Provocateur en ideeënbron met rotsvaste meningen

Je houdt van hem of je hebt een hekel aan hem. Vriend en vijand zijn het over een ding eens: procureur-generaal..

In de jaren negentig veroorzaakte hij ophef met ongenuanceerde uitspraken, maar hij leek zijn leven te hebben gebeterd. Totdat hij onlangs in opspraak raakte omdat hij de chauffeur van zijn dienstauto opdracht zou hebben gegeven stelselmatig te hard te rijden. De Rijksrecherche onderzoekt die beschuldiging, die voor sommige Tweede-Kamerleden aanleiding was te pleiten voor zijn aftreden. Maar hij gaat over twee weken met pensioen, dus het is onwaarschijnlijk dat het nog zover zal komen.

Dato Willem Steenhuis werd in 1943 geboren in Apeldoorn, als oudste zoon in een middenklassegezin met een gereformeerde achtergrond. Hij bezocht daar het gymnasium, samen met Harry Haverkamp (oud-directeur van de opsporingsdienst FIOD-ECD). Volgens hem had Dato op school al een mening over alles. ‘Hij was duidelijk aanwezig.’

Op school leerde Steenhuis zijn huidige vrouw Trudy kennen. Samen werden ze later actief in Arjos, de jeugdbeweging van de Anti-Revolutionaire Partij (ARP). Ze kregen twee kinderen en adopteerden er nog twee, uit Korea. Het was een daad van naastenliefde, stelt een vriend van het gezin, emeritus hoogleraar burgerlijk procesrecht Rob Rutgers. ‘Dato’s vrouw nam het initiatief. Ze vond dat het zo goed met ze ging dat het tijd werd iets te doen voor de rest van de wereld. Dat kwam uit een goed christelijk hart.’

Wie is Dato Steenhuis? Hij is een flamboyante man, die graag mensen provoceert. Iemand die vijanden heeft gemaakt, maar zich daarvan weinig aantrekt. Veel mensen kennen hem als ‘de man met de rode das’, iemand met de uitstraling van een rechtse bal. Als buitenstaander is hij erin geslaagd binnen het Openbaar Ministerie (OM) dingen te veranderen.

Steenhuis begon zijn carrière als wetenschapper. Na een rechtenstudie werkte hij als criminoloog in Groningen bij Wouter Buikhuisen, die onderzoek deed naar biologische kenmerken van criminelen. In 1975 vertrok Steenhuis van de universiteit naar het ministerie van Justitie, waar hij directeur werd van het wetenschappelijk bureau.

Veel mensen reageerden verbaasd toen Dato Steenhuis in de jaren tachtig bij het OM terechtkwam, als advocaat-generaal (aanklager) in Leeuwarden. Hij had nauwelijks praktijkervaring. Toch deed hij het goed, volgens advocaat Willem Anker. ‘Hij was een geduchte tegenspeler. Op zittingen had Dato een overtuigend verhaal, dat hij goed presenteerde.’

Negen jaar later bereikte zijn carrière een climax. Hij werd lid van het college van procureurs-generaal, dat leiding geeft aan het OM. Toen begonnen ook de problemen. Steenhuis kon niet langer overal zeggen wat hij vond. Hij veroorzaakte een rel toen hij publiekelijk stelde dat mensen met een paar drankjes op beter autorijden.

Zulke uitspraken zijn onhandig, vindt Joop van Riessen, oud-hoofdcommissaris van de Amsterdamse politie: ‘Hij heeft ook eens gezegd dat je ’s avonds laat harder moet kunnen autorijden. Ik dénk het, maar hij zégt het. Dat is een beetje dom, want je bent handhaver en je moet je aan de wet houden.’

De carrière van Steenhuis hing aan een zijden draadje toen er ophef ontstond over zijn bijbaan bij adviesbureau Bakkenist (zie kader). Zelf vond hij het maar een ‘lullig bijbaantje’, maar het was de aanleiding voor een ongekende ruzie tussen het OM en minister Sorgdrager van Justitie. Steenhuis, die ‘de schijn van belangenverstrengeling’ had gewekt, kreeg een schriftelijke berisping.

De procureur-generaal was beschadigd, maar hij besloot te blijven. Zijn collega’s hadden een beroep op hem gedaan, zegt voormalig procureur-generaal René Ficq: ‘We konden zijn inventiviteit niet missen. Hij was een borrelende ideeënbron, iemand die ons bij de les hield en bij de tijd.’ Ook oud-minister van Justitie Benk Korthals (VVD) vindt dat Steenhuis een goede procureur-generaal was. ‘Hij was soms te spraakmakend, maar hij was een man met visie, die vers bloed binnen het OM bracht.’

Een van zijn verdiensten is dat Steenhuis het OM omvormde tot een ‘strafrechtelijk bedrijf’. Zaken worden tegenwoordig overal op dezelfde manier, en zo snel mogelijk, afgehandeld. ‘Je kunt wel magistraat zijn, maar je hebt ook een bedrijf te runnen’, zegt Hans van der Vlist, directeur-generaal rechtshandhaving op het ministerie van Justitie. ‘Dankzij Steenhuis worden eenvoudige zaken, zoals verkeersboetes, sneller afgehandeld. Dat is heel nuttig.’

Het beeld van justitie als een soort autofabriek is een gruwel in de ogen van de critici van Steenhuis, die niet allemaal met hun naam in de krant willen. Ze vinden dat Steenhuis een technocraat is, die ervoor heeft gezorgd dat bekeuringen en richtlijnen belangrijker zijn geworden dan het opsporen van criminelen. Een deel van zijn beleid, zoals het ‘kaalplukken’ van criminelen, is mislukt. Dat is mede veroorzaakt door gebrekkige automatisering, waarvoor Steenhuis verantwoordelijk was. ‘Het onderzoek naar misdaadgeld wordt daardoor ernstig geremd’, zegt hoogleraar strafrecht Petrus van Duyne.

Volgens zijn vijanden is Steenhuis iemand met een grote mond, die weinig tot stand heeft gebracht. Binnen het OM wordt hij ‘de meeuw’ genoemd, zegt een anonieme insider. ‘Hij komt krijsend aanvliegen, laat een flats en vliegt weer verder.’ Van Duyne verwoordt het anders: ‘Als je onder zijn populistische uitspraken een spade diep graaft, kom je vrijwel niets meer tegen.’ Hij vindt het tekenend voor het intellectuele niveau van de bewonderaars van de procureur-generaal dat niemand daar doorheen prikt.

Steenhuis is volgens zijn critici zo hoog opgeklommen dat hij niet meer gewend is aan tegenspraak. Daarom omringt hij zich met mensen die klakkeloos doen wat hij zegt. ‘Hij nam zijn eigen hofhouding mee’, vertelt Van Duyne, oud-collega op het ministerie van Justitie. Steenhuis zou zich hebben gedragen als een arrogante bestuurder. ‘Naar verluidt liet hij vergaderingen onderbreken omdat hij moest eten.’

Vrienden vinden dat de procureur-generaal niet arrogant is, maar een stevige persoonlijkheid die overtuigd is van zijn eigen gelijk, waar hij moeilijk vanaf is te brengen. Dat komt doordat hij altijd enigszins wantrouwend is. Goedheid zonder motief bestaat volgens hem niet. Hij vraagt zich altijd af waarom iemand iets doet, en laat zich daarom niet gemakkelijk overtuigen door anderen. Mensen die niet zo stevig in hun schoenen staan, laten zich al snel door hem overdonderen. Zeker als hij op zijn kenmerkende, enigszins korzelige manier reageert.

Dato Steenhuis legt de lat hoog voor iedereen, ook voor zichzelf. Zijn dochter Marinke beaamt dat. ‘Mijn vader is hard voor zichzelf en verlangt dat ook van anderen. Geen mietjesgedrag, je eigen verantwoordelijkheid nemen. Als wij als kind iets kapot hadden gemaakt, moesten we altijd een deel van de reparatie zelf betalen, om er iets van te leren.’

Wat opvalt is dat Steenhuis zijn grote huis in het Drentse Midlaren zelf onderhoudt en dat hij het gras in zijn enorme tuin uit principe met de hand maait. Hij houdt bij in hoeveel minuten hij het gras heeft gemaaid, zegt Marinke. ‘In het werk van mijn vader zit altijd een element van competitie.’

Dat wedstrijdelement komt ook terug in discussies. Steenhuis houdt van discussiëren. Hij is niet diplomatiek en geeft eerlijk zijn mening. Zijn lijfspreuk is: ‘Ik lieg nooit, dan hoef ik later niet moeilijk te gaan nadenken wat ik ook alweer tegen wie heb gezegd.’ Hij heeft een hekel aan mensen die om dingen heen draaien, of iemand een mes in de rug steken. Dat is niet zijn stijl. Dat sommige mensen schrikken van zijn confronterende uitspraken, realiseert hij zich niet altijd. Maar het kan hem ook weinig schelen wat anderen vinden. Als hij zelf maar weet hoe het echt zit.

De meeste mensen kennen alleen zijn harde imago, maar Steenhuis heeft ook een zachtere kant, vindt zijn vriend Rutgers. ‘Ik ken mensen die hem de teddybeer noemen. Hij neemt anderen voor zich in, heeft humor en is gezellig.’ Advocaat Anker is dat met hem eens. ‘Je kan goed een borrel met Steenhuis drinken.’

Terugblikkend op zijn carrière, zullen in ieder geval de incidenten beklijven. Over de rel met de dienstauto verschillen de meningen. Sommige critici vinden het wel bij Steenhuis passen dat hij zijn chauffeur veel te hard liet rijden. Anderen geloven dat niet, of ze willen er niets over zeggen omdat het onderzoek nog loopt.

Zelf reageert Steenhuis naar verluidt laconieker op de publiciteit. Hij denkt dat het zijn tijd wel zal duren. Tijd heeft hij binnenkort genoeg. Boven zijn schuur heeft hij een nieuwe werkkamer gebouwd, waar hij een wetenschappelijk boek wil schrijven over het handhaven van wetten. Ook kan hij in alle rust gaan genieten van een van zijn grootste passies: operamuziek.

Vrienden vinden dat Steenhuis moet worden herinnerd als iemand met visie, die het lef had om af te wijken van gebaande paden. ‘Je hebt zo iemand nodig in een organisatie’, vindt Ficq. ‘Maar je moet er niet teveel van dat soort hebben.’

Zijn vijanden vinden dat hij vooral verwarring heeft gezaaid met ondoordachte ideeën. ‘De meeuw had eerst op zijn ideeën moeten broeden’, aldus zijn grootste criticus.

Iedereen vindt dat hij zichzelf onnodig in de problemen heeft gebracht, met allerlei ongenuanceerde uitspraken. Advocaat Anker: ‘Steenhuis realiseerde zich te weinig dat hij, met een knipoog naar zijn naam, in een glazen huis woonde.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden