Proeven en ruiken op het Compagniester Banket

Tijdens tussenstops kunnen fietsers letterlijk proeven van de streek. Op het menu van het Compagniester Banket staan asperges, Limousin-vlees, Parijse worteltjes en paling....

BOVEN de gepofte aardappelen en de lappen Limousin van de grill begint een disgenoot over de prijs-kwaliteit-verhouding. Dat honderdtwintig gulden voor zo'n dag fietsen toch niet goedkoop is. Dat je daar niet zo heel veel eten voor terug ziet. Okee, voor de organisatie moet het een hele klus zijn geweest, het zijn natuurlijk geen professionals, maar toch.

Misschien heeft hij gelijk. En waren we voordeliger uit geweest als we voor vijf piek met boterhammen van thuis hadden meegedaan aan de Landelijke Fietsdag, dat kon vandaag ook.

Maar hadden we dan vijf boerderijen, een heemtuin, een Franse tuin, een koepelkerk, een dorpshuis, een museumboerderij, een manege en een kunstenaarswoning-annex-museum van binnen gezien? Onderweg de streekspecialiteiten gegeten? Aan het eind van de dag met dertig man aan de barbecue bij boerderij Edzes gezeten? En bovenal: hadden we dan op elke plek zoveel hartverwarmende, enthousiaste gastvrijheid ontmoet? Misschien wel. Maar ik betwijfel het.

Hangend over haar aspergeveldje kreeg Marjon Edzes vorig jaar een idee. De boerinnen uit de buurt waren eindelijk toegelaten tot de landbouwvereniging in Borgercompagnie. Het was niet meegevallen: een mannensoos die traag vergaderde over de technische aspecten van het vak. Edzes (boerin, journaliste en gemeentevoorlichtster) werd gevraagd 'iets leuks' voor de vrouwen te organiseren. Zelf dacht ze eerder aan een manier om hun gevoel van eigenwaarde op te peppen.

Dat niet alle bedrijven het even goed deden, zag ze om zich heen. De volle groenteteelt had een opleving betekend. Arealen werden uitgebreid van drie- naar vijfduizend hectare. Maar, zegt Edzes, er werden besluiten genomen die bedrijfseconomisch niet verstandig zijn. Veel boeren beleefden een fiasco door gebrek aan afzetmogelijkheid. Een aantal is inmiddels weer terug op drieduizend hectare.

Om dat nou in een praatgroepje te gooien, tja. 'Dat helpt maar een paar dagen.' Hoe zet je nou iets op, piekerde ze boven de aspergekoppen, waarin je niet twintigduizend gulden investeert en er maar vijfduizend aan overhoudt. Ze keerde de zaak om: 'Wat hèbben we in de omgeving?'

Heel wat boeren hebben een tweede bedrijfstak die sterk afwijkt van het traditionele agrarische assortiment. Waardoor de veenkoloniën naast aardappelen, suikerbieten en granen nu ook hennep en asperges bieden, sierhulst en Limousin-vlees, Parijse worteltjes en paling.

Agrarische en culturele bezienswaardigheden reeg Edzes met een fietsroute aaneen tot het Compagniester Banket: tijdens tussenstops zouden de fietsers letterlijk kunnen proeven van de streek.

De boerderij van Marjon en Daniël Edzes, start- en eindpunt van onze groep deelnemers, is zo'n tweede-tak-bedrijf. In de tot serre verbouwde schuur ligt op een tafel hennep in allerlei stadia. Sinds vorig jaar verbouwen ze het - de hele omgeving is goed voor zo'n negenhonderd hectare.

Van de vezel wordt een stugge deken gemaakt die, na versteviging met lijm, in vorm te buigen is tot isolatiemateriaal. De hennep - arm aan het hallucinerende THC - wordt verwerkt in Oude Pekela, in een fabriek van een coffeeshop-eigenaar uit Amsterdam. Zijn subsidie-aanvragen verlopen problematisch, vertelt Marjon bij de koffie.

Op het erf verstelt Daniël - groot, goedlachs, een stropdas met paarden - de fietszadels in hoogte. Een zandpad voert door de velden van Edzes, vol aardappelen, suikerbieten, hennepzaad. Het pad wordt een weg, die een betonveld rondt waaruit kraantjes verrijzen. Als ik op mijn pedalen ga staan, kan ik Slochteren zien liggen.

Op de heenweg doen we Tripscompagnie, op de terugweg Borgercompagnie, evenwijdige lintbebouwingen in noord-zuidrichting. Helaas staan langs de weg meer bordjes van de NAM dan van het Compagniester Banket. Na een kleine omweg vinden we de heemtuin, waar stempel en inktkussen al paraat liggen: straks komen de Landelijke Fietsers.

Ineens dringt de tijd. De rondleiding gaat in turboversnelling. Dom dat we niet harder hebben gefietst, dit verdient de heemtuin niet. Achter de eerste bomenrij verstomt het geluid van de weg. Stille paadjes kronkelen zich door heide-, bos- en vijverlandschap. Naast een poel rijst een muur op van nieuwe oude baksteen, vol gaten voor zwaluwen.

Tien minuten westwaarts zijn de tafels bordeaux-rood gedekt. Nooitgedacht, een als dorpshuis vermomd cultureel centrum, serveert groentehapjes en aanverwante liflafjes. Alles van Groninger bodem; de asperges in de quiche staken gisteren nog in de grond bij boer Grol verderop. Zelden had hartige taart zo'n zachte smaak.

Glimmend neemt Ineke Pentenga complimentjes in ontvangst. Honderd procent staat ze achter het banket. De dochters ook: twee bedienen er in Nooitgedacht, één helpt met Grol met de asperges en de vierde staat bij de palingboerderij in Borgercompagnie. 'Het moet slagen', zegt Pentenga, zorgelijk ineens. Ze weet zeker: veel families zitten onder het bijstandsniveau. Zelf heeft ze Parijse worteltjes, groene boontjes en prei als tweede tak. 'Niet uit hobby of uit weelde. Maar om het hoofd boven water te houden.'

Het banket is wel degelijk bedoeld als bijverdienste. Op den duur houden de boeren er vier, vijf tientjes per uur aan over. Daarvoor zijn per keer minstens twee-, maar liever driehonderd fietsers nodig, verdeeld in groepen van dertig. Een kennismaking met de landbouw is het ook. 'Geen opgepoetste machines', zegt Daniël Edzes, 'we gaan juist gewoon door met combinen of met melken.'

Marjon hoopt op saamhorigheid. 'Het gaat erom dat je elkaar versterkt.' De voorpret was in elk geval gigantisch, zegt haar man. Alles moesten ze zelf uitvinden. Dat er jaarlijks twaalf banketten zijn toegestaan vanwege brandweer- en alcoholvergunningen. Dat ze niet al het eten zelf mogen bereiden van de Warenwet. Op zoek dus naar cateraars, huurfietsen, glaswerk, bestek. Daniël schatert. 'We hebben zelfs een schriftelijke cursus wijnschenken gevolgd.'

Vazen vol bloemen staan tussen de zeefdrukken van Joke van der Tuuk en haar vriends aquarellen. Het Noorden heeft weinig kunstmarkten, meestal trekken ze door het land. Met wit landbouwplastic is voor hen in de schuur van boerin Slim een galerie-achtige ruimte gevormd. Ernaast staat een caravan in winterstalling. Na de zeefdrukdemonstratie wordt er verkocht.

Truus Slim helpt bij de verkoop. Toen ze acht jaar geleden weduwe werd, kon ze het bedrijf niet meer runnen, en in de kinderen zat geen boerenbloed. Nu maakt ze gebruik van de subsidie op houtaanplant. Haar land staat vol populieren, die in 2014 mogen worden gekapt. Misschien is dan weer een agrarische bestemming mogelijk. Jammer dat het zo gaat, maar nu houdt ze grond en boerderij in de familie. 'Je hebt toch een band met je geboortestreek.'

Het hoofd van Henk Grol loopt om. Net vader geworden, banket en fietsdag over de vloer, en de verkoop gaat maar door. IJverige jongens en meisjes sorteren zijn asperges. Achterin de schuur schettert een videofilm over de kweek. Voorheen deed hij in aardappelen, bieten en braak - land dat met subsidie tijdelijk uit produktie wordt genomen. De asperges maken het nu rendabel, en de baan van zijn vriendin verschaft de extra's. Steken is geen probleem, handen zijn er genoeg. Maar of ze anders smaken, hij zou het niet weten. 'Ik heb nog nooit geen Limburgse asperges gegeten.'

Bij de oversteek naar Borgercompagnie slaat de Groninger wind genadeloos toe. In Trips zat hij nog mee; nu komt hij van opzij, als een bondgenoot van het vlakke land, samenspannend in een vuile oorlog tegen de fietser.

Achter de Oldambster boerderij, een indrukwekkend herenhuis waar levensgrote beelden de voordeur flankeren, werkt het echtpaar ter Borg nog dagelijks in het boerenbedrijf. Om den brode hoeft het niet meer. Ze vinden het gewoon leuk, net als het banket.

Tien jaar terug hadden ze één veenschepje. Nu hangen in de schuur strekkende meters muur vol handgereedschappen. Het is zijn verzameling, maar zij leidt met plezier rond langs de karnton, de dorsvlegels, de leemklopper. 'Dit zijn een bakvat en een spintvat: inhoudsmaten. Een houten snijbonenmolen, die doet het veel beter dan zo'n moderne. Disteltrekker, dommekracht - mooie namen, hè?' Ze prevelt ze voor zich uit: '. . .bietenlichter. . . hokkenverzetter. . .'

De boerderij van Hennie en Simon Spanninga fiets ik voorbij, hopeloos achterop geraakt bij de groep. Jammer van de melkdrankjes en de Neeleman kaas. Achteraf wordt vooral de hygiëne in het bedrijf geroemd: 'Je kon er van de vloer eten.' Helaas blijkt de rijrichting gedraaid. De rest van de rit belooft tegenwind.

Nevelige zandflarden blazen in wild-weststijl door Borgercompagnie. De straat - de enige - wordt vernieuwd. Dwars door het dorp is een platte plak asfalt uitgerold die aan weerskanten zandheuvels heeft opgestuwd. Geribbelde plastic kabelbuizen steken er als grote wormen uit. Er is geen kip te zien.

Henk en Reina Weijer serveren broodjes gerookte paling. Hun tweede tak was qua investering vergelijkbaar met een kippen- of varkensschuur. Het jaarlijkse startkapitaal van hun palingkwekerij is dertig kilo glas-aal uit de Sargassozee, in het voorjaar gevangen in het Nauw van Calais. Anderhalf jaar is een aaltje bezig volwassen paling te worden. Intussen kan er veel misgaan, en daar haal je geen veearts bij. Vandaar dat we slechts door ramen naar de wriemelmassa mogen kijken. Van een handje in het water, zegt Weijer, krijgt de aal al stress. 'Vreten ze meteen twee dagen niet.'

De dressuur-demonstratie in manege Van Hoorn is al een uur voorbij. Zo meteen komt al de volgende groep. Niet op de fiets, maar in twee huifkarren: het personeelscabaret van Akzo Nobel heeft een uitje. Ook al val ik in mijn eentje binnen, toch wordt een dampend hertepasteitje opgediend. De wilde reeën in de buurt zijn wegens een teveel op het menu gezet.

Het blijft een dag van beetjes proeven en ruiken. De Franse tuin van borg Welgelegen en de koepelkerk uit 1653 bewaar ik voor later. Het loopt tegen zevenen, bij Edzes zitten ze natuurlijk al aan de barbecue. Maar ik weet wat me te doen staat als ik de trein mis. Dat is me onderweg met een brede armzwaai beloofd: 'Dan kom je hier maar slapen.'

Het Compagniester Banket kost op 10 juni, 8 juli en 12 augustus ¿ 120 per persoon (inclusief fietshuur). Een 'klein' banket op 15 juli en 19 augustus kost ¿ 60. Inlichtingen: 05980-97145.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden