Proletariaat op drift

Ze worden wel Deng's leger genoemd, de 120 miljoen verpauperde boeren die door China zwerven op zoek naar werk in de steden....

TOINE BERBERS

PANIEK komt in de ogen van Ye Zhu als het grijze Toyota-busje zonder hem optrekt en verdwijnt over het immense plein. Dit is de vierde dag dat de koppelbaas hem negeert bij het uitzoeken van bouwvakkers. Ook Ye's maten kijken somber. De dagelijkse veldslag om werk is opnieuw verloren.

Elke ochtend is het weer spannend als de busjes naar de kolossale asfaltvlakte voor het station komen om mensen te ronselen voor de honderden bouwplaatsen in Kanton, de metropool van Zuid-China. Voormannen schatten hoeveel losse arbeiders ze die dag nodig hebben en sturen koppelaars uit die proberen de besten uit de massa's op het plein te pikken.

Ye (32) is een van de tientallen miljoenen boeren die China's verpauperde provincies hebben verlaten op zoek naar een beter leven. Aanvankelijk bracht Kanton hem geluk. Hij vond op het stationsplein een baantje als sjouwer op een bouwplaats. 'Ik kan hard werken, dus ik mocht steeds komen', vertelt Ye in de schaduw onder de verhoogde weg aan de zuidkant van het plein. Het ging zo goed, dat hij geld naar huis kon sturen. Begin dit jaar vroeg hij zijn vrouw Qing Yuzhi over te komen en hun dochtertje achter te laten bij zijn ouders.

Maar nog voor zij de duizenden kilometers vanuit het verre Henan had afgelegd, liep het in Kanton mis. Steeds meer bouwkranen in China staan stil, doordat de centrale regering in de strijd tegen de inflatie de kredietkraan heeft dichtgedraaid. Ye's aannemer schroefde het bouwtempo terug en hij kon vertrekken.

Sindsdien woont hij op het plein en levert hij iedere morgen zijn slag. Qing, zijn vrouw, heeft de bagage naast haar in rood-wit-blauwe plastic tassen zitten. Zij hoopt dat een kennis vandaag zoveel gebakken noedels verkoopt, dat ze mag helpen met de bereiding. Maar dat hoort ze pas vanmiddag.

Ze worden wel Dengs leger genoemd, de 120 miljoen boeren die door China zwerven op zoek naar werk in de steden. De landbouwhervormingen van Deng Xiaoping, China's sterke man, bevrijdden hen in de jaren tachtig uit het strakke keurslijf van de commune. De communistische partij durfde het aan de verstikkende regels te versoepelen, die sinds 1949 de bewegingsvrijheid van de bevolking hadden ingesnoerd.

Wie vroeger in China werk of een huis zocht, mocht dat alleen in de gemeente waar hij of zij was ingeschreven. Eten kopen of een kind naar school sturen, kon vaak ook alleen in de woonplaats. Het gevolg was dat enkele jaren geleden nog driekwart van de Chinese bevolking op het platteland woonde. In het Westen is dat minder dan een kwart en in andere ontwikkelingslanden rond de veertig procent.

In 1984 kregen boeren toestemming zich in steden te vestigen mits zij zichzelf konden bedruipen. Dat was het startsein. China ondergaat nu een volksverhuizing zonder weerga, die door de beleidsmakers met angst en beven wordt aanschouwd. Werkloze trekarbeiders zijn een sociale tijdbom. In Peking komen voortdurend berichten binnen over opstandjes en uit de hand gelopen vechtpartijen in de provincie.

De reislust van de plattelanders schept enorme infrastructurele problemen. Het ministerie van Volkshuisvesting heeft plannen voor de aanleg van ruim vierhonderd nieuwe steden. Maar tegen de hoeveelheid migranten die de economische groeigebieden overspoelt, is geen woningbouwprogramma opgewassen.

De exodus is het grootst in de armere binnenlandse provincies. De boeren trekken naar de kust, waar de ontwikkelingen veel sneller gaan. Met name de grote steden en het zuiden met zijn speciale economische zones en riante groeicijfers krijgen honderdduizenden slecht opgeleide gelukszoekers te verwerken.

Zij willen de fabrieken bemannen die overal verrijzen en die de wereldmarkt voorzien van goedkope, arbeidsintensieve produkten. De gelukkigen vinden een baan en mogen bivakkeren in achter het bedrijf opgetrokken slaaphuizen. Anderen zwerven werkloos rond. Een onvermijdelijke groei van criminaliteit is het gevolg, waardoor migranten een slechte naam krijgen. Sommige stadsbestuurders laden werkzoekenden op vrachtwagens en rijden ze de bebouwde kom uit.

Dat hebben Ye en Qing op het stationsplein nog niet meegemaakt. De concurrrentie om werk mag dan moordend zijn, treiterijen van de politie komen er maar weinig voor. Er wonen in deze buurt duizenden mensen op straat, zodat het voor de autoriteiten ondoenlijk is om in te grijpen.

Tegen de middag is Qing nog steeds niet aan de slag als kookster. Door de hitte lopen de noedels slecht. 'De zomer is soms moeilijk', zegt een kokkin, terwijl ze groene bosuitjes en felrode pepertjes in de prut op haar zwartgeblakerde wok schuift. Haar gezicht gaat schuil onder de grote traditionele rieten hoed.

De verkopers veroorzaken de enige activiteit. De anderen zitten gelaten op de grond voor de rechthoekige gebouwen uit de jaren zestig. Politieagenten patrouilleren langs de rijen.

Zelfs de partij liet zich tot voor kort uiterst negatief uit over het leger trekkende boeren. In de officiële pers werden ze afgeschilderd als zigeuners, die de één-kind-wet overtreden. Ze werden wel 'geboorten-guerrilleros' genoemd. De statistieken in Guangdong (de provincie waarvan Kanton de hoofdstad is) schreven zestig procent van alle misdrijven toe aan migranten. In Shanghai en Peking zou dat cijfer op vijftig procent liggen.

Sinds enkele maanden is de officiële opvatting evenwel rigoureus veranderd. De migrant is voortaan een 'degelijke, verantwoordelijke arbeider, die een belangrijke bijdrage levert aan de economische vooruitgang', zo heet het in een publicatie van het ministerie van Economische Zaken. In de steden verschenen borden die begrip moesten kweken.

D

E PARTIJ is de trekarbeid gaan zien als een methode om de enorme kloof tussen arme en rijke landsdelen te dichten. Regeringscijfers geven Zhuhai in Guangdong, een economische zone bij Hongkong, op als rijkste stad. Het gemiddelde inkomen ligt hier 86 maal zo hoog als in het armste district, Qinglong in de Guizhou, een vanouds dunbevolkte provincie in het zuidwesten.

'Trekarbeid is ontwikkelingssamenwerking tussen het oosten en het westen van het land', verklaarde Xie Shijie, partijsecretaris in Sichuan onlangs. 'De boeren vertrekken met lege handen en komen rijk terug. Het geld stroomt binnen en we hoeven er niets voor te doen.' Sichuan is met ruim honderd miljoen inwoners China's dichtstbevolkte provincie. Ruim zes miljoen boeren zijn volgens cijfers van het ministerie van Landbouw naar het oosten getrokken, terwijl er in de provincie zelf vier miljoen op drift zijn.

Ye en Qing moesten helemaal niet zo nodig weg. In het begin van de jaren tachtig, bij de ontbinding van de volkscommune, had Ye's familie een klein stukje land gekregen. Doordat zijn vader en moeder overgingen op kunstmest, was de graanopbrengst beter. Zijn dorp in het district Huangchuan was gezegend met het bezit van een oude tractor, die bij toerbeurt werd gebruikt. Maar om de een of andere reden kwamen de boeren die dik waren met de partij vaker aan de beurt.

Ye's ouders trokken zich er weinig van aan, maar eind jaren tachtig werd alles veel duurder, ook kunstmest. Zijn vader ontdekte dat de mensen die de tractor het meest gebruikten, ook de beste opbrengst hadden. Hij ging de partijsecretaris vragen of hij ook wat vaker gemotoriseerd mocht ploegen.

Wat er precies gebeurd is, weet Ye niet, maar 's avonds kwam de politie hun huisje doorzoeken en nam geld mee. De familie heeft de tractor nooit meer gebruikt. Ye denkt dat zijn vader ruzie heeft gekregen. Misschien had hij een grote mond gehad, omdat de partijleden bevoorrecht werden. Misschien had hij hen beschuldigd van corruptie of gezegd dat winkelvergunningen oneerlijk werden verdeeld. Er was veel ontevredenheid in het dorp over het gedrag van partijleden.

Maar Ye heeft het zijn vader nooit durven vragen. Hoewel de familie jaar in jaar uit minder overhield, ploeterde ze voort. Er moest opeens worden betaald voor de kleuterschool van hun dochtertje. Gezondheidszorg werd duurder, stroomvoorziening, de bus naar de markt.

Elke paar maanden kwamen er nieuwe belastingen bij: voor watergebruik (dat altijd vrij was), milieuaccijns, rioolrecht voor niet bestaande rioleringen, of wegenbelasting terwijl niemand een auto had. Helemaal onbegrijpelijk vond Ye het dat zijn familie onroerend-goedbelasting moest gaan betalen voor het huisje en een speciale accijns voor het brandhout uit het bos.

'Allemaal voor het partijkader om auto's van te kopen', roept Qing boos. Niemand in het dorp durfde te protesteren, want mensen die niet betaalden, kregen boetes. De politie deed invallen en vernielde huisraad.

Buren begonnen te vertrekken. Naar de grote steden of het zuiden, waar het leven veel beter scheen te zijn. Ye durfde eerst niet. Maar toen de kippen van zijn vader vorig jaar weer minder opbrachten, schraapte hij wat geld bijeen en nam hij de bus naar Wuhan, de metropool. Met het geld dat hij daar verdiende als sjouwer begon hij een zwerftocht met bussen, treinen en vrachtwagens die hem uiteindelijk in de provincie Guangdong bracht, het beloofde land waar iedereen snel rijk kan worden.

Het arbeidsbureau schat dat Kanton met een inwonertal van vijf miljoen er de afgelopen paar jaar zeshonderdduizend slecht opgeleide migrantenarbeiders bij heeft gekregen. Volgens woordvoerder Yu Wuxiong spuwt het station op topdagen wel vijftigduizend migranten de stad in. In totaal kreeg Guangdong, inwonertal 70 miljoen, nu al elf miljoen werkzoekenden te verwerken. Gelukkig is de arbeidshonger van de vele nieuwe fabrieken in de provincie onverzadigbaar.

Langs de nieuwe snelweg van Kanton naar de grens met Hongkong staan ze: honderden fabriekshallen waar textiel, schoenen, speelgoed en feestartikelen meest door slechtbetaalde vrouwen worden vervaardigd. Erachter liggen de slaapgebouwen, waar ze een kamer met acht anderen delen.

Guangdong zit met economische groeicijfers van ruim vijftien procent ver boven het landelijk gemiddelde en wordt de Vijfde Tijger genoemd. Speciale economische zones waren de aanzet voor een Wirtschaftswunder dat van partijleider Deng Xiaoping tijdens zijn bezoek in 1992 de zegen kreeg met de gevleugelde woorden 'rijk worden is glorieus'.

Die halsbrekende groei ging gepaard met vele ongelukken. Het gebied werd berucht om zijn slechte en onveilige arbeidsomstandigheden. 'Na de economische aardbeving van de afgelopen tien jaar, willen we nu het fundament leggen voor degelijker groei', zegt Zhang Gaoli, ondergouverneur van Guangdong. Hij wil af van de goedkope textiel en omschakelen naar hoogwaardige produktie.

Daarbij denkt hij aan industrieparken als het Guangzhou (Kanton) Economisch en Technologisch Ontwikkelingsdistrict (Getdd), dat ten zuidwesten van de stad aan de Parelrivier ligt. Hier staan buitenlandse bedrijven als Pepsi, Nippon Steel en Philips aan keurige lanen naast de joint ventures tussen Hongkongse en Chinese bedrijven.

I

N HET textielbedrijf Escada Nanhong, deels eigendom van het zonebestuur, werken de vijfhonderd naaisters uit Sichuan acht uur per dag onder neonlampen die aan palen uit het plafond steken. Ze maken overhemden voor West-Europa. Het iets hippere blauwe gaat naar Groot-Brittannië. Het grijsgestreepte krijgt een Duitse merknaam in de kraag gestikt.

De vrouwen wonen in geelwitte slaapflats die dicht zijn betralied om inbraak te voorkomen. Volgens directeur Billy Tung zijn de lonen heel behoorlijk, omdat Escada een staatsbedrijf is van het volk uit Guangdong zelf. Hij schept er genoegen in een goede werkgever te zijn en vindt het niet zo erg dat zijn winst laag is.

Andere ondernemers geloven dat deze industrie haar langste tijd heeft gehad in Guangdong. 'De lonen lijken wel laag, maar ze liggen hier hoger dan in andere provincies. Textiel past niet in dit soort zones', zegt Sonia, een cementfabrikante uit Hongkong. Ze is vol lof over alle voorzieningen in de zone en zou haar volgende fabriek er zo willen neerzetten: 'Geen corruptie of bedrog, eerlijk zakendoen en veel vertrouwen, dat kom je zelden tegen.'

Maar de regering van Guangdong mist het geld om deze aanpak vol te houden. Planningschef Zhong Qiu Zi van de Getdd geeft toe dat gebrek aan fondsen het grootste probleem van zijn zone is. Pekings beleid van krap krediet is niet meer zo strikt, nu de inflatie inderdaad tot staan is gebracht. Maar de fondsen voor grote projecten zullen niet meer zo vloeiend stromen als vroeger.

Het arme westen moet het rijke oosten inhalen, heeft de partij begin dit jaar bepaald. China's leiders hebben een willig oor voor een groep neo-conservatieve economen die waarschuwen voor uiteenvallen van het land als gevolg van verschillen in ontwikkeling.

Deze economen eisen dat de regering de privileges van de speciale economische zones in de kustprovincies schrapt. De belastingvoordelen hebben hun nut gehad, maar nu wordt het tijd dat alle regio's gelijke kansen krijgen. Peking wil hier nog niet aan, uit vrees de buitenlandse investeringen in gevaar te brengen (vorig jaar bijna veertig miljard dollar), maar er circuleren wel studies naar de gevolgen van zo'n stap.

De arme provincies moeten het nu vooral hebben van de fondsen die hun trekarbeiders naar huis sturen. Met dat geld beginnen de achterblijvers winkeltjes of gaan ze in zaken. Planoloog Lo Zhou, verbonden aan de Chinese academie voor sociale wetenschappen, denkt dat deze inkomstenbron veel belangrijker zal zijn dan het regeringsbeleid: 'Het helpt allerlei regionale verschillen te verkleinen, maar het ondermijnt ook de rol van de regering in de economie.'

Met de verschijning van uitzendbureaus voor de lange afstand begint de trekarbeid volgens hem minder onbeheerste vormen aan te nemen. 'In arme provincies opereren makelaars, bij wie de fabrieken in Guangdong bestellingen voor nieuw personeel plaatsen.' Volgens hem kunnen de trekarbeiders dan veel kieskeuriger worden over secundaire arbeidsvoorwaarden als huisvesting en voeding.

Maar op het plein in Kanton wordt geschamperd over deze nieuwe trend. Volgens Ye gaat het de fabrieken er alleen maar om zo weinig mogelijk loon te betalen. De concurrentie is moordend en werkgevers schromen niet om regionale rivaliteit uit te buiten. In een schoenfabriek in Dongguan, ten oosten van Kanton, verving de directeur het personeel uit Jiangsi door goedkopere nieuwkomers uit Sichuan. 'Communistische bazen zijn het ergst', is de volkswijsheid op het plein.

Als de avond valt, wordt het nog drukker. Ye en Qing hebben de hele dag niet kunnen werken en moeten om te eten interen op de magere reserves. Er worden wat noedels opgewarmd.

Dan brengt een bestofte vriend die Ye op het plein heeft leren kennen, goed nieuws. Zijn baas heeft morgen meer sjouwers nodig op de bouwplaats. Het is voorlopig maar voor een dag, maar hij kan morgen vroeg om zeven uur beginnen. En misschien overmorgen weer, want dan moeten er bamboesteigers worden gebouwd. Ye's gezicht klaart op. Qing schept snel noedelsoep op voor de vriend.

Uit het station komt een nieuwe stroom dorpelingen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden