Psychiatrische patiënt makkelijke prooi voor drugsdealer

Psychiatrische centra kampen met overlast van drugsdealers. Een oplossing is er nauwelijks: want elke patiënt in een open instelling mag naar buiten, bijvoorbeeld om drugs te kopen....

‘Mijn pleegzoon is in de psychiatrische instelling verslaafd geraakt’, zegt Frans van Puijenbroek verbitterd. Vroeger gebruikte Peter (30) wel eens wat, maar sinds twee jaar is hij volop aan de speed, verstrekt door dealers die hun waar zelfs op het terrein van de kliniek aanbieden. ‘Ik zie hem aftakelen. Als je hem nu ziet, zo vermagerd, de ogen ingevallen, zijn haren, en dat in drie weken tijd. Als dit nog enkele maanden doorgaat, is er straks niks meer van hem over.’

Het steekt Van Puijenbroek dat het psychiatrische centrum, Jan Wier in Tilburg, zegt er weinig aan te kunnen doen. ‘Als ze Peter betrappen, houden ze hem vier dagen binnen. Maar daarna mag hij weer gewoon naar buiten, want het is een open inrichting. Die dealers komen op het terrein van de kliniek, of staan hem op te wachten in het park ernaast of in de straten in de buurt. De kliniek ligt pal in de binnenstad.’

Jan Wier bevestigt de problematiek van toenemend drugsgebruik in en rond de kliniek, aangewakkerd door steeds opdringerigere dealers. ‘We worden er meer mee geconfronteerd dan in het verleden’, zegt Theo Vervoort, woordvoerder van de GGZ Midden-Brabant. ‘Het zijn zwakke broeders die zich makkelijk laten bespelen door dealers.’

De Tilburgse inrichting is geen uitzondering. Ook andere psychiatrische centra kampen met overlast van drugsdealers. Handelaren weten dat de klinieken vol zitten met reeds verslaafde of potentiële nieuwe klanten. Want psychiatrische patiënten zijn vatbaar voor middelen die hun geest verlichten, al is het maar voor even.

Dat geldt ook voor Peter, die van de ene psychose naar de andere leeft. ‘Van speed word ik rustig’, zegt hij. Maar zijn pleegvader is beducht voor het gevaar: ‘Uiteindelijk verergert dat spul natuurlijk zijn toestand. Het is dweilen met de kraan open. Je ziet hem door je vingers wegglijden.’

Volgens Vervoort heeft de kliniek wel enkele maatregelen genomen om het dealers en drugsgebruikers moeilijker te maken. Zo is er meer verlichting op het terrein aangebracht en lopen er meer toezichthouders rond. Ook zijn er nauwe contacten met buurtagenten, die een extra oogje in het zeil houden. ‘Maar we kunnen geen drugsvrije zone op ons terrein garanderen. We zijn een klein, open centrum midden in Tilburg. Daarmee krijg je de problematiek van de grote stad ook op je terrein. Bovendien ligt ernaast nog een park, waar ook wordt gedeald. We hebben geen 100 procents-oplossing.’

Sinds twee jaar heeft Jan Wier een ‘dubbele diagnose-afdeling’, voor patiënten die zowel met een psychische stoornis kampen als verslaafd zijn aan drugs of alcohol. Op die afdeling worden specifieke behandelprogramma’s aangeboden aan verslaafde psychiatrische patiënten.

Van Puijenbroek is de wanhoop nabij. Hij is bang dat Peter, die schizofreen is, straks onbehandelbaar wordt verklaard: ‘Dan is hij uitbehandeld en wordt hij op straat gegooid.’ De pleegvader, die in het onderwijs werkt, vindt het onbegrijpelijk dat het zelfbeschikkingsrecht van patiënten zo heilig is in de psychiatrie. ‘De patiënt mag zelf bepalen of hij zijn medicijnen inneemt. Dwangmedicatie mag niet. Ja, pas als hij in een psychose zit, dan wordt het toegepast. Maar dan is het te laat en is weer een stuk hersens aangetast. Mijn zoon kan niet eens één zin normaal praten. Maar hij mag wel bepalen wat hij wil, of hij zijn medicijnen wel niet inneemt, of hij naar buiten gaat om drugs te kopen.’

Van Puijenbroek noemt de overheid en de wetgeving misdadig. ‘De wetgever laat toe dat psychisch gestoorde mensen als volledig toerekeningsvatbaar worden gezien. Adequate opvang en adequaat verplegen worden daardoor onmogelijk. Peter zou baat hebben bij een gesloten inrichting, in een landelijke omgeving, waar de prikkels van de buitenwereld gedoseerd kunnen worden, en waar de dealers niet bij machte zijn om van de patiënten hun slachtoffer te maken.’

Woordvoerder Vervoort gaat vanwege de privacy niet in op het specifieke geval van Peter. Maar in het algemeen gebeurt alles ‘in een tweegesprek tussen behandelaar en patiënt’, zegt hij. De GGZ-instellingen zijn gebonden aan een reeks criteria die steeds getoetst worden. ‘Iemand opsluiten kan alleen als hij een gevaar is voor de omgeving. Zo’n besluit wordt zelfs getoetst door de rechter.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden