Pruikenkoppen en kroegbazen

Hoe de opstellers van de Amerikaanse grondwet het gewone volk buiten de deur probeerden te houden

Een als los zand aan elkaar hangende verzameling van dertien marginale, agrarische Engelse koloniën veranderde in enkele tientallen jaren in een bruisende, expansieve natie met een geschreven grondwet - de eerste ter wereld - en een cultuur die door de Franse aristocraat Alexis de Toqueville in de jaren 1830 in zijn studie Over de democratie in Amerika met vooruitziende blik werd aangewezen als het voorland van de hele westerse beschaving.

De Amerikaanse Revolutie, begonnen in 1776, is volgens historicus Gordon S. Wood, de gelauwerde specialist in de vroege geschiedenis van de Verenigde Staten, zonder meer de belangrijkste gebeurtenis uit de Amerikaanse geschiedenis: 'Ons geloof in vrijheid, gelijkheid, in het belang van de grondwet en het welzijn van gewone mensen stamt uit het tijdperk van de Revolutie.' Maar het was geen kleinigheid om zo'n democratische, egalitaire op de Verlichtingsidealen geïnspireerde natie uit de grond te stampen.

Momenteel is een periode van nationale historische bezinning in de VS in volle gang, dankzij de spectaculaire opkomst van de Tea Party. Deze libertair-conservatieve volksbeweging beroept zich luidruchtig op de 'oorspronkelijke' grondslagen van de Verenigde Staten, zoals die meer dan tweehonderd jaar geleden door de Founding Fathers werden vastgelegd in de Amerikaanse Constitution. Deze grondwet en al het moois waar die voor staat, zou, aldus de Teapartiers, de afgelopen zeventig jaar te grabbel zijn gegooid door beide grote politieke partijen (maar vooral door de Democraten), gedomineerd als die zijn door de 'elitaire' voorvechters van Big Government en wereldwijd, agressief Amerikaans interventionisme.

Progressieve Amerikanen, met name in academische kring, hebben doorgaans diepe minachting voor de Tea Party en zijn historische pretenties: het aanroepen van de Founders en de Constitution zou anno 2011 als een tang op een varken slaan. Zij zijn bij Gordon Wood aan het verkeerde adres. In The New York Review of Books, het lijfblad voor linkse high brows waarvan hij al 30 jaar medewerker is, laat hij doodleuk weten dat de Tea Party zich met recht opwerpt als directe nazaat van de Amerikaanse Revolutionairen. 'De Tea Partiers zijn zeker geen geleerden', schrijft Wood, maar hun 'emotionele instincten over de Revolutie doen daaraan meer recht dan hun critici willen toegeven'. Dat wil niet zeggen dat Wood, net als de Tea Party, meent dat het voortbestaan van de VS afhangt van het letterlijk en stipt naleven van alle 18de-eeuwse voorschriften van de Founders. De denkwereld van de Amerikaanse aartsvaders staat zo ver van ons af dat het al veel van onze verbeeldingskracht vergt om die nu zelfs maar te kunnen begrijpen.

Letterlijke navolging van de Founding Fathers is ook al helemaal niet mogelijk, betoogt Wood, omdat er onder hen fundamentele meningsverschillen bestonden over hoe de overgang moest verlopen van het Engelse aristocratisch-monarchale bestel, waarin zijzelf waren opgegroeid, naar een egalitaire, democratisch bestuurde republiek. Zij hoopten dat de VS zich zou ontpoppen tot een sterk verbeterde versie van de klassieke Romeinse republiek. In feite werd het een radicaal experiment, een spiksplinternieuw fenomeen, vers uit het gedachtenlaboratorium van de Verlichting.

Gelijkheid betekende in 1776 voor de meeste Amerikanen nog primair gelijkheid voor de wet. Maar toen onder het algemeen (mannen-)kiesrecht politici moesten gaan strijden om de gunst van kiezers, kreeg gelijkheid een veel ruimere betekenis dan de Founding Fathers ooit hadden beoogd, namelijk dat 'niemand beter is dan een ander'. Daardoor konden opeens personen als volksvertegenwoordigers gekozen worden die daarvoor vroeger nooit in aanmerking zouden zijn gekomen. Zelfs kroegbazen en wevers namen zitting in de wetgevende vergaderingen van de opstandige staten. Het leidde al aan het begin van de 19de eeuw tot de opkomst van massapartijen en nieuwe vormen van politieke mobilisatie, onder andere door goedkope kranten en massabijeenkomsten. De Amerikaanse democratische politiek kreeg daardoor al vroeg het ietwat carnavaleske karakter dat inmiddels vrijwel overal ter wereld, in allerlei lokale varianten, gemeengoed is geworden.

Zo kregen de Founding Fathers juist niet waar ze op gehoopt hadden. Er gaapte daarvoor ook een veel te grote kloof tussen deze gecultiveerde 18de-eeuwse pruikenkoppen en alle latere generaties Amerikanen. De Founders streefden naar een door onbaatzuchtige, neutrale patriciërs gedomineerde, klassieke democratie waarin de deugdzaamheid van de regering een heilzame invloed zou hebben op de rest van de samenleving. Het pakte anders uit. De volksvertegenwoordigingen van de opstandige staten, die meteen na de opstand in 1776 hun werk begonnen, bleken veel minder ideëel geïnspireerd dan verwacht. James Madison, de vader van de Constitutie uit 1788, was verbijsterd over het nieuwe politieke bedrijf zoals hij dat aanschouwde in de assembly van zijn staat Virginia. 'Eindeloos bakkeleien, chicaneren, draaien, treiteren en alles op de lange baan schuiven, door hele en halve juristen' maakte van de wetgevingsarbeid een schertsvertoning. Impopulaire maatregelen werden steevast uit de weg gegaan.

Bezorgdheid over de gebreken van de prille Amerikaanse democratie was dan ook de voornaamste reden dat Madison en zijn geestverwanten, die de Federalisten werden genoemd, in de jaren 1780 gingen strijden voor een nieuwe grondwet. Zij hoopten de state assemblies aan banden te leggen door een federale overheid met veel ruimere bevoegdheden dan onder de wel heel erg minimalistische Articles of Confederation van 1776/77. Alle Founders beseften dat de centrale overheid meer armslag moest krijgen, maar de Federalisten zagen de constitutie vooral als een manier om 'de excessen van de democratie' te beteugelen.

Hun tegenstanders, de Antifederalisten, waarvan Thomas Jefferson de belangrijkste exponent was, wilden juist niet tornen aan de politieke invloed van gewone Amerikanen. Zij voorzagen - en verwelkomden - een wereld geregeerd door botsende individuen en belangen. Neutrale scheidsrechters waren daarbij overbodig, want, zoals een aan Jefferson toegeschreven uitspraak luidt, 'the public good is best promoted by the exertion of each individual seeking his own good in his own way'.

De Federalisten kregen in 1788 hun gedroomde Constitution, met een sterkere centrale overheid, de eerbiedwaardige George Washington als eerste en razend populaire president en onafhankelijke rechters. Allemaal instituties die het schorriemorrie in de volksvergaderingen in bedwang moesten houden en tegelijk eerzame burgers tegen foute politici moesten beschermen. Maar hun hoop dat daarmee de Amerikaanse politiek op een meer verheven plan zou worden gebracht en verlost zou worden uit de greep van 'gewone, ordinaire mensen met hun gewone, ordinaire financiële belangen' ging niet in vervulling. Wat dat betreft was de Constitution eigenlijk een mislukking. In plaats van een klassieke republiek, geleid door een belangeloze verlichte elite, kregen de Amerikanen uiteindelijk een democratic marketplace waar individuen op voet van gelijkheid hun eigen belangen najoegen.

Tocqueville zag het bijna tweehonderd jaar geleden scherp, aldus Wood. 'Amerikanen zijn geen deugdzaam volk', schreef hij, 'maar ze zijn vrij.'

Gordon S. Wood: The Idea of America - Reflections on the Birth of the United States.

De geboorte van Amerika

Penguin; 400 pagina's; ca. € 29,-.

ISBN 978 1 59420 290 2.

1765

Stamp Act. Britse parlement voert de eerste van een reeks onder de Amerikaanse kolonisten zeer omstreden belastingen in. Hun slogan: 'No taxation without representation.'

1773

Boston Tea Party. Een groep van zestig als Mohawk-indianen verklede Amerikaanse Sons of Liberty werpt als protest tegen de Engelse belastingpolitiek een lading thee van drie Engelse schepen overboord in de haven van Boston.

1775

American War of Independence breekt uit tussen de milities van dertien Amerikaanse colonies en de koninklijke Engelse troepen.

4 juli 1776

Declaration of Independence. De dertien opstandige Amerikaanse colonies scheiden zich formeel af van het Britse imperium.

1776/77

De opstandige staten stellen de Articles of Confederation op, de eerste aanzet tot een Amerikaanse constitutie. De afzonderlijke staten behouden hun soevereiniteit op alle terreinen die niet expliciet aan de - toen nog tandeloze - federale overheid werden overgedragen.

1783

Verdrag van Parijs. Einde van de Onafhankelijkheidsoorlog. Engeland erkent de soevereiniteit van de Verenigde Staten over het gebied dat in het noorden grofweg wordt begrensd door het huidige Canada, in het zuiden door Florida en in het westen door de Mississippi.

1788

De grondwet wordt geratificeerd, waardoor de Verenigde Staten pas echt een natie wordt en zijn karakteristieke politieke instituties krijgt. De federale overheid krijgt veel ruimere bevoegdheden ten koste van de staten, er komt een prominente president voor de hele republiek en een onafhankelijke rechtspraak.

1789

George Washington wordt de eerste Amerikaanse president.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden