Het lijkt eerder zo dat je met de ene tegelijk ook het verdriet om de ander daarin meeneemt.’

Waarom krijgen sommigen dan complexe rouw en anderen niet?

‘De veerkrachtige, zelfredzame nabestaanden vermijden niet, zij gaan alle confrontaties aan. Ze hebben lichaamsdelen bekeken en hun geliefde geïdentificeerd. Ze gaan naar de reconstructie van het vliegtuig in Gilze-Rijen kijken. Ze praten over de overledene, zoeken steun en pakken hun leven weer op. Dat is niet omdat ze beter zijn dan de anderen, maar een kwestie van aanleg en karakter.’

De nabestaanden die deelnamen aan het onderzoek, is psychologische behandeling aangeboden. Daar hebben 35 mensen gebruik van gemaakt. Zij kregen acht sessies van cognitieve therapie, ‘exposure’ en EMDR.

Bij cognitieve therapie ‘speuren we’ naar negatieve gedachten, zegt De Keijser. ‘Soms kampen nabestaanden met een schuldgevoel: ik was een slechte partner, of: heb te weinig met mijn dochter gedaan. Ik zal nooit zeggen dat het verkeerd is wat iemand denkt, maar ik probeer te begrijpen waaróm iemand iets denkt. Als de reactie is: dat gaat vanzelf, zijn het geautomatiseerde gedachten. Die kun je omzetten in bewuste gedachten die je zelf stuurt. En als iemand zegt: ik word nooit meer gelukkig, kun je die gedachte uitdagen. Die zegt iets over de toekomst, maar de toekomst ken je niet. Dus weet je ook niet of je nooit meer gelukkig wordt.’

‘Exposure’ behelst confrontatie met pijnlijke zaken die worden vermeden. ‘Een vorm van vermijding noemen we derealisatie; iets wordt onwerkelijk, het is een soort film, je denkt: mijn geliefde zit gewoon in Maleisië en komt straks weer terug. Je wilt niet naar die pijn toe. We hebben deze mensen gevraagd te schrijven over dingen die ze moeilijk vinden, plaatsen te bezoeken waar ze liever niet naartoe gaan, of bijvoorbeeld de broek van hun kind te identificeren. Door ze met de werkelijkheid te confronteren – ja, het was dat vliegtuig en ja, iedereen is dood – stimuleer je dat het verdriet op gang komt, zodat ze tot verwerking kunnen komen.’

Vervolgens werd EMDR toegepast om PTSS-beelden kwijt te raken. ‘Terwijl je aan de gebeurtenis denkt, bijvoorbeeld het neerkomen van het lichaam van jouw geliefde daar in Oekraïne, word je gevraagd die film voor de geest te halen en tegelijkertijd naar de vinger van de therapeut te kijken of naar een apparaat te luisteren. Dan wordt dat filmbeeld opnieuw opgeslagen in je werkgeheugen, maar minder goed doordat je wordt afgeleid. Als het minder goed is opgeslagen, verwerkt je geheugen de informatie ’s nachts beter en vervagen die beelden.’

Uit het onderzoek blijkt ook – ‘heel opmerkelijk’ – dat PTSS niet het rouwen blokkeert, maar dat complex rouwen juist de oorzaak kan zijn van PTSS. ‘Tot dusver was de aanname dat je eerst PTSS behandelt, zodat iemand normaal kan rouwen. Maar wij hebben aanwijzingen dat je eerst die rouw moet behandelen, anders gaan die PTSS-beelden niet weg.’

De deelnemers hebben veel baat gehad bij de behandeling, zegt De Keijser. Na de laatste enquête bleek dat de klachten waren afgenomen of verdwenen. Maar nabestaanden die ook nog kampen met depressie blijken veel minder aan zo’n behandeling te hebben. ‘Daarbij zoeken we nog naar een tussenweg-behandeling: langere rouwverwerking met het activeren van de persoon door bijvoorbeeld dagbesteding aan te bieden. Dus een belangrijke conclusie is dat we bij traumatische rouw beter moeten kijken wat goed is voor wie. Hoewel ze allemaal hetzelfde verlies hebben meegemaakt, gaat de behandeling om differentiatie, om maatwerk.’

Naar complexe verliezen is nog weinig onderzoek gedaan. ‘We weten heel weinig van hoe we achterblijvers na zelfdoding, moord, vermissing of een aanslag kunnen helpen. Dat is jammer, want goede begeleiding loont’, benadrukt de psycholoog. ‘Je krijgt mensen sneller aan het werk, de kwaliteit van leven wordt weer hoger.’

Een aantal van de onderzochte nabestaanden werkt nog niet volledig of helemaal niet meer. Rouw is op zich geen reden voor afkeuring voor werk, zegt De Keijser, maar er mag wel meer rekening mee worden gehouden. ‘Een van de nabestaanden die ik sprak werkte in ploegendiensten in een fabriek. Bij de MH17-ramp verloor hij zijn kind. Toen hij weer ging werken, mocht hij uitsluitend dagdiensten doen omdat hij zo slecht sliep. Maar na een half jaar zei z’n werkgever: het wordt tijd dat je weer nachtdiensten gaat draaien. Dat kon hij nog helemaal niet.’

Bloemen en knuffels voor de Korporaal van Oudheusden Kazerne in Hilversum, waar de slachtoffers worden geïdentificeerd, september 2014. Beeld ANP

Rouw krijgt te weinig erkenning in het systeem van ziek-zijn, vindt de psycholoog. ‘Misschien is het geen ziekte, maar het is wel heel erg, reden om het werk aan te passen. Ik ben niet voor thuiszitten; werk geeft structuur. Maar aanpassingen zijn soms noodzakelijk. Dan moet je denken aan rouwverlof in cao’s. Ik vind dat daar veel te weinig aandacht aan wordt besteed.’

Samen met collega’s Paul Boelen en Lonneke Lenferink schreef Jos de Keijser in 2016 het werkboek Rouw na vliegramp MH17 voor de nabestaanden, en eind vorig jaar publiceerden ze samen met Geert Smid voor hulpverleners het Handboek traumatische rouw. Ze werden uitgenodigd voor verschillende bijeenkomsten van nabestaanden en kregen de vraag of ze hen psychisch wilden begeleiden.

Dat was niet altijd makkelijk, zegt De Keijser. ‘We zijn niet altijd even vriendelijk ontvangen. Je hebt gauw het imago dat je betweterig bent, dat je even komt uitleggen hoe het zit met jouw emoties. Ik had daar weleens moeite mee. Maar je doet dat, want het is je werk en je vindt het belangrijk om te doen.’

Ook kreeg hij het verwijt: je komt alleen omdat je zo graag onderzoek wilt doen. ‘Ik begrijp dat wel hoor. Deze mensen hebben iets afschuwelijks meegemaakt. Er komt veel op ze af – verdriet, ongevraagde media-aandacht, een hoop geregel – en dan komen wij ook nog eens met onze pijnlijke vragenlijsten. Maar met de conclusies hoop je nabestaanden van zo’n ramp in de toekomst beter te kunnen helpen.’

Verklaart dit de lage respons op jullie onderzoek?

‘Deels. Veel achterblijvers denken na zo’n gebeurtenis: het is een soort lot, dit is me overkomen. Als je ziek bent ga je naar de huisarts, maar als je veel verdriet hebt, denken mensen: daar moet ik mee leren leven. Of: met een behandeling krijg ik mij geliefde toch niet terug. Terwijl is aangetoond dat het helpt. Verdriet is onvermijdelijk, dat heb je nodig om te verwerken. Een psycholoog kan je niet van die pijn af helpen. Maar wel van de belemmerende omstandigheden eromheen.’

‘Ik wil uitleggen wie we zijn verloren; hun namen moeten genoemd worden’

Op 9 maart 2020 begint het MH17-proces: een zaak met 298 slachtoffers uit tien landen, die vermoedelijk wordt gevoerd zonder verdachten en zonder verdediging. Een zaak waarop alle ogen van de wereld zullen zijn gericht. Wat betekent dat voor de nabestaanden? ‘Ik hoef die verdachten niet in de ogen te kijken.’

Familierechercheurs zijn gewoonlijk bij moord- en zedenzaken de schakel tussen het rechercheteam en de familie van het slachtoffer. Maar de MH17-ramp is zo uniek: hiervoor gingen in heel Nederland in één klap 106 familierechercheurs aan het werk voor de nabestaanden. Wat zijn hun ervaringen? En hoe wordt hun inzet gewaardeerd?

De Belgische forensisch tandarts Eddy De Valck is een van de mensen die van nummers weer namen wist te maken: hij hielp mee bij de identificatie van de 298 slachtoffers van de MH17-ramp in de Korporaal Van Oudheusdenkazerne in Hilversum. ‘Dit is het laatste wat we voor hen kunnen doen.’

Alom bewondering oogstte de repatriëring van de slachtoffers van de ramp met de MH17 in Oekraïne. Wie waren de verantwoordelijken en hoe gingen ze te werk? Reconstructie van bijna een jaar risicovol, secuur en empathisch mensenwerk.

Het onderzoek naar de toedracht van de MH17-ramp was allesbehalve regulier politiewerk. De Volkskrant sprak met drie hoofdrolspelers. Zij geven een bijzondere inkijk.

Toenmalig Volkskrant-correspondent Olaf Koens was een dag na het neerstorten van MH17 op de rampplek. Hij bracht er de nacht door met de reddingswerkers, tussen wrakstukken en lichamen. ‘Je moet alleen aan je werk denken’, zeggen de mannen van de reddingsdienst. ‘Niet aan de doden. Die liggen hier gewoon. Hier, drink nog wat.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden