Pronkstukken van een sombere plek

De keuze van Büch, Crouwel en Van Os - 150 schatten uit een 150-jarig..

BOEKEN

museum. Tentoonstelling in het Museum van het Boek/Meermanno-Westreenianum, Den Haag; tot en met 7 maart.

Op vrijdag 26 juni 1975, het liep tegen kwart over vijf, overvielen twee gemaskerde mannen het Museum Meermanno-Westreenianum in Den Haag. Het museum was al gesloten, en het personeel vierde een feestje

in het souterrain. De toegesnelde portier werd door de mannen vastgebonden en opgesloten. Drie andere medewerkers, op zoek naar hun

collega, trof hetzelfde lot waarna de indringers begonnen met het openbreken van vitrines.

Met onder hun arm diverse middeleeuwse boeken van onschatbare waarde en een jeugdige vrouwelijke hulpsuppoost als gijzelaar, probeerden zij vervolgens het inmiddels door de politie omsingelde museum te verlaten. Bij de schietpartij die volgde werd een van de overvallers door de politie doodgeschoten.

In zijn boek Bibliotheken, dat negen jaar later verscheen, zou Boudewijn Büch een paar regels aan het voorval besteden; voor het overige geen woord over dit boekenwalhalla .

Nog eens vijftien jaar later wordt Büch uitgenodigd vijftig boeken te

selecteren uit het bezit van het boekenmuseum en om die, samen met de

keuzes van Wim Crouwel en Henk van Os, tentoon te stellen, bij wijze van slotmanifestatie van de festiviteiten rondom het 150-jarig bestaan van het museum. In de brochure die zijn keuze begeleidt, schrijft Büch op licht raillerende toon: 'Een bibliotheek behoort een

gebruiksonvriendelijke en sombere plek te zijn, waar mensen bij voorkeur worden geweerd en de boeken voor de eeuwigheid opgeborgen zijn in een staat van uitzinnige vertroeteling. Het is geen populair standpunt dat ik vertolk en ik zou ook niet graag willen beweren dat de boekerij van het Haagse Museum van het Boek/Museum Meermanno-Westreenianum aan alle door mij geformuleerde eisen beantwoordt, maar zij is op de goede weg. En eigenlijk is het nooit anders geweest met ''Meermanno'': zij is voor de meeste mensen een bijna onbekende en zeker een geheimzinnige boekenbewaarplaats.'

Of het museum, dat tegenwoordig zelfs verjaardagspartijtjes voor kinderen organiseert, erg ingenomen is met deze opmerkingen, mag worden betwijfeld. Aan de andere kant: je weet wie je met Büch in huis haalt. De keuze van de wereldreiziger en bibliomaan is, afgezet tegen die van de voormalig museumdirecteuren, in elk geval verreweg het spannendst.

Büch laat zich leiden door zijn passies . Zijn reislust komt tot uitdrukking in de boeken van zuidpoolreiziger James Cook en Alexander

von Humboldt. Cartografische meesterwerken van Ptolemaeus en Ortelius

liggen naast boeken over verre archipels.

In eerste of bijzondere drukken belijdt Büch zijn liefde voor Goethe,

Descartes en Spinoza. Van de laatste toont hij de Opera posthuma. Slechts twee exemplaren van dit in 1677 verschenen werk bevinden zich

in Nederland: één in het Museum van het Boek, het andere, jawel, in Büchs eigen bibliotheek. Beide exemplaren zijn volgens Büch daarom zo

bijzonder omdat zich op het frontispice een portret van Spinoza bevindt.

Napoleontica blijkt eveneens een verzamelgebied van Büch. In het oog springend is een boek vol picturale beschrijvingen van de kroning van

Napoleon en zijn (eerste) vrouw Josephine tot keizer en keizerin van Frankrijk op 2 december 1804. Het kolossale boek dateert uit 1807 en ligt opengeslagen bij een pagina waarop Napoleon en zijn gevolg de Notre Dame betreden.

Terwijl Büch zich beperkte tot edities die vóór 1850 werden gedrukt, neemt Wim Crouwel juist de boekenproductie van de laatste anderhalve eeuw onder de loep. De in 1848 gestorven baron W.H.J. van Westreenen van Tiellandt liet zo'n twaalfduizend boeken na; vervolgens is dit bezit gestaag uitgebreid.

Crouwel, behalve oud-museumdirecteur ook grafisch ontwerper, nam de uiterlijke verschijningsvorm van de boeken als maatstaf. Tegen het einde van de negentiende eeuw waren het vooral architecten en schilders die de vernieuwingen in de boekverzorging stimuleerden - het vak van grafisch ontwerpen bestond nog nauwelijks. Crouwel toont boekbanden van de architecten H.P. Berlage (Hooge troeven van Couperus) en K.P.C. de Bazel, en in de banden die Jan Toorop ontwierp

voor diverse boeken van Couperus herkennen we de sierlijke en gebogen

lijnen van de Jugendstil.

Niet verwonderlijk is dat een typograaf als Crouwel uitkomt bij Die neue Typographie van Jan Tschichold . Evenmin gaat hij voorbij gaan aan de boekverzorging van Piet Zwart, Willem Sandberg en H.N. Werkman.

De keuze ten slotte van gastconservator Henk van Os, opgediept uit het oudste bezit van het museum, de middeleeuwse handschriften. Met de kernthema's Maria-devotie, heiligenverering en het lijden van Christus leidt Van Os de bezoeker langs boeken vol geschilderde miniaturen en initialen die na vijf eeuwen nog niets van hun imponerende kleur en glans hebben verloren. Boeken dus van het soort waarmee twee sukkels een kwart eeuw geleden dachten te kunnen wegwandelen.

Hub. Hubben

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden