Psychoanalyse van een fascist

In zijn omstreden oorlogsroman Les Bienveillantes, die met de Goncourt werd bekroond, hanteert Jonathan Littell een harde, kille en gepantserde taal....

Als hij een zoon had gehad, zou Adolf Hitler zich hebben laten ontvallen, wilde hij dat die op Léon Degrelle had geleken. De Belgische Rex-leider en collaborateur Degrelle (1906-1994) vertelt het in zijn memoriaal La campagne de Russie (1949), het relaas van de oorlog aan het Oostfront.

In 1936 ontmoette Degrelle voor het eerst de Grote Leider. Acht jaar later kreeg hij uit handen van de Führer het Ritterkreuz en werd bevorderd tot SS-Obersturmbannführer. Nog op hoge leeftijd vertoonde hij zich in het Spaanse Málaga, waar hij na de oorlog een veilig heenkomen had gezocht, tijdens neonazistische bijeenkomsten in zijn potsierlijke uniform van luitenant-kolonel.

In april van dit jaar stond Degrelle in dat uniform op de cover van het Franse weekblad Le Nouvel Observateur, zoals hij ooit als leider van het Waals Legioen prijkte op het omslag van Signal, het Duitse propagandablad in de bezette gebieden. Zijn beeltenis toont een ‘man van het theater’, een redenaar en een volksmenner.

Jonathan Littell, de schrijver van de magistrale oorlogsroman Les Bienveillantes waarin Degrelle zijdelings figureert, maakte een analyse van diens grootspraak. In Le sec et l’humide, waarin hij die Russische memoires ontrafelt, maakt Littell ‘een korte tocht op fascistisch terrein’. Het boek, dat hij schreef toen hij aan zijn grote roman werkte, is een psychoanalyse van Degrelle. Het is een speurtocht naar het fascistische taalgebruik.

De kleine studie veroorzaakt, net als zijn roman, veel ophef in zowel Franse als Duitse kranten en tijdschriften, ook al omdat in Parijs een al even omstreden expositie is te zien van Signal-fotograaf André Zucca over de tijd van de Duitse bezetting. De foto’s tonen een volk ‘dat gelooft in zijn leiders’, zoals Littell in zijn roman schreef. Oorlogsmisdadigers legitimeren hun daden door anderen medeplichtig te maken. ‘Het grootste gevaar voor de mensheid zijn wij zelf.’

Voor Littell, die enkele jaren als hulpverlener werkte in Bosnië, Afghanistan en Grozny, is Degrelle een ‘type’ dat model staat voor de koele fascist. De schrijver ging te rade bij Klaus Theweleit die in Männerphantasien (1977) het portret tekent van ‘de’ fascist aan de hand van een grondige lectuur van romans over de Duitse Vrijkorpsen kort na de Eerste Wereldoorlog. Volgens Theweleit is een fascist in freudiaanse termen een ‘onvolledig ik’, een Nicht-zu-Ende-Geborene die dat tekort compenseert door een pantser in de vorm van grootsprakerige idealen. Dat ‘onontwikkelde ik’ krijgt vorm in een groter verband, als lid van een beweging, een partij, het leger, een natie, of als oorlogsheld op het slagveld.

Littell hanteert het psychoanalytische jargon. Tegenover het mannelijke pantser, ‘de droogheid’ (in termen die aan Claude Lévi-Strauss zijn ontleend), staat het vrouwelijke, ‘het vochtige’ of anders gezegd ‘het weke’, datgene dat bestreden moet worden. In de metaforiek van Degrelle gaat het over de modder waarin de Russen als padden en reptielen krioelen, die door de heldhaftige en zuivere soldaat moeten worden uitgeroeid. Het hele memoriaal wemelt van dat soort beeldspraak.

Toen Les Bienveillantes verscheen, waren veel lezers geschrokken van het kille en harde taalgebruik van Littell. Maar juist dat gepantserde taalgebruik, het onderwerp van zijn nieuwe boek, confronteert ons met een prangende vraag: hoe kon het allemaal gebeuren, terwijl iedereen toekeek?

Paul Depondt

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden