Provocatief statement van narcistisch genotszoeker

Julidans. Stephen Petronio Company en Lareigne: Nr. 3, Drawn that way, Nr. 4. Choreografie: Stephen Petronio. Schouwburg Amsterdam, 15 juli....

Bij de Stephen Petronio Company danst de choreograaf zelf mee. Sterker nog: hij gaat zijn dansers vóór. Optredens van het Amerikaanse gezelschap beginnen bij voorkeur met Nr. 3, een solo die Petronio tien jaar geleden voor zichzelf maakte. En in Nr. 4, een soort vervolg op deze solo, prijkt de choreograaf voorop in een rij van vier dansers. Hij is de enige die helemaal te zien is, en aangezien het rijtje unisono beweegt, is het alsof de anderen Petronio's bewegingen echoën.

Een beetje pedant is het wel: de meester laat zien hoe het moet. Maar het is ook eerlijk. Petronio trekt niet alleen achter de schermen aan de touwtjes, hij eist dat leidersschap op in de openbaarheid van de voorstelling. Door met zijn solo te beginnen, geeft hij bovendien richting aan de avond. In Nr. 3 toont de choreograaf de essentie van zijn bewegingsstijl. Recht voor het publiek staat Petronio, en hij komt nauwelijks van z'n plaats. De voeten tegen elkaar geklemd in de eerste balletpositie, de benen opgestrekt en het bovenlijf zo lang mogelijk gemaakt; hij is net een opgeprikte danspop.

In dat strakgespannen lichaam ontstaan bewegingen als plotselinge verkrampingen. De armen komen tot leven, rekken zich uit in lange lijnen, strelen de borstkas en het onderlijf, om zich dan weer in gespannen kronkels te wringen. Intussen kijkt Petronio recht voor zich uit, alsof hij niks te maken heeft met wat zijn ledematen uitspoken. Maar zijn gezicht weerspiegelt het fysieke genot dat de bewegingen hem na tien jaar nog altijd geven.

Op het Utrechtse Springdance Festival van 1987 voerde Petronio deze solo uit in een witte hansop met veel te lange mouwen, die als krachteloze vleugels aan zijn armen bengelden. Door dat dwangbuis-achtige kostuum werd Nr. 3 een verhaal over een verwarde geest in een vervreemd lichaam, zeker toen Petronio ter afsluiting een denkbeeldige injectienaald in zijn arm joeg. In de tussentijd heeft Petronio dit kostuum afgestroopt.

Hij danst nu met ontbloot bovenlichaam, en dat maakt zijn solo tot een trotse demonstratie van een welgevormde borstpartij. Over verwarring en vervreemding gaat het dansstuk niet meer, het is eerder een provocatief statement van een narcistische genotszoeker.

In de langere groepschoreografieën van Petronio komt een aantal elementen uit deze solo terug. Alle aandacht gaat naar de beweging, er is geen decor. Trage lichtveranderingen beïnvloeden de sfeer, en er is een nauwe relatie met de muziek. Dat is popmuziek - in het programma voor Julidans werd een nummer van Suede gebruikt, en op No More,Heroes van The Stranglers - of grillige moderne muziek zoals het gecontroleerde gekrijs van Diamanda Gallas. Net als Michael Clark maakt Petronio de campy combinatie van rauwe muziek en de extreme elegantie van het klassieke ballet. Maar Petronio wisselt die popperige elegantie af met een losse, energieke swing die hij heeft opgedaan in de acht jaar dat hij bij Trisha Brown danste.

Op de beste momenten werkt dat aanstekelijk, dan zou je willen dat er eindeloos wordt doorgedanst. Maar de explosiviteit die deze dansstijl vereist is voor de dansers niet vol te houden, zodat de langere choreogafieën na verloop van tijd verzwakken. Alleen Petronio heeft het goed bekeken, die maakt in de groepsstukken zo nu en dan een korte, spectaculaire opkomst, waarin hij even voordoet hoe het moet.

Marijn van der Jagt

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.