Propaganda kan gaten in de weg niet vullen

In de Russische provinciestad Brjansk liep dit weekeinde de 26-jarige Tatjana Didenko, een vrouw van een politieagent, met haar anderhalf jaar oude kind in een kinderwagentje door de stad. Het trottoir waarover ze liep, zeeg plotseling letterlijk ineen onder haar voeten - waarschijnlijk door een gebroken warmwaterleiding - en moeder en kind vielen in een diep gat. Tatjana kon zich vastklampen aan een stoeptegel en werd gered door haar man, die toevallig in de buurt was. Maar het kind viel in het riool, werd meegevoerd door de stroom en later dood teruggevonden.

Vrouw noch kind heeft iets te maken met de protestbeweging die na de Doemaverkiezingen vorige maand is opgestaan. Maar dit menselijke drama deed me denken aan een van de commentaren op die massaprotesten: je kunt op televisie nog zo vaak tonen dat alles steeds beter gaat, maar tegen de deplorabele staat van de ziekenhuizen, de corruptie van de lokale politie en de rammelende infrastructuur waartussen mensen moeten leven, helpt uiteindelijk geen enkele propaganda.

De eerste reactie op de demonstraties vorige maand - zowel van premier Poetin als van sommige analisten binnen en buiten Rusland - was om ze als marginaal te bestempelen.

Dit waren immers 'verwende' stedelingen zonder leiders of politieke agenda; 'Poetins welvaartskinderen', de opkomende middenklasse die zich beledigd voelt door de wijze waarop Poetin over hun hoofd heen besloot zichzelf nog eens voor zes tot twaalf jaar te benoemen - en door de tergende wijze waarop ook in hartje Moskou met hun stemrecht werd gesold.

Nee, in de provincie is het heel anders, zo luidt de teneur, om over het dorpse platteland maar helemaal te zwijgen. Daar staan ze nog altijd te juichen over de leider.

In Poetins jaarlijkse vraag- en antwoordsessie werd dit oude cliché mooi opgeserveerd door fabrieksarbeiders uit Nizjni Tagil die wel naar Moskou wilden komen als de politie het moeilijk kreeg de orde te handhaven.

Welnu, in de provincie is de situatie inderdaad anders dan in Moskou en St. Petersburg, maar bepaald niet beter. Van Kaliningrad tot Siberië - en alle door drugs geïnfecteerde Nizjni Tagils die ertussen liggen - overal klagen mensen over hetzelfde: lokale corruptie, slecht betaald werk, slechte ziekenhuizen en erbarmelijke infrastructuur. Als burger voelt men zich tegengewerkt door de staat, als trotse inwoner van de provincie ziet men met walging toe hoe Moskou almaar rijker en grootser wordt terwijl de eigen stad niet eens een fatsoenlijke hoofdstraat heeft.

Geen wonder dat de door Aleksej Navalny (een van de leiders van de protestbeweging) bedachte spreuk 'Stop met het Voeren van de Kaukasus' (tegen de hoge subsidies aan corrupte leiders op de Kaukasus) in Siberië werd vervangen door de spreuk 'Stop met Voeren van Moskou'.

Protestgevoelens genoeg, ook in het enorme achterland - soms, maar niet altijd van een andere aard dan die in Moskou of St. Petersburg. Als het gaat om sociale kwesties, stelde commentator Boris Kagarlitsky vast, zitten veel oppositieleiders in hetzelfde kamp als het heersende bewind.

Dat maakt het nog moeilijker te voorspellen wat er gaat gebeuren als op 4 februari de demonstraties worden hervat. Er is bijna net zoveel potentieel voor groei van de protestbeweging als voor het uiteenvallen ervan.

Arnout Brouwers is correspondent in Moskou

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden