Producten van een goddelijke kracht

Er klopt maar weinig van het kleine manneke dat in de vitrine van het Zoölogisch Museum in Amsterdam staat. De ribben van zijn skelet lijken door elkaar te zijn gerammeld: ze wijzen vrijwel allemaal de verkeerde richting uit....

Eric Hendriks

Mensen die scheef liepen, staan er ook, skeletten van patiënten die bijvoorbeeld aan de botziekte scoliose leden. Er is een misgeboorte zonder hersens (acranie), in alcohol bewaard. Een kalf is zo misvormd dat de kop tussen de achterpoten zit en de ribbenkast het hoogste punt vormt. En er zijn beesten in alcohol met één oog, een geitje met een dubbele kop, een cavia met één kop, maar twee lichamen, en een katje met twee lichamen, één kop, maar twee gezichten.

'Zielig', zegt een meisje dat is komen kijken naar de expositie De collectie Vrolik - Van voor het leven tot na de dood, die in het museum, in Artis, wordt gehouden. Toch zijn de afwijkingen zeker niet de hoofdmoot van deze tentoonstelling. Meer dan 125 objecten zijn er te zien: schedels, skeletten en preparaten, bijeengebracht door vader en zoon Gerard en Willem Vrolik.

Zij leven in een tijd waarin de biologie zich langzaamaan als aparte wetenschap gaat manifesteren. Gerard Vrolik (1775-1857) is een nog vrij universeel geleerde: hoogleraar plantkunde, anatomie, fysiologie en verloskunde aan de Athenaeum Illustre, de voorloper van de Universiteit van Amsterdam. Willem (1801-1863) wordt ook hoogleraar aan het Athenaeum, maar met al een nauwere leeropdracht: anatomie, fysiologie en natuurlijke historie.

Wat beide heren gemeen hebben, is hun ongebreidelde verzamelwoede. In vader Gerards deftige huis aan de Amstel ontstaat langzamerhand een collectie van ruim vijfduizend dierlijke en menselijke objecten, aangereikt door behulpzame kennissen uit de hele wereld en overal op de wereld bekend en geroemd.

Na Willems dood in 1863 wordt de verzameling gesplitst: het dierkundig materiaal komt uiteindelijk in het Zoölogisch Museum van de universiteit; de menselijke resten komen na omzwervingen in het Academisch Medisch Centrum terecht. Voor het eerst sinds 135 jaar zijn delen ervan weer samengevoegd.

Waartoe diende die verzameldrang? Vooral ter bevrediging van de grote wetenschappelijke nieuwsgierigheid van de Vroliks. Zij breken zich het hoofd over kwesties die vele geleerden in die tijd bezighouden. Linnaeus moge de soorten hebben geclassificeerd en benoemd, er blijven vragen als: waar komen die soorten vandaan en volgens welke wetten ontwikkelen ze zich.

Er is een opvatting die vooral Willem Vrolik beïnvloedt: de teleologische visie. Het leven, zo leert deze stroming, ontstaat en ontwikkelt zich als resultaat van een goddelijke kracht: de 'vormkracht'. Deze dicteert de functie van de onderdelen van mens en dier, zoals de scherpe klauwen en snavel van de roofvogel, maar ook de samenwerking van al die onderdelen tot één organisme. Uiteindelijk dient die kracht de instandhouding van de levende natuur als geheel.

Die vormkracht moge goddelijk en dus niet kenbaar zijn, de manier waarop ze haar 'doel' bereikt - een zeer gevarieerde natuur met soorten die elkaar in evenwicht houden - kan wel degelijk wetenschappelijk worden bestudeerd, vinden de Vroliks. Misvormingen bijvoorbeeld, zijn het resultaat van te weinig vormkracht (ontbrekende of veel te kleine organen) of een teveel daaraan (veel te grote organen). Studie ervan kan misschien ophelderen waar en waarom het af en toe fout gaat met de vorming van bepaalde organismen. En onderzoek aan 'gezonde' objecten kan de normale gang van zaken belichten.

De zweverige grondslag ten spijt, leveren de studies van de Vroliks wel degelijk waardevolle gegevens op. Bijvoorbeeld de ontdekking van de ziekte die naar hen is genoemd. Of het feit dat misvorming geen kwestie van gebrekkige of afwezige zenuwen is, zoals vaak werd gedacht. Of dat metingen aan menselijke schedels de cultuurverschillen tussen de volkeren niet kunnen verklaren.

Toch beslaan die schedels een hele vitrinekast op de expositie. Er ligt onder meer het hoofd van een 'wilde' Dayak van Borneo, van een opstandige Javaanse prins en van een Rus - 'achterhoofd breed en rond'. Andere kasten bevatten skeletten van gezonde dieren - in één vitrine staan uitsluitend apen. Er is een kast met harten en strottenhoofden en een mooi uitgelichte wand vol heupbeenderen. Het is, samen met de tientallen alcoholpreparaten, voor de bezoeker aan Artis zeker een ommetje waard. Al moet hij daarbij het gebrek aan bewegwijzering - de expositieruimte ligt verscholen achterin het aquariumgebouw van de dierentuin - voor lief nemen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden