Protest op straat lijkt in Frankrijk aan kracht te verliezen

Macron profiteert van de verdeeldheid van de vakbonden

De protesten tegen de hervorming van de Arbeidswet waren dinsdag minder massaal dan Frankrijk gewend is. President Macron profiteert van de verdeeldheid van de vakbonden en de zwakte van de politieke oppositie.

Demonstratie tegen de Franse president Macron. Foto AFP

President Macron heeft zijn eerste confrontatie met de straat goed doorstaan. De demonstratie tegen zijn hervorming van de Arbeidswet trok dinsdag in Parijs 60 duizend deelnemers volgens de vakcentrale CGT, 29 duizend volgens de politie.

Daarmee was de opkomst minder dan bij de eerste demonstratie tegen de Arbeidswet van president Hollande in maart 2016. Destijds liepen in Parijs 100 duizend (vakbonden) of 29 duizend (politie) mensen mee in de eerste betoging tegen een wet die aanzienlijk minder ingrijpend was dan de huidige wet van Macron.

In heel Frankrijk demonstreerden dinsdag volgens de CGT 400 duizend mensen. In maart 2016 waren dat er volgens de vakbonden 450 duizend. In een verder verleden waren demonstraties nog veel massaler. In 2010 demonstreerden 3,5 miljoen (vakbonden) of 1,2 miljoen (politie) mensen tegen de verhoging van de pensioenleeftijd door president Sarkozy. De straat lijkt in Frankrijk langzaam maar zeker aan kracht te verliezen.

De overlast van stakingen en andere acties bleef dinsdag beperkt. In de regio Parijs viel 20 tot 50 procent van de treinen van de regionale metro RER uit, afhankelijk van de lijn. Het verkeer rond Parijs had last van blokkades en langzaamaanacties. Bezoekers van de Eiffeltoren kwamen niet verder dan de tweede verdieping vanwege een staking van het personeel.

De relatief bescheiden opkomst kan worden verklaard door de verdeeldheid van de vakbonden en de zwakte van de politieke oppositie. De actiedag van dinsdag was georganiseerd door de radicale CGT, voortgekomen uit het communisme. De linkse Force Ouvrière en de reformistische CFDT liepen niet mee.

De meeste politieke partijen likken hun wonden na de verloren presidentsverkiezingen. Het Front National is fel tegen de hervorming van de Arbeidswet, maar partijleider Marine Le Pen liet zich de afgelopen maanden nauwelijks horen, omdat zij zich herstelde van een zwakke verkiezingscampagne die culmineerde in een desastreus verlopen tv-debat met Emmanuel Macron. Ook de Republikeinen en socialisten zijn uit het veld geslagen door hun verkiezingsnederlaag en bezinnen zich op een nieuwe koers.

Alleen het radicaal-linkse La France Insoumise is gesterkt uit de verkiezingen gekomen, omdat haar leider Jean-Luc Mélenchon aanzienlijk hoger scoorde dan verwacht. Mélenchon wil zich nu profileren als de enige echte chef van de oppositie. Daarom organiseert hij zijn eigen demonstratie tegen de Arbeidswet, op 23 september. De rivaliteit tussen de CGT en Mélenchon, de meest energieke tegenstanders van liberale hervormingen, speelt president Macron in de kaart. Het lijkt dan ook uitgesloten dat de straat de hervorming van de Arbeidswet zal kunnen tegenhouden. Macron heeft een comfortabele meerderheid in het parlement, anders dan zijn voorganger Hollande die werd gedwarsboomd door rebellen uit zijn eigen partij. Bovendien geeft hij zijn tegenstanders weinig tijd door de hervorming per decreet af te kondigen.

Toch zal de president de komende jaren een harde strijd moeten blijven voeren. Het Franse kiesstelsel heeft hem een bijna onaantastbare politieke positie gegeven, maar hij regeert over een diep verdeeld land. In de eerste ronde van de presidentsverkiezingen stemde bijna de helft van de kiezers op een kandidaat - Le Pen, Mélenchon of de socialist Hamon - die Macrons liberale plannen vierkant afwees. Volgens een vorige week gehouden peiling noemt 57 procent van de Fransen de acties tegen de Arbeidswet gerechtvaardigd.

Ook het optreden van Macron zelf wekt soms onvrede. Vorige week gooide hij olie op het vuur door te zeggen dat hij niet zal wijken voor 'luilakken, cynici en extremen'. Een belediging, vonden zijn tegenstanders, en een bewijs dat de president het gewone volk niet kent en zelfs minacht.

De CGT hoopt op nieuwe kansen om de lont in het kruitvat te steken. Voor 21 september heeft zij een nieuwe dag van stakingen en demonstraties aangekondigd.


Juliette Delaplace (26), secretaris van een hulporganisatie voor asielzoekers

'Macron wil de Arbeidswet per decreet doordrukken. Dat vind ik te autoritair. Ik ben niet bang voor mijn eigen positie, ik demonstreer omdat de hele samenleving zich ontwikkelt in een liberale richting waarmee ik het oneens ben. Ook in Frankrijk. Kijk naar de chauffeurs van Uber. Die zijn slecht beschermd, werken in precaire omstandigheden. Je kunt natuurlijk zeggen: de werkloosheid moet worden bestreden en Uber helpt ze aan werk. Maar mensen moeten in staat worden gesteld een fatsoenlijk leven te leiden. Deze Arbeidswet is niet gunstig voor de rechten van werknemers.'

Juliette Delaplace. Foto Bart Koetsier

Elias Ben (61) en Lionel Alcon (35), onderhoudsmonteurs

Elias: 'Wij, de mensen onder aan de ladder, constateren dat alle rechten waarvoor onze vaders en grootvaders hebben gevochten belachelijk worden gemaakt. Lionel: 'Over arbeidsvoorwaarden wordt straks per bedrijf onderhandeld. In bedrijven waar de vakbond afwezig is, kunnen werknemers zich niet verdedigen.' Elias: 'De patron heeft straks de overhand op de arbeider.' Lionel: 'Ze proberen ons al jaren het Duitse model te verkopen, maar wij zijn niet jaloers op de Duitse arbeiders. Ze hebben vaak een onzekere baan met ongunstige arbeidsvoorwaarden.' Elias: 'In Duitsland heb je 75-jarigen die nog werken. Vindt u dat normaal?'

Elia Ben en Lionel Alcon. Foto Bart Koetsier

Joal Archimède (36), ambtenaar

'Ik ben tegen de Uberisering van de samenleving, tegen het voortdurend inleveren van rechten ter wille van een volledige werkgelegenheid die nooit zal komen. We gaan naar een samenleving waarin de invididualisering naar een maximum wordt gedrongen, ten koste van sociale verbanden. We worden ook steeds meer tot concurrentie aangezet. Op de school van mijn zoontje van 6 maken ouders zich al zorgen of het onderwijs wel voldoende voorbereidt op de grandes écoles, het hoogste niveau in Frankrijk. Het gaat niet meer om de inhoud van wat je leert. Het is vooral belangrijk dat je meer leert dan een ander.'

Joal Archimède. Foto Bart Koetsier