Psycho Killer

Hij is door zijn collega's uitverkozen tot 'toppsychiater' en hij is medeverantwoordelijk voor de bijbel van zijn vakgebied, de DSM-5. En hij, Jim van Os, zegt in zijn boek: 'We zitten op de verkeerde weg.'

De psychiatrie was zo optimistisch gestemd, de laatste decennia. Het zou niet lang meer duren voordat we een depressie, adhd of een bipolaire stoornis konden 'meten'. Simpelweg door de patient in de mri-scan te leggen, zijn bloed te testen en wat wangslijm af te nemen voor dna-onderzoek. Daarna zouden we het zieke brein net zo effectief kunnen behandelen als een ziek hart of suikerziekte. Stop met dromen, waarschuwt de Maastrichtse hoogleraar psychiatrische epidemiologie Jim van Os. 'Na vijftig jaar intensief onderzoek is er geen enkele biologische test gevonden voor welk psychisch probleem dan ook. Laat staan een medicijn. We zitten op de verkeerde weg.'


Toeval of niet, de werkkamer van Van Os bevindt zich in het legendarische psychiatrisch ziekenhuis Vijverdal in Maastricht. Nou ja, in wat er van over is. Ooit stond de flat met negen verdiepingen voor vijfhonderd patiënten symbool voor het genezingsoptimisme van de jaren zeventig, mede geschraagd door de opkomende psychofarmaca. De verwachtingen kwamen niet uit. En de psychiatrie moest zichzelf opnieuw uitvinden.


En nu moet de psychiatrie alweer terug naar de tekentafel, vindt Van Os. Want het biomedisch wetenschappelijk onderzoek loopt dood. En de zorg voor patiënten met ernstige psychische klachten is 'onvoldoende'.


Uw noodkreet staat haaks op de blijmoedigheid van andere vooraanstaande psychiaters en breinvorsers als Dick Swaab en René Kahn.

'Ook hun optimisme is tanende. In 2000 zei Kahn: ik kan schizofrenie zien. Dat zal hij nu niet meer zeggen.'


Feit is dat hersenen van patiënten met schizofrenie kleiner zijn dan die van gezonde mensen. Hun hersenschors is dunner. De grijze stof is anders.

'Dat zegt mij niks. Patiënten met schizofrenie leiden geen normaal leven. Ze raken vaak hun werk kwijt en hun contacten, leven in een heel klein wereldje. Misschien zijn hun hersenen dáárom anders dan van gezonde mensen. Bovendien zijn de verschillen heel subtiel. Als je een voorbijganger van straat plukt en hem onder een mri-scan legt, kun je echt niet aan zijn brein zien of hij misschien schizofrenie heeft of een depressie. Dit soort neuro-imagingonderzoek leidt nergens toe.'


U bent tegen de zoektocht naar fysieke oorzaken voor psychische ziekten?

'Nee. Helemaal niet zelfs. Alleen, het gebeurt niet op een wetenschappelijk verantwoorde manier. Men doet alsof patiënten met schizofrenie of depressie een homogene groep vormen. In de praktijk hebben ze allemaal andere symptomen, ze reageren anders op de behandeling en het ziekteverloop verschilt enorm. Het is, kortom, appels en peren vergelijken. Of liever gezegd: de appels en peren zitten door elkaar heen.'


Toch vinden onderzoekers op mri-scans verschillen tussen gezonde en zieke breinen.

'Er zijn ook studies waarin geen verschillen worden gevonden. Maar die vinden niet hun weg naar een tijdschrift, want als onderzoek geen verband toont, is het niet interessant. Los daarvan zullen we de oorzaken van psychische aandoeningen als depressie met dit soort neuro-imaging niet vinden. Ik vergelijk depressie weleens met koorts. Als je naar de genen voor koorts gaat zoeken, zal je niks vinden. Want koorts kan veroorzaakt worden door wel twintig verschillende ziekten. Ook depressies hebben totaal verschillende oorzaken. De ene patiënt krijgt het door overgevoeligheid voor dagelijkse stress, de ander doordat hij er niet in slaagt positieve ervaringen vast te houden en ga zo maar door. Dát soort zaken biedt waarschijnlijk veel meer zicht op de oorzaak van depressies.'


U gunt de breinvorsers misschien niet genoeg tijd. De traditionele psychiatrie heeft honderd jaar de tijd gehad, maar kan nog steeds geen patiënten genezen.

'We kunnen de patiënt niet genezen, maar wel beter helpen dan vroeger. Er zijn therapieën die werken. En pillen. En soms de combinatie van die twee. Maar we weten niet op voorhand wat werkt bij welke patiënt en waarom. Dat is waar. We zijn minder ver dan we hadden gehoopt.'


Jim van Os klinkt misschien als een vertegenwoordiger van de anti-psychiatrie, maar dat is hij allerminst. Sinds 2008 werd hij meerdere keren door collega's uitverkozen tot 'toppsychiater'. Hij is lid van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) en medeverantwoordelijk voor de totstandkoming van de DSM 5, de 'psychiatrie-bijbel' waarin de vierhonderd diagnoses staan die een psychisch zieke patiënt kan krijgen. Van Os stapte in de DSM-werkgroep in de hoop het aantal diagnoses terug te brengen tot de pakweg twintig brede syndromen die alle vakgenoten herkennen en erkennen. Dat is hem niet gelukt. Wat hem voor ogen stond - en staat - beschrijft Van Os in zijn boek De DSM-5 voorbij!, dat half maart verschijnt.


'We zijn de fout in gegaan met die vierhonderd etiketten. De variatie aan symptomen die patiënten kunnen hebben, is zo groot dat je nooit genoeg labels kunt verzinnen. Daarom wil ik terug naar die brede syndromen, met daarbinnen ruimte voor een persoonlijke diagnostiek. Dat wil zeggen: per patiënt de psychische reacties op de omgeving heel precies inventariseren, en hoe symptomen daarin tot stand komen.'


Doen de meeste psychiaters dat niet al?

'Vergis je niet hoe dwingend die hokjes zijn. Ze gaan hun eigen leven leiden. Patiënten worden van het kastje naar de muur gestuurd. Want de ene psychiater weet alles van depressies en niks van psychoses en omgekeerd. En zonder DSM-label krijgt de psychiater niks vergoed. Het gevolg is dat er mensen met het etiket schizofrenie rondlopen omdat ze gevoelig zijn voor psychoses. Want ja, daar bestaat geen DSM-label voor.'


Een persoonlijke diagnostiek klinkt niet erg wetenschappelijk.

'Toch wel. Je ziet dezelfde ontwikkeling in de kankergeneeskunde. Het blijkt dat elke tumor anders is en dat je dus niet elke tumor hetzelfde moet behandelen. Je kunt ook met een wetenschappelijk oog kijken naar de ervaringen van mensen met psychische syndromen. Eén aspect dat heel vaak voorkomt, dwars door de vierhonderd DSM-diagnosen heen, is dat mensen supergevoelig zijn voor kleine, dagelijkse stress. Deze patiënten ontwikkelen meteen een slechte stemming als er iets vervelends gebeurt. Misschien kunnen we dit soort kenmerken wel verbinden aan genetische variatie. Waarom raakt de een sneller gestresst dan de ander, waarom kan de een beloningsgevoel langer vasthouden dan de ander.'


Heeft het breinonderzoek dan werkelijk niets opgeleverd?

'Het levert de patiënten niets op, nee. Integendeel. We hebben een tweedeling gecreëerd in mensen met een gezond brein en mensen met een ziek brein. Maar zo ligt het niet. We hebben allemaal depressieve gevoelens of psychotische ervaringen, net zoals we allemaal bloeddruk hebben. Alleen de variatie verschilt.'


Welk rapportcijfer geeft u ondertussen de zorg voor psychiatrische patiënten?

'Interessante vraag. In Engeland is zojuist onderzoek gedaan naar de kwaliteit van de zorg voor mensen met schizofrenie door een speciale commissie. Hun rapportcijfer kwam uit op een 2 á 3. Ze zijn zich doodgeschrokken. Ik zou niet weten waarom het in Nederland veel beter zou zijn. Wij steken meer geld in de zorg dan de Britten, maar ik denk dat de zorg voor mensen met ernstig psychisch lijden ook hier onvoldoende is. De gemiddelde patiënt ziet zijn behandelend psychiater 1 á 2 keer per jaar. De sector groeit wel enorm, maar niet op plekken waar de zorg het hardste nodig is. Er gaat steeds meer energie in frivole zorg zitten: hulp voor mensen met relatief lichte klachten die snel weer beter worden. Daarmee haal je volume-afspraken en prestatie-indicatoren en verdien je dus geld. Dat is óók een reden dat de psychiatrie zichzelf opnieuw moet uitvinden.'


Jim van Os: De DSM-5 voorbij! - Persoonlijke diagnostiek in een nieuwe GGZ.

Diagnosis uitgevers. euro 30.


Vanaf 15 maart verkrijgbaar.


CV JIM VAN OS

Jim van Os (1960) is hoogleraar psychiatrische epidemiologie en hoofd van de afdeling psychiatrie en psychologie van Maastricht Universitair Medisch Centrum. Hij studeerde geneeskunde in Amsterdam en genoot zijn opleiding tot psychiater in Casablanca, Bordeaux en Londen. Hij kreeg onder meer bekendheid door zijn voorstel om het begrip schizofrenie af te schaffen en te vervangen door een nauwkeuriger omschrijving van het syndroom. In 1995 kwam hij naar Maastricht. Van Os is coördinator van een EU-project met een budget van 12 miljoen euro om de interacties tussen de genen en de omgeving te onderzoeken bij psychotische stoornissen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.