Protest valt plat bij verpauperde Serviërs

De Servische demonstraties die tot doel hebben president Milosevic tot aftreden te dwingen, hebben de afgelopen dagen dankzij politiegeweld het nieuws gehaald....

De Alliantie voor Verandering probeerde de protesten tegen Slobodan Milosevic de afgelopen dagen nieuw elan te verlenen met een mars op de presidentiële villa en regeringsgebouwen. De daarop volgende confrontaties met de oproerpolitie leverde in elk geval weer wat aandacht op. Maar het is twijfelachtig of die dit zal leiden tot verbreding van het protest, dat tot nu toe niet meer dan 30 duizend mensen heeft getrokken.

De Alliantie herbergt een eindeloze reeks partijen, groeperingen en 'reddingscomités'. Maar elk van hen kan worden voorzien van het predikaat 'intellectuele elite'. Die legt in Servië nauwelijks nog gewicht in de schaal.

In de door vier verloren oorlogen en elf jaar nepotisme, nationalisme en neo-communisme gehavende maatschappij zijn de intellectuelen gemarginaliseerd en als klasse gedecimeerd. Bijna een miljoen hoogopgeleiden hebben het land verlaten. De overgeblevenen staan machteloos.

Neem Zoran Djindjic, het boegbeeld van de Alliantie: westers geschoold, rationele denkbeelden, genuanceerd formulerend. Hij is het uitgesproken voorbeeld van een politicus die er in het huidige Servië niet komt. Hij spreekt simpelweg niet aan.

Zouden de demonstraties wel een bedreiging voor Milosevic worden als Vuk Draskovic, de leider van de Servische Vernieuwingsbeweging, de grootste oppositiepartij, er zijn gewicht achter gooit? Zijn emotionele, nationalistische discours heeft in het Servië van de jaren negentig altijd meer weerklank gevonden dan de rationele taal van Djindjic. Sinds de oppositieleiders elkaar in 1997 de rug toekeerden, is Draskovic' partij echter in toenemende mate met het Milosevic-regime verstrengeld geraakt.

Draskovic heeft de huidige demonstraties tot nog toe als nutteloos bestempeld. Hij wil verandering bewerkstelligen via verkiezingen, die het Milosevic-regime in de late herfst bereid zou zijn te organiseren. Hij, Vuk, gaat die immers glansrijk winnen.

Waar hij dit geloof op baseert, is een raadsel. Als Milosevic al bereid is verkiezingen te organiseren, hoe kunnen die dan eerlijk verlopen? Toelating van grote aantallen buitenlandse waarnemers is uitgesloten.

Zonder waarnemers zullen nieuwe verkiezingen verlopen als alle voorgaande in de jaren negentig: frauduleus. Afgezien daarvan is het de vraag of de bevolking nu ineens en masse op Draskovic gaat stemmen. Zo werden de verkiezingen van 1997 gewonnen door de ultra-nationalist Vojislav Seselj, die munt sloeg uit de frustraties van de verpauperde bevolking, en wiens zege Milosevic slechts met moeite ongedaan kon maken. Draskovic kreeg toen maar 15 procent van de stemmen. Op dit moment zijn Milosevic en Seselj elkaar weer genaderd in een harde confrontatiepolitiek met de 'NAVO-handlangers' van de oppositie. Draskovic lijkt niet meer dan een stoorzender.

Het is deze sociaal-politieke misère die de diepere oorzaak vormt van het falen van de protestdemonstraties. Veruit de meeste Serviërs willen dat Milosevic verdwijnt. Afkeer van een regime kan zich op verschillende manieren succesvol manifesteren. Succes is mogelijk als er iets van een civil society aanwezig is. Succes is ook mogelijk als jarenlang opgekropte gevoelens van afkeer tegen een regime op een gunstig moment tot uitbarsting komen; zo werden veel communistische regimes in 1989 omver geworpen.

In Servië wordt echter aan geen van beide voorwaarden voldaan. Milosevic was in zijn beginjaren zeer geliefd en liet, toen hij minder geliefd werd, demonstraties meestal toe, waardoor deze langzaam aan kracht inboetten.

Tegelijkertijd is in Servië tijdens zijn elfjarige heerschappij de civil society vernietigd. De oude industriële economie lag voor de NAVO-bombardementen al grotendeels stil. De overblijfselen zijn in handen van aan het regime gelieerde maffiose lieden. Omdat een moderne economie niet meer bestaat, is de bevolking afhankelijk van Serviërs in het buitenland en van de eigen boeren. Van een redelijk welvarende, Europese maatschappij is Servië verworden tot een gebied waar iedereen een dagtaak heeft aan overleven.

Het geloof in maatschappelijke verandering is door deze omstandigheden zo gering, en de herinnering aan mislukte demonstraties uit het verleden daarbij nog zo vers, dat de lust tot politieke actie tot een minimum is gezakt.

In dit klimaat van extreme verpaupering heeft Milosevic niets te vrezen van Djindjic, een beetje van Draskovic, wat meer van Seselj, en het meest van het leger. Seselj is voorlopig ingekapseld, de legertop is vóór de NAVO-bombardementen gezuiverd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden