Protestborrel

PETER MIDDENDORP

Ik zat met een vriend in het café en ik weet niet eens meer wat de aanleiding was, maar ineens hadden we ons vol zuurstof gezogen en wisten we ontzettend veel dingen op te noemen die irritant aan moslims zijn.

'Die heilige verontwaardiging de hele tijd', bracht ik bijvoorbeeld in. 'Dat eergedoe, die emoties - ze hebben nog liever dat je hun moeder uit het raam gooit dan dat je heel even de Profeet aankijkt. Laatst zag ik weer zo'n razende Pakistaan iemand met stenen bekogelen omdat die ergens een muziekje bij had opgezet.'

'Als ze geen posters afplakken', zei hij, 'omdat er een blote vrouwenarm op te zien is, bedreigen ze wel een Rotterdamse met de dood omdat ze een wijnbar heeft geopend.'

'Je moet zo voorzichtig zijn', zei ik. 'Elk woord kan verkeerd zijn, altijd dreigt er wat. Toen Paul Witteman die dame van de wijnbar per ongeluk als 'afvallige' aankondigde, zat ik meteen rechtop voor de tv - nee, nee, niet doen, niet 'afvallige' zeggen, dat is zij niet, geef ze niet nog een reden om haar aan te vallen.'

'Heb ik eigenlijk weleens verteld', zei hij, 'waarom ik destijds uit Rotterdam terug naar Groningen ben verhuisd?'

Ik keek hem aan. Twintig jaar vriendschap, twintig jaar het onderwerp gemeden. Het luchtte op het er eens over te hebben, maar je keek wel even ongemakkelijk om je heen. Of er niemand aanstoot aan ons had genomen. Of, erger nog, of er iemand stond te klappen en er een onsmakelijk schepje bovenop kwam doen.

Ik had ook weleens zin om te mopperen, ik wilde ook weleens bij de tegenpartij horen. Maar alles was al zo vaak gezegd, zo duidelijk, hard, schril en scherp dat het eigenlijk allang niet mooi meer was. Ik was geen columnist geworden om de mensen tot kalmte te manen, maar de werkelijkheid had me lelijk ingehaald.

Eigenlijk wist ik het ook niet meer. We hadden de multiculturele deken afgeworpen, heel bevrijdend voelde dat, maar als je het debat een beetje volgde, de stemmen op internet, begon je langzaam te vrezen dat het helemaal geen verstikkende deken was die over onze woorden lag, maar beschaving.

Lang dacht ik dat dit een periode was, begonnen met Fortuyn en Van Gogh en dat aan die periode vanzelf wel weer een einde zou komen, waarna we weer rustig verder konden praten. Veel vaker dacht ik de laatste tijd dat de zachtmoedige decennia voor Fortuyn de periode juist is geweest, de uitzondering in de geschiedenis en dat we nu voor niets op de terugkeer van de ontspanning zaten te wachten.

'Ze hebben een protestborrel in die wijnbar gehouden', zei hij. 'Om het een beetje voor de oprichtster op te nemen. Die borrelaars zijn ook alweer met de dood bedreigd.'

'Jezus', zei ik. 'Echt?' Ik stak twee vingers naar de barman op. We namen er nog een. Misschien wel twee of drie. Er waren in onze vriendschap al veel redenen voorbij gekomen om te drinken, maar zo'n goeie hadden we nog niet gehad.

Peter

Middendorp

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden