Provocateur en vechtjas, maar milder op het eind

Als Israëlische legerofficier en defensieminister was Ariel Sharon bruut en wraakzuchtig. Als premier verraste hij vriend en vijand met het opgeven van de Gazastrook. 'Leer mij de Arabieren kennen', zei hij steevast.

Israël voerde oorlog in Libanon en Gaza, in de Arabische wereld ging het volk de straat op, Syrië zakte weg in een bloedige burgerstrijd. Het gebeurde in de laatste acht jaren van het leven van Ariel Sharon (85) en het ging allemaal aan hem voorbij. Zaterdag kwam er een eind aan de comateuze toestand waarin de Israëlische ex-premier sinds januari 2006 verkeerde.


Als hij acht jaar geleden aan zijn hersenbloeding was overleden, zou hij zijn volk verweesd en in verwarring hebben achtergelaten. Nu zijn dood geen politieke consequenties heeft, kan Israël waardig afscheid nemen van een man die tijdens zijn leven de emoties hoog deed oplopen.


Minder dan een jaar voor hij in coma raakte, verraste Sharon vriend en vijand met de terugtrekking van leger en kolonisten uit de Gazastrook, zonder dat hij daarvoor van de Palestijnen een tegenprestatie verlangde. Hij wekte verbazing met zijn constatering dat een democratisch land als Israël niet eeuwig over een ander volk kan heersen.


Sharon was nu eenmaal iemand die zijn leven lang heeft gedaan en gezegd wat anderen niet wilden of durfden. Soms pakte dat goed uit, vaak ook verkeerd. Tegenover de terugtrekking uit de Gazastrook staan Sharons fanatieke steun aan de kolonisatie van bezet gebied, zijn provocatieve bezoek aan de Tempelberg in Jeruzalem en Israëls invasie in Libanon.


Sharon was een vat vol tegenstrijdigheden. Als officier en als minister van Defensie kon hij buitengewoon bruut en wraakzuchtig optreden, in de contacten met zijn naaste omgeving was hij een en al gemoedelijkheid. Ergens in de jaren negentig nam hij buitenlandse correspondenten mee op een busreis over de Westelijke Jordaanoever, om het strategische belang van de nederzettingenbouw aanschouwelijk te maken. Hij wist dat hij weinig supporters onder zijn gehoor had, toch wist hij de stemming erin te houden. Zelden is er in een bus zo veel gelachen.


Geen compromissen

Sharon was geen man van compromissen, een eigenschap die hij naar eigen zeggen had geërfd van zijn vader. 'Als die wist dat hij gelijk had, gaf hij geen duimbreed toe. Ook niet als hij een meerderheid tegen zich had en zelfs niet als iedereen zich tegen hem keerde', schrijft hij in Warrior, zijn autobiografie.


In de landbouwcoöperatie Kfar Malka, waar Ariel opgroeide, stond de oude Sharon bekend als een koppige en lastige heer. Daardoor moest ook zijn zoon zich van jongs af aan teweer stellen tegen de vijandschap van zijn omgeving. Zo werd hij een vechtjas.


Sharons durf en inzet kwamen hem goed van pas in zijn militaire carrière. Zowel in 1948 als in 1973 raakte hij gewond. Bij zijn soldaten was Sharon populair, maar steeds weer zorgde zijn eigengereidheid voor aanvaringen met zijn meerderen en met politieke leiders. Zoals in de jaren vijftig, toen hij naam maakte als commandant van de door hem opgerichte Eenheid-101, een groep commando's die optrad tegen Palestijnse infiltraties vanuit Jordanië.


Eenheid-101 was succesvol, maar zoals zo vaak wist Sharon geen maat te houden. In 1953 bliezen zijn mannen bij een wraakactie in het Jordaanse dorp Kibiya een aantal huizen op, waarbij 69 burgers om het leven kwamen. Sharon verklaarde later tegenover VN-onderzoekers dat hij meende dat de huizen verlaten waren. Het klonk weinig overtuigend.


Als minister van Defensie verscheen hij bijna dertig jaar later opnieuw voor een onderzoekscommissie. Dat was na het door Libanese falangisten aangerichte bloedbad in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila. Had het Israëlische leger die daad van zijn Libanese bondgenoten niet kunnen en moeten voorkomen?


Alweer kwam Sharon met een ongeloofwaardige verklaring. De tragedie zou het gevolg zijn geweest van een communicatiestoring. De commissie dacht er anders over en hield Sharon persoonlijk verantwoordelijk voor het falen. Wat was een gepaste straf voor de rijk gedecoreerde generaal? Na veel gedoe bereikte de regering van premier Menachem Begin een compromis. Sharon moest de post Defensie inleveren maar mocht aanblijven als minister zonder portefeuille. Zijn politieke loopbaan hing aan een zijden draad. 'Wie Sharon niet als minister van Defensie wil, krijgt hem als premier', voorspelde een van zijn bewonderaars in die tijd. En zo is het gegaan.


Sharons politieke loopbaan begon in 1972 en zoals in zijn karakter lag ging hij er meteen hard tegenaan. Hij vond het centrum en de rechtervleugel van de Israëlische politiek - zijn domein - te verdeeld en verbond daarom de Cheirut met een aantal andere partijen. Onder de naam Likud en onder de leiding van Begin behaalde het front bij de parlementsverkiezing van 1977 een klinkende overwinning. Politici van de verslagen Arbeiderspartij vreesden het ergste, maar toen de Egyptische president Anwar Sadat plotseling een vredesaanbod deed, greep Begin gretig de hem toegestoken hand.


Door de ondertekening van een vredesverdrag stemde de Likud-leider twee jaar later toe in een totale ontruiming van de bezette Sinaïwoestijn, met inbegrip van de Israëlische nederzettingen in het gebied. Sharon, tegendraads als altijd, stemde tegen. Misschien zinde het hem niet dat ditmaal een ander dan hijzelf een gedurfde stap zette.


In 1994, tijdens de regering van Yitzhak Rabin, onthield hij ook zijn steun aan het vredesverdrag met Jordanië. Hij stemde blanco omdat een van de verdragsclausules de Jordaanse koning een speciale verantwoordelijkheid geeft voor de islamitische heiligdommen in Jeruzalem.


Het was diezelfde verbondenheid met 'de eeuwige en ondeelbare hoofdstad van Israël en het Joodse volk', zoals hij in al zijn toespraken Jeruzalem aanduidde, die hem in september 2000 met een uitgebreid gevolg bij de Al Aqsa-moskee op de Tempelberg bracht. Die provocatie was niet de oorzaak van de Palestijnse 'Al Aqsa-Intifada', maar wel de vonk die het al maanden klaarliggende kruit deed ontvlammen.


Die show in Jeruzalem bleek het startschot voor de herleving van Sharons voorbij gewaande politieke carrière. De impopulariteit van Benjamin Netanyahu en het politieke falen van Ehud Barak van de Arbeiderspartij brachten Sharon in 2001 het premierschap. Binnen een paar jaar doofde hij het vuur van de intifada en zong zijn groeiende aanhang weer 'Arik, Arik, koning van Israël!'.


Sharon huldigde rechtse denkbeelden maar voelde zich nooit echt thuis in de gevestigde rechtse partijen. Al in het midden van de jaren negentig, lang voor hij premier werd, zei de linkse politica Yael Dayan (dochter van oorlogsheld Moshe Dayan) over hem: 'Arik zou best een vertegenwoordiger van links kunnen zijn, als links hem een machtspositie zou bezorgen. Misschien is hij wel onze enige echte Midden-Oosterse leider.'


Ze bedoelde dat de in de regio geboren en getogen Sharon waarschijnlijk meer begreep van 'de Arabische mentaliteit' dan alle andere Israëlische politici bij elkaar. 'Leer mij de Arabieren kennen', zei hij zelf altijd en dat was niet alleen maar een kolonialistisch cliché over 'inlanders'. Geen andere Israëlische politicus genoot onder Palestijnen zoveel respect als Sharon, ook al werd dat respect voor een goed deel gevoed door haat.


Politiek gezien stond Sharon dichter bij de generaalscoterie van de Arbeiderspartij dan bij de politici van de Likud. De leider die hij zijn leven lang het meest bewonderde, was David Ben-Gurion. Na de moord op Yitzhak Rabin, in 1995, boycotte diens weduwe Benjamin Netanyahu. Ze sloot Ariel Sharon in de armen. 'Arik is een van ons', verklaarde ze.


De sociaal-democraat Shimon Peres haalde Sharon in 1984 uit de politieke wildernis waarin Sabra en Shatila hem hadden doen belanden. En toen Sharon zelf premier werd, stond hij op de aanwezigheid van zijn oude makker Shimon Peres in zijn regering.


Heeft hij de laatste jaren van zijn actieve leven een ruk naar links gemaakt? Niet echt, al werd hij wel milder. Zijn denkbeelden over het Israëlisch-Palestijnse conflict zijn sinds de jaren zeventig niet wezenlijk veranderd, maar onder druk van de omstandigheden en vooral omwille van het strategisch bondgenootschap met de Verenigde Staten bleek hij soms bereid water bij de wijn te doen.


Palestijnse staat

Al kort na het sluiten van de Oslo-akkoorden in de jaren negentig kwam Sharon tot de conclusie dat een Palestijnse staat niet meer was tegen te houden. Net als de leiders van de Arbeiderspartij van de jaren zeventig en tachtig vond hij dat de heuvelrug op de Westelijke Jordaanoever, Groot-Jeruzalem en de Jordaanvallei onder Israëlisch bestuur moesten blijven. Palestina moest zich maar behelpen met de gebieden daartussen, op minder dan de helft van de Westoever.


Hij was tegen de bouw van een veiligheidshek op de grenslijn tussen Israël en de Westoever, maar kon wel leven met een politiek bepaalde scheidingsbarrière, die de grote nederzettingenblokken en heel Jeruzalem aan de 'Israëlische kant' zouden laten.


De lastig te besturen en strategisch minder belangrijke Gazastrook beschouwde Sharon als wisselgeld voor onderhandelingen, tot hij ervan overtuigd raakte dat er met het Palestijnse Bestuur van Yasser Arafat niet viel te praten.


Om de internationale druk op Israël over de uitvoering van de 'Routekaart naar Vrede' te verlichten, offerde hij Gaza op, waarmee hij zich de eeuwige vijandschap op de hals haalde van zijn vrienden in de kolonistenbeweging.


Het leidde in 2005 tot zijn vertrek uit de Likud, die naar zijn zeggen in rechts-extremistisch vaarwater was beland, en de oprichting van een nieuwe groepering die hij Kadima ('Voorwaarts') noemde.


In december 2005 werd Sharon getroffen door een lichte beroerte en een paar weken later door een veel zwaardere, die hem in een coma bracht waaruit hij niet meer zou ontwaken. Het noodlot trof hem op het hoogtepunt van zijn grillige politieke loopbaan. Kort voor zijn vertrek uit het bewuste leven verklaarde niet minder dan eenderde van alle Israëliërs in een opiniepeiling dat ze bij de eerstvolgende verkiezing op zijn partij zouden stemmen. Zijn opvolger, Ehud Olmert, wist de vaart er nog enigszins in te houden, maar daarna werd snel duidelijk dat Kadima geen lang leven zou zijn beschoren zonder een eigenzinnige zwaargewicht aan het roer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden