Profijt van prestatie en presentatie

Met de ondertekening van de intentieverklaring tussen NOCNSF, NEBAS en NSG wordt volledige integratie van de gehandicaptensport in de reguliere sportbonden beoogd....

door Tynke Landsmeer

EEN ZWEMMER zonder armen wint goud op de 100 meter vlinderslag. Een 58-jarige aan haar benen verlamde Australische vrouw is in Sydney bezig aan haar achtste Paralympics op rij. Bij de 100 meter schoolslag wordt in veertien verschillende klassen om het goud gestreden. En in het atletiekstadion worden binnen een half uur vijf wereldrecords verbroken.

Dat niet alle onderdelen bij de elfde Paralympics in Sydney als topsport mogen worden beschouwd, beseft Cees Vervoorn, chef de mission van de Nederlandse paralympische ploeg, maar al te goed. Hij kent de voorbeelden. En hij weet dat juist die de sportieve uitstraling van het vierjaarlijkse evenement geweld aandoen.

Vervoorn zal dan ook niet beweren, zoals de voorzitter van de NEBAS (de Nederlandse bond voor aangepaste sporten) en kamerlid Francisca Ravestein (D'66) de afgelopen week wel deden, dat de Paralympics meer zendtijd op de Nederlandse televisie verdienen. Die media-aandacht moeten gehandicapte sporters, net als valide sporters, zelf verdienen, zegt hij. Via prestaties en presentatie.

Over het eerste is Vervoorn niet zo erg te spreken. Door het groeiend aantal deelnemende landen en de bredere concurrentie zijn de prestaties van de Nederlanders in Sydney achtergebleven bij die van Atlanta. Het tweede zou een iets ruimere televisieregistratie echter wel degelijk waard zijn geweest, vindt Vervoorn. Niet eerder kwamen de gehandicapte sporters zo geprepareerd aan de start.

Niet eerder ook in de 40-jarige geschiedenis van de Paralympics kwamen zoveel mensen een kijkje nemen op het olympisch park. Ruim een miljoen kaarten werden verkocht en de openingsceremonie - waarvan ABC live verslag deed - was zelfs volledig uitverkocht. En, om te onderstrepen dat de Paralympics niet onderdoen voor de Olympische Spelen, werd een recordaantal dopingzondaars (negen gewichtheffers) betrapt.

De Paralympische Spelen worden langzaam volwassen en om die ontwikkeling door te zetten - en om over vier jaar in Athene nog beter de concurrentie met de toptien van de wereld aan te kunnen gaan - werd donderdag in Sydney een convenant getekend tussen NOCNSF, de NEBAS en NSG (Nederlandse bond voor mensen met een verstandelijke handicap). De aangepaste sporten moeten voortaan optimaal kunnen profiteren van de kennis en de organisatiestructuur van reguliere sportbonden.

Want volgens staatssecretaris Vliegenthart, belast met sportzaken, mag het evenement niet worden afgerekend op de zwakste schakels. 'Het is een beetje het verhaal van de kip en het ei. Je kunt wel zeggen: het is geen topsport is en we investeren er niet in, maar dan wordt het dus ook nooit topsport.

'Er worden grenzen verlegd, er wordt met 130 landen gestreden om de medailles, het is een evenement van enorme omvang. Dit is topsport voor mensen met beperkingen. Je kunt altijd een discussie voeren op onderdelen of iets erbij hoort of niet, dat doen we ook bij de Olympische Spelen. Maar over de hele linie gezien is de ontwikkeling dusdanig dat je kunt spreken over topsport.

'Wat ik in de gehandicaptensport bewonder is het feit dat mensen hun beperkingen overwinnen en ondanks die beperkingen tot prestaties komen waarvan veel valide mensen zouden willen dat ze dat konden. De competitie tussen sporters met een handicap hoeft er bepaald niet minder om te zijn.

'Het politieke uitgangspunt van ons gehandicaptenbeleid in het algemeen is het streven naar integratie van gehandicapten in de samenleving. Sport laat als geen andere sector zien wat mensen met een handicap kunnen. Er wordt te vaak naar gehandicapten gekeken vanuit het perspectief wat ze allemaal niet kunnen. Dit laat zien welke mogelijkheden er zijn. Zij hebben een voorbeeldfunctie', aldus Vliegenthart.

Met de intentieverklaring is er een einde gekomen aan de discussie of gehandicaptensport topsport is of niet. Volgens Marcel Sturkenboom, bij NOCNSF belast met algemene zaken en tijdens de Olympische Spelen lid van het team de mission, zullen de aangepaste sporten in de komende periode langs dezelfde meetlat worden gelegd als de reguliere sporten. 'Als de spreidingsgraad, het aantal deelnemers over de hele wereld, groot genoeg is, dan beschouwen wij het als topsport', zegt hij.

Jeu de boules is daarom in de ogen van NOCNSF topsport. Net als darts. Kaatsen en klootschieten zijn dat door hun beperkte beoefening in het buitenland weer niet. Veel paralympische sporten zullen op basis van hun aanwezigheid in Sydney voldoen aan de criteria van NOCNSF, maar niettemin zal er volgens Sturkenboom in een aantal gevallen kritisch naar de diverse onderdelen worden gekeken. Vooral door de vele klassen bij individuele sporten als zwemmen en atletiek wordt de concurrentie daar misschien wel te mager.

Zodra een sport voldoende spreidingsgraad heeft en dus als topsport wordt aangemerkt, komt die in aanmerking voor een basisfinanciering voor een periode van vier jaar. Voor goede plannen en ontwikkeling op trainingstechnisch gebied kan extra geld worden vrijgemaakt. En op basis van prestaties vindt jaarlijks een afrekening plaats. Net als bij de valide sporten.

De beperkte commerciële en publieke belangstelling voor de aangepaste sporten in Nederland staat die ontwikkeling volgens Sturkenboom niet in de weg. De huidige sponsors van NOCNSF, zoals Ernst & Young en Randstad, hebben zich achter de vooruitstrevende plannen geschaard.

'Wat de burger wil zien is voor ons geen uitgangspunt in de discussie. Zij mogen wel eens wat kritischer naar hun eigen gedrag kijken. Darts was een paar jaar geleden nog een kroegsport, maar door het succes van Raymond van Barneveld is het ineens topsport. En de bronzen medaille van Wietse van Aalten bij de Spelen is ook heel bepalend geweest voor de beeldvorming over handboogschieten. Belangstelling wordt aangewakkerd door succes en dat zal uiteindelijk bij de aangepaste sporters niet anders zijn', aldus Sturkenboom.

De integratie van aangepaste sporten in de reguliere sportbonden, waardoor er geprofiteerd kan worden van de bestaande kennis en ontwikkeling, zal uiteindelijk moeten leiden tot betere prestaties. Bij een aantal sporten, zoals het tijdens de Paralympics zeer populaire basketbal en tennis, gebeurt dat al.

Daarbij zal veel aandacht uitgaan naar talentontwikkeling. Gehandicapten moeten in een eerder stadium bewuster voor een sport kiezen die bij ze past. Revalidatiecentra zullen daarin een belangrijke rol gaan spelen. Vervoorn: 'We hebben tweeduizend visueel gehandicapten in Nederland, maar daarvan zwemmen er zes. De rest heeft nooit kennis gemaakt met een zwembad. Met hulp van het NOCNSF hebben we de middelen om die mensen makkelijker te bereiken.

'Deze erkenning van de gehandicaptensport moet zich over vier jaar uitbetalen in medailles. We hebben in de voorbereiding op Sydney veel aan trainingsomvang gedaan, maar we zullen onze programma's moeten aanpassen en ons meer op kwaliteit en deskundigheid richten willen we de slag niet verliezen.

'Eerlijk gezegd had ik niet verwacht dat de ontwikkeling zo snel zou gaan. Vier jaar geleden liepen we bij het zwemmen nog voorop, maar de top van het internationale veld is volledig door elkaar geschud. Wij hebben hier al moeite om de finale te halen. Dat is een goede ontwikkeling in de groei van de gehandicaptensport, maar we moeten daar nu wel in mee.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden