Proefforel vervangt de lab-rat

Wetenschappers willen voor onderzoek muizen vervangen door forellen. In het februarinummer van het tijdschrift Food and Chemical Toxicology breken onderzoekers van het Linus Pauling Institute in Oregon een lans voor een andere manier om uit te zoeken of een stof kankerverwekkend is: door meer proefdieren te gebruiken, maar die niet zijn gefokt in een kooitje maar in een aquarium.

RIK NIJLAND

AMSTERDAM - Om hun punt kracht bij te zetten, presenteren ze een onderzoek naar de invloed van de groene plantenkleurstof chlorofyl op het ontstaan van kanker. Bij een lage, realistische dosis van een carcinogene stof heeft chlorofyl, zoals al werd vermoed, een remmende invloed op het ontstaan van tumoren. Bij een extreem hoge dosering van datzelfde carcinogeen slaat de werking van het chlorofyl om. Dan wordt het juist een aanjager van de tumorvorming. Kosten van dit onderzoek: ruim 13 duizend regenboogforellen.

De onderzoekers gebruiken dit voorbeeld om een fundamenteel probleem bloot te leggen bij carcinogeniteitsstudies: er worden onrealistisch hoge doses van de te onderzoeken stof gebruikt bij een te gering aantal proefdieren.

Vervolgens wordt aangenomen dat bij lagere doses proportioneel hetzelfde effect zal optreden. 'Studies met knaagdieren zijn duur, waardoor het noodzakelijk is om met weinig dieren - vaak enkele tientallen of honderden - en hoge doses te werken', zo schrijven de Amerikanen.

Dat probleem wordt in Oregon omzeild door de regenboogforel in te zetten, net als de muis of de rat een prima modelorganisme voor de mens, zo betogen de onderzoekers. Bij een klassieke uitvoering van hun onderzoek, concluderen de Amerikanen, zou chlorofyl nu te boek staan als gevaar voor de mensheid. 'Experimenten met vissen zijn zo'n twintig keer goedkoper én wetenschappelijk gezien betrouwbaarder.'

Wat te kort door de bocht, oordeelt Ruud Woutersen van TNO Innovation for Life en hoogleraar translationele toxicologie bij Wageningen Universiteit. 'Er zit zeker een kern van waarheid in de kritiek', aldus Woutersen. 'Vooral in het verleden zijn proeven gedaan met heel hoge doses. Zo zijn kunstmatige zoetstoffen als cyclamaat en sacharine in de VS verboden geweest nadat proefdieren urineblaastumoren ontwikkelden met voer dat voor 20 procent uit cyclamaten bestond. Dat is natuurlijk buiten proportie; daar kan het lichaam fysiologisch niet mee omgaan. Nu gaan we met voedingsadditieven niet verder dan maximaal 5 procent in het voer.'

Om een statistisch betrouwbaar resultaat krijgen, moet met relatief hoge doses worden gewerkt om het aantal proefdieren en de kosten binnen de perken houden, beaamt hij. Toch ziet Woutersen ook zwakke punten in de Amerikaanse redenering. 'De onderzoekers zeggen wel dat hun resultaten naar de mens zijn te vertalen, maar dat is volgens mij nog allerminst aangetoond. Uiteraard is dat van groot belang. Ook muizen en ratten hebben hun beperkingen als model voor de mens; van die vis moeten we dus eerst veel meer weten.'

Bovendien maakt hij zich zorgen over het aantal benodigde proefdieren. 'Een vis is misschien minder aaibaar dan een witte rat, maar ook daarmee moet je zo zorgvuldig mogelijk omgaan.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden