Progressief festival voor alleseters

Als er in de popmuziek nog sprake is van progressie, is het in de dance. Festival Pitch laat dat zien.

Waar het nog echt spannend is? Aan de frontlinie van de dance. Als er binnen de popmuziek nog sprake is van progressie of ontwikkeling komt het niet van de conventionelen met hun standaarduitrusting van bas, gitaar en drums, maar van artiesten die met elektronica of juist door kruisbestuiving met pop tot fraaie hybrides komen. Niet overtuigd? Probeer maar eens een genre te bedenken van de afgelopen tien jaar dat niet zijn oorsprong heeft in dance. En als je dan een grootsteeds festival wil bezoeken dat die trend in kaart brengt, kom je automatisch uit bij Pitch, het festival dat zich wijdt aan de vele vormen en kruisbestuivingen in dansmuziek.

De derde editie op het Amsterdamse Westergasfabriekterrein afgelopen vrijdag en zaterdag was een groot succes. Uitverkocht met bijna 12 duizend bezoekers per dag en dit jaar een extra festivaltent. Pitch is een boetiekfestival - hip en redelijk kleinschalig - dat signaleert, maar ook de bekendere namen in dance onder de aandacht brengt.

Die dance mag je trouwens ruimhartig definiëren als muziek die allereerst is bedoeld om op te dansen. Laat ook maar gelijk dat electronic achterwege in de trendy term 'Electronic Dance Music', want zonder stekkers kun je net zo goed de massa's in zwetende extase krijgen. De vader van de Ethiopische jazz Mulatu Astatke draait er zijn hand niet voor om. In het Transformatorhuis snijden twee saxofoons door een niet aflatende zinderende percussiegolf. Strak en losjes tegelijk. Of het Brandt Brauer Frick Ensemble, dat met het gereedschap van een symfonieorkest live een dancetrack opbouwt. Opmerkelijk: het verwende, hippe grootsteedse publiek gaat helemaal los in een tjokvolle Oostertent, waar de Amsterdamse Gallowstreet Brass Band met koper in het kwadraat iedereen wegblaast. Het voelt als een guilty pleasure van een met hoempa opgepompte Hermes House Band en dan weer als de vieste funk die je een collectie toeteraars ooit hebt horen produceren.

Het tekent ook de open geest die waart op een zonovergoten festival, waar iedereen een alleseter wordt. Van de nerdy tribale pop van Django Django, die het publiek op vrijdag opwarmt, tot de genadeloos harde industriële dubstep van Rustie. Die bonkt zwaar en traag met overstuurde geluidseffecten, die suggereren dat alle apparatuur op het podium uit elkaar trilt. En ja, dat klinkt geweldig.

Opvallend - en op papier in elk geval het spannendst - zijn de bastaardjes: de crossovers tussen dance en andere genres. Hiphop bijvoorbeeld. De New Yorkse Mykki Blanco noemt zichzelf acidpunkrapper en wil met zijn act over geslachtsgrenzen heen stappen. Maar er valt geen noemenswaardig talent te ontdekken bij de tanige jongen die, naar eigen zeggen high as hell, schreeuwrapt over zwarte jongens in leren jasjes. Of het moet de diepere betekenis zijn van de artiest die, in wit gewaad met ingebouwde borstjes, en met Rihanna's Rude Boy zo vertraagd dat het klinkt alsof een bouwvakker het zingt, een beetje in het luchtledige performt.

Een andere nieuwkomer: Azealia Banks, geldt al zo'n anderhalf jaar als de belofte uit hip hiphop New York. In een stoeipakje - 50 procent leer, 50 procent lucht - aait haar paardenstaart bij elke stap haar half ontblote billen. Maar Banks opwindende electrohop slaat dood als een bassige drone bezit neemt van de Gashouder en alleen ruimte laat voor Banks raps. Zo dichtgesmeerd dat er te weinig variatie te horen is en daardoor blijf je achter met een typering die je niet zo een, twee, drie met Banks zou associëren: saai.

De cross-overs van poëzierap en elektronica van de Britse Ghostpoet klinkt aardig maar beklijft niet. En de briljante, verstilde muziek van James Blake blijft op festivals altijd een zorgenkindje zolang het publiek net zo veel decibellen produceert als hijzelf. De electropop van Churches en de electrosoul van AlunaGeorge, beiden relatief nieuwkomers, bevredigen eerder dan ze enthousiasmeren.

Op zaterdag komt de opwinding van meer gevestigde namen als Bonobo en Trentemøller. Uiteindelijk blijkt het niet minder dan voorspel voor de Londense broertjes Lawrence van Disclosure, die het festival afsluiten. In de Westertent voelt het als een regenwoud vlak voor de moesson en de aankondigende, trillende bas is de eerste donderslag van een reinigende regenbui. Het laag is van de allerdiepste soort vindbaar in garage en deep bass en plukt zachtjes, maar met vaste hand, aan je middenrif. De combinatie van Howards funky loopjes die ritmische conversaties aangaan met Guys live percussie en de daarboven zwevende vocalen dompelen je onder in een heerlijke slowmotion maalstroom. Die vocalen van Disclosure's vele gastzangers is begrijpelijkerwijs op tape. Maar het zou net iets spannender zijn geweest als zangeres Aluna Francis, die met haar band AlunaGeorge ook op het festival aantrad, live kwam buurten voor megahit White Noise. Voor de rest is Disclosure's optreden niet minder dan een eredienst voor de bas, en een triomf voor Britse dance op zijn best.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden