Psalmen blijven dichters inspireren

De psalmen. Kees Fens schrijft in het literaire tijdschrift Parmentier dat ze de lyrische samenvatting van het Oude Testament worden genoemd....

Maar onmiddellijk laat hij daarop volgen: ''Lyrische samenvatting van het christelijk geloof' is te weinig. De psalmen verwoorden ook, en dat vaak, zeer direct de situatie van de gelovige zelf (en in de traditie werden dat de gelovigen en dus de kerk). En dat van de diepste diepte tot de hoogte van het geluk van de lyrische lofzang, van godverlatenheid tot godverering, vaak binnen de ene psalm. Het is niet moeilijk vele van de psalmen te lezen als verwoording van de 'condition humaine', - de directheid van de taal ervan maakt dat mede mogelijk. Dat heeft ze een leven gegeven boven en buiten de joodse en christelijke traditie. De honderdvijftig psalmen samen zijn een van de rijkste poëziebundels van de wereldliteratuur. En zo is een koning, David, een der grootste dichters; op zijn naam staat een groot aantal van de psalmen, die dan ook vaak de 'Harpzangen Davids' heten.'

Eeuwenlang hebben de psalmen niet alleen dichters en schilders geïnspireerd, maar ook musici. Wie bijvoorbeeld heden ten dage Jochen Kowalski en Margaret Marshall het Nisi Dominus (psalm 126, ook wel 127) hoort zingen - zoals te beluisteren op de eerste cd met religieuze muziek van Antonio Vivaldi (1678-1741) - moet wel een hart van steen hebben om niet meteen God zelf te danken voor de goddelijke inspiratie die hij zijn mensenkinderen David en Vivaldi schonk. Zo zijn de psalmen levende kunst gebleven, op zichzelf, maar ook door de vele grote creatieve geesten die zij, hoe de tijden ook veranderden, wisten te blijven bezielen.

Nog steeds? Dat is de vraag die Parmentier zichzelf en een groot aantal eigentijdse dichters stelde. Ik kan niet alle namen noemen van degenen die voor dit nummer bereid waren zich aan een op de psalmen geïnspireerde proeve van hun dichtkunst te wijden, maar het zijn er heel veel. En wat meer zegt, het poëtische niveau van deze aflevering van Parmentier is hoog èn, moet ik erbij zeggen, intrigerend alleen door het feit dat dit - mag ik aannemen - overwegend a-religieuze gezelschap, waarvan Theun de Vries evenzeer deel uitmaakt als Simon Vinkenoog, geen enkele moeite heeft met deze 'lyrische samenvatting van het christelijk geloof'. Integendeel.

Natuurlijk zal de lezer die de psalmen kent zich intenser aan de poëzie in dit nummer van Ron Elshout, Maria van Daalen, Lloyd Haft, Peter Ghyssaert, Leo Vroman, Anton Korteweg, H. H. ter Balkt en al die anderen overgeven dan degenen voor wie deze 'wereldliteratuur' een gesloten boek is geworden. Maar voor wie de poëzie blijft zoeken als iets dat meer kan zijn dan sentimenteel gewauwel of een abstracte taalconstructie is dat niet werkelijk van belang. Deze gedichten spreken voor zichzelf, hoeveel er ook over te zeggen zou zijn.

De Tweede Ronde gaf een lustrumnummer in het licht - het blad bestaat vijftien jaar - waarin het vertrouwde beeld van het blad dat zich in al die tijd gevormd heeft, geen geweld wordt aangedaan. Een aantal verhalen, met als uitschieters 'Een maaltje krab' van de wederopgestanden Hendrik van Teylingen en 'De slufter' van Ron de Zeeuw; veel Nederlandse poëzie en light verse, èn een ruimhartige afdeling vertaalde poëzie, het genre waarin De Tweede Ronde, begonnen als 'vertalerstijdschrift', glorieert. Men vindt er opnieuw een fragment uit Orlando Furioso van Ludovico Ariosto, een canto van Vikram Seth uit diens The Golden Gate en daarnaast Tristia van Ovidius, vertalingen uit het Latijn van twee Nederlanders, Daniël Heinsius en J. H. Hoeuftt, werk van Osip Mandelstam, Rainer Maria Rilke, Arthur Rimbaud (een nieuwe vertaling van Le bateau ivre, De dronken boot), de zestiende-eeuwse Franse dichter-over-de-dood Jean de Sponde, Marina Tsvetajeva en Paul Verlaine, maar ook twee gedichten uit het Jiddisch van Itzik Manger: 'Mijn moeder is al sinds jaren dood/ maar haar liefde trekt wijde kringen/ met armen gespreid naar de wind.// Hier wiegt ze een drukke straat in slaap,/ daar roept ze geluk af over kleine hazen./ De miezerigste worm noemt ze haar kind.// Haar liefde gunt haar in haar graf geen rust./ Ze slaat haar siddoer voor de sterren open/ en bidt en bidt, opdat zij God vermurwt// met tranen die glanzen tot in mijn dromen.'

Ook De Gids staat boordevol poëzie. Het blad opent met drie gedichten uit de nalatenschap van Lucebert, waarbij Albert Voster, directeur van De Bezige Bij, aantekent dat deze nagelaten verzen, te zamen met de onlangs door het Letterkundig Museum verworven manuscripten van Lucebert uit de jaren vijftig, te zijner tijd gepubliceerd zullen worden. Huub Beurskens voert 'een samenspraak in gedichten' met Leo Vroman en anderen, zoals H. H. ter Balkt, Marc Kregting en Chris Honingh dragen nieuwe poëzie bij. In de rubriek 'Kroniek en Kritiek' kritiseert Predrag Dojcinovic, mede-oprichter van de Ex-Yu-Pen, het centrum voor schrijvers uit het voormalige Joegoslavië in Amsterdam, Waterlanders van Henk Pröpper, dat hem doet denken aan 'een winkel met een elitair assortiment van stereotypen van nationale herkomst'. Pröpper antwoordt: 'Als ik schrijf dat Nederland het paradijs op aarde is, ligt het voor de hand dat er heel wat slangen verstopt zitten tussen de waarheden die als glazig kijkende herkauwers in het landschap staan.' In Nederland heeft men deze ironie en zelfspot niet zo goed begrepen, aldus Pröpper, maar in Frankrijk des te beter. Daar leest men zijn boek juist als 'verwoester van 'idées reçues' en clichés.'

Willem Kuipers

Parmentier: Nieuwe psalmen, nr. 4, 1995, ¿ 24,50;

De Tweede Ronde, zomer 1995, ¿ 17,50;

De Gids, nr. 9, september 1995, ¿ 15,90.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden