Achtergrond Windmolens

Provincies kunnen windmolens niet kwijt: ‘Als ze er komen, krijgen we oorlog’

Op de plek in Drenthe waar een rij windturbines moet komen, wordt onderzoek gedaan naar radioruis die de Lofar-telescoop zou kunnen storen. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Alle provincies moeten ruimte zoeken voor windmolens en dat lukt niet zonder slag of stoot. In Drenthe voeren tegenstanders strijd tegen windboeren en de provincie. Flevoland probeert de ‘hagelslag’ aan 600 relatief kleine windturbines te vervangen door 450 grotere exemplaren.

Nergens is het verzet tegen windmolens feller dan in Drenthe. De haat richt zich tegen windboeren en politici. ‘De korenwolf heeft meer rechten.’

Even buiten Eerste Exloërmond zendt een hijsinstallatie radioruis uit. Stoort de elektromagnetische straling de telescoop in Dwingelo? Hier, in de Drentse Veenkoloniën, zijn tientallen Nordex N131-turbines gepland. Op het hoogste punt, de tiphoogte, zijn ze 210,5 meter.

Wilt u dit verhaal liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Akkers in rust, groene boerenschuren, lintdorpen, bomenrijen, vlak land tot aan de horizon: plek zat voor 45 windmolens in zes lijnopstellingen, zou je denken. Maar nergens is het verzet tegen windmolens feller dan in de Drentse en Groninger Veenkoloniën. De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid waarschuwde zelfs al voor ­radicalisering en extremisme na bedreigingen, intimidatie en vernielingen.

De haat richt zich tegen de ‘windboeren’ die het gebied veranderen in een ‘onbewoonbare industriezone’. De molens ‘vernielen’ niet alleen het landschap, maar leiden ook tot ‘tweespalt in kindervriendschappen’ en roepen ‘bewust en onbewust angst en vluchtgedrag’ op, aldus een brochure met ‘NEE!!!!’ op de omslag. De boeren zouden zich over de rug van de bewoners ‘substantieel verrijken’.

Drenthe

Inwoners: 492.100

Commissaris van de KoningJetta Klijnsma

Gedeputeerde Staten: VVD, CDA, PvdA, ChristenUnie

Nazi-kampbeul

De provincie moet het eveneens ontgelden. Op anoniem verspreide posters werd gedeputeerde Tjisse Stelpstra (ChristenUnie) afgebeeld als nazi-kampbeul. Op het provinciehuis in Assen slikt hij even. ‘Ik ben echt geen stoere jongen die zegt dat het hem niets doet. Ik vind het gigantisch laf. Dan is zo’n poster nog onschuldig, maar asbest verspreiden of landbouwmachines beschadigen is ronduit misdadig.’

Tegelijk maken de persoonlijke aanvallen hem vastberaden. ‘Ik mag hier als bestuurder niet voor wijken. Drenthe is een energieprovincie pur sang.’ Hij spreekt enthousiast over ‘Drenthe 4.0’, na turf, olie en gas. ‘De stap is moeilijk, maar past in onze traditie. We kunnen geen nee blijven zeggen, als we willen dat de gaswinning stopt en de kolencentrales sluiten. We moeten wel in gesprek blijven met elkaar over hoe en waar.’

30 kilometer oostelijk van Assen, in Nieuw-Buinen, heeft Jan Nieboer geen greintje respect voor de ‘feodale windboeren’, de provincie en de Raad van State, ‘de vazal van het ministerie van Economische Zaken’. Zijn belasting- en advieskantoortje is het hart van het verzet. ‘Het is de strijd van 28 machtige windboeren tegen duizenden slaafse inwoners’, zegt hij namens Platform Storm en Tegenwind Veenkoloniën. ‘De korenwolf heeft meer rechten dan de simpele zielen in de Veenkoloniën.’

De provincie liet het zomaar gebeuren, aldus Nieboer. ‘Het provincie­bestuur heeft achterovergeleund. Met dank aan de rijkscoördinatieregeling van de Crisis- en herstelwet.’ Met die ­regeling kan Den Haag de besluitvorming coördineren bij projecten van nationaal belang. Bij energie-infrastructuur ligt de regie bij de minister van Economische Zaken en Klimaat.

Met die gang van zaken is gedeputeerde Stelpstra evenmin gelukkig. ‘De rijkscoördinatieregeling werkt dus niet. Het Rijk gaf de vergunningen af, nam de procedures over. Nu er weerstand is, geeft Den Haag niet thuis. Ik kan nu niet de schade herstellen. Zo doen we dat niet meer. We willen regie in eigen regio.’

Oorlog

Toch gaat het niet overal zo stroef. In Coevorden en Emmen gaat het, na aanvankelijke weerstand, beter. Maar het lukte Stelpstra niet om in Den Haag steun te krijgen voor een alternatief plan in de Veenkoloniën voor zonneweiden. ‘Daarvoor gaf minister Kamp geen millimeter ruimte. Ik wil eerlijk blijven, ik wek geen valse verwachtingen.’

Nieboer noemt Stelpstra een ‘leugenaar’ en een ‘farizeeër’. Hij roept Drenthe op PVV of Baudet te stemmen – ‘Die weten dat klimaathysterie een zeepbel is en windmolens een speeltje van links zijn.’ De harde acties tegen de boeren en politici begrijpt hij wel, al zijn het niet de wegen die hij zegt te verkiezen. ‘Ik waarschuw voor de gevolgen als de turbines er komen. Dan krijgen we oorlog in de Veenkoloniën tot de laatste molen weer plat is. Ik speel niet met vuur, dat doen de windboeren en de provincie.’

‘Een uitzichtloze oorlog’, zucht gedeputeerde Stelpstra. ‘Ik begrijp dat mensen boos zijn, demonstreren, bezwaar aantekenen. Maar nu is het klaar. Gaat het nog om de windmolens zelf of over de strijd? Dit gaat nergens meer over.’

Het conflict leerde hem dat je als provinciebestuur tussen veel vuren zit – het Rijk, de gemeenten, de boeren, de tegenstanders. ‘Het is een sergeantenrol: je krijgt klappen van boven en klappen van beneden. Dan kun je in je slachtofferrol kruipen, maar ik zie het anders. Soms ben je verbindingsofficier, soms ben je generaal, soms moet je gewoon orders uitvoeren. Mensen vinden het lastig om die verschillende rollen te begrijpen. Dat is ons lot als provincie.’

Flevoland heeft veruit de meeste windmolens. Straks staan er veel minder, maar wel hoger en in strak het gelid. ‘Afremmen zit niet in onze natuur.’

Acht joekels

‘Momentje, ik zet ’m even uit.’ Met een druk op de knop zet biologisch melkveehouder annex windboer Wilfried Groot Koerkamp de windturbine op zijn land stil. Even later trekt een staalkabel een blauwe liftkooi met horten en stoten naar 67 meter hoogte. Via een laddertje is de gondel met generator en tandwielkast te bereiken. Helemaal boven kan een luik open, dat van 70 meter hoogte een fenomenaal uitzicht biedt over Flevoland en verder.

‘Zo’, zegt Groot Koerkamp, kop in de wind, ‘dat kan ook van je bucketlist af.’

Binnenkort is het uitzicht hier nog weidser. De tien relatief kleine molens op dit rijtje buiten Biddinghuizen moeten wijken voor acht joekels met een tiphoogte van 230 tot 250 meter. Ter vergelijking: de kerktoren van Biddinghuizen meet 33 meter. Die tien huidige turbines voorzien tienduizend huishoudens van stroom; de acht zijn straks goed voor ­zeker 35 duizend gezinnen.

Windmolens bij Biddinghuizen, met helemaal links het erf van Wilfried Groot Koerkamp. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Flevoland

Inwoners: 411.670

Commissaris van de Koning: Leen Verbeek

Gedeputeerde Staten: VVD, CDA, D66, ChristenUnie en PvdA (als vervanger van de SP in 2018)

Wie Flevoland zegt, zegt windmolens. In 2013 spraken de provincies onderling af dat ze in 2020 samen 6.000 megawatt willen opwekken met wind op land. Ruim een kwart komt uit Flevoland. Het enthousiasme van de Flevoboeren voor lucratieve, gesubsidieerde windmolens begon al eind jaren negentig. Het heeft wel geleid tot een wirwar aan turbines in het strakke polderlandschap. ‘Hagelslagplanologie’, typeert PvdA-gedeputeerde Jop Fackeldey het op het provinciehuis in Lelystad. ‘Het ging allemaal zó snel rond 2000. Maar ja, de eigenaren hadden een vergunning op zak en zeiden: prettige wedstrijd.’

Soms raakten persoonlijke verhoudingen totaal ontwricht. Fackeldey: ‘Wie slim en snel was, regelde een vergunning en maakte een lange neus naar de anderen. Wie geld verdient aan de molens, klaagt niet over horizonvervuiling. Zoals een boer zei: jij hoort de wieken zoeven, ik hoor de kassa rinkelen.’

Pioniersprovincie

Al in 2005 kondigde Flevoland een bouwstop af. ‘Saneren en opschalen’ is sindsdien het devies. Flevoland telt momenteel ruim 600 relatief kleine molens. Over enkele jaren resteren er nog 450, die samen wel twee keer zo veel duurzame energie opwekken. Het provinciale windplan moet een aantal doelen dienen: betere landschappelijke inpassing, minder molens met meer rendement en, niet in de laatste plaats, een eerlijker verdeling van lusten en lasten.

Logisch, vindt Wilfried Groot Koerkamp. ‘We dragen straks als windboeren bij aan een gebiedsfonds. Voor onze acht nieuwe molens gaat het om 40.000 euro per jaar. Daarvan kan je toch de plaatselijke voetbalclub draaien of het zwembad in Biddinghuizen openhouden. De gemeenteraad in Dronten rekent zich al rijk.’ En ja, hij verdient zelf ook aan zijn investering. ‘Als Nuon of Essent aan windenergie verdient, dan vindt iedereen dat normaal. Als een boer het doet, leidt dat tot scheve ogen.’

Beeld de Volkskrant

Het dunbevolkte Flevoland blijft de uitzondering. Het is een pioniersprovincie waar de initiatieven eerder moesten worden afgeremd dan aangemoedigd, zegt gedeputeerde Fackeldey. ‘En afremmen zit eigenlijk niet in onze natuur. We moeten boeren nu verleiden om hier en daar kleine molens af te breken.’

De bestuurder wil het zeker niet romantiseren. Ook hier is verzet van omwonenden. Urkers procedeerden tot aan de Raad van State tegen de 48 windmolens die in 2016 voor hun neus in het IJsselmeer kwamen. Bij Ketelhaven maken inwoners zich zorgen om de slagschaduw en het geluid van een nieuw windmolenpark aan de rand van hun buurtschap.

Fackeldey: ‘Het is een dossier met veel emoties. Het voordeel is dat Flevoland zélf de regie in handen heeft. We zijn geen uitvoeringsbureau van rijksbeleid, al wordt het soms wel zo gevoeld. We werken nauw samen met de zes gemeenten, maar het is ook goed dat we met iets meer afstand van de praktijk staan.’

Strakke regie

Windboer Groot Koerkamp is blij dat de provincie strakke regie voert. ‘Flevoland is een kleine provincie, de lijntjes zijn kort, de politiek is benaderbaar. Al gaat het wel trager dan voorheen.’ In 1999 kreeg hij met zijn buren de mogelijkheid voor de huidige molens, in 2001 was de vergunning rond en al in 2002 draaiden ze hun rondjes.

In 2011 begonnen ze al na te denken over grotere molens. Dat gaat beduidend trager. Als het een beetje meezit, is het in 2022 of 2023 zover. Nu gaat het over draagvlak, de bijdragen aan het gebiedsfonds, over stilstand tijdens de vogeltrek en over het stilzetten van de wieken als de zon slagschaduw maakt in de dorpen.

‘Dat maakt het spel heel anders’, zegt Groot Koerkamp. ‘Als je nagaat dat ze in China alweer turbines bouwen met rotorbladen van honderd meter lang. Dat is voor de provincie niet bij te benen.’

China bouwt windmolens in eigen land... en kolencentrales in de rest van de wereld

China is in hoog tempo bezig na het economisch wonder van de eeuw ook het klimaatwonder van de eeuw te bouwen. Nergens worden zo veel windmolens gebouwd en zonnepanelen geïnstalleerd als daar. 

Minder CO2, maar liever niet vandaag. Qua uitstoot zijn we een land van smeerkezen

Nederland doet al meer dan genoeg voor het klimaat, heet het vaak. Uit cijfers blijkt echter dat de inspanningen in veel opzichten mager zijn. Hoe braaf is Nederland in klimaatzaken?

Provincies slagen er nog lang niet in voldoende windmolens te bouwen

Het gaat veel provincies niet lukken om in 2020 de beloofde aantallen windmolens op land te realiseren. Als ‘straf’ moeten ze hun tekorten tussen 2021 en 2023 dubbel compenseren met extra op te wekken duurzame energie. Maar de vertraging ligt meestal buiten hun macht, stellen zij: gebrek aan draagvlak, juridische procedures en obstakels die alleen het Rijk kan wegnemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.