Proces in hbo belangrijker dan goede les

Veel extra geld vloeide de afgelopen decennia niet naar het onderwijs zelf, maar vergrootte de bureaucratie. Vooral de uitholling van het beroep van docent in het hbo baart Presley Bergen zorgen....

Onlangs sloeg de Onderwijsraad alarm. Vrijwel al Ohet extra geld dat de afgelopen twintig jaar voor onderwijs was bestemd, ging op aan window dressing en bureaucratie. Over de gevolgen die dit heeft gehad voor het niveau en de kwaliteit van het onderwijs, heeft merkwaardig genoeg niemand het. Het zou waarschijnlijk tot pijnlijke conclusies leiden.

Wat is er precies gebeurd? Laten we beginnen bij de docent zelf, degene die verantwoordelijk is voor het 'primaire proces'. Vijfentwintig jaar geleden ontliepen de salarissen van een Tweede Kamerlid en een hogeschooldocent elkaar niet veel. Nu verdient een docent gemiddeld minder dan de helft van dat wat een Kamerlid ontvangt. Is het niveau of de kwaliteit van een docent zo gedaald dat een dergelijke beloning gerechtvaardigd is?

Veel hbo-opleidingen nemen nauwelijks nog vakdocenten in dienst. Ervaren docenten worden vervangen door goedkoop personeel met prachtige namen als 'groep/studiebegeleider', 'instructeur', zij-instromer, en wat dies meer zij. Dat betekent veel korte contracten, geen continuit in het onderwijs en dus geen niveau, geen kwaliteit. Het proces 'begeleiden' staat immers voorop, de vakinhoud is minder relevant.

Dit alles mag van de overheid, want het hbo is de enige vorm van onderwijs in Nederland waar je van de overheid les mag geven zonder dat je hoeft te bewijzen dat je vakinhoudelijk bevoegd of bekwaam bent. Docenten kunnen dat aan hun buitenlandse collega's niet uitleggen. Gelukkig stelt een aantal hogescholen nog eisen aan docenten, maar dit aantal neemt zienderogen af.

Van 1998 tot en met 2002 is het aantal studenten gestegen met 12 procent terwijl het aantal begeleiders slechts met 4 procent toenam. De student/docent-ratio is gestegen van 22 naar 23,8 zegt men. In werkelijkheid is in vijftien jaar tijd de ratio gestegen van op vijftien naar soms op veertig. Een groot aantal docenten zit namelijk in ontwikkelteams om steeds weer de ideevan besturen en directies uit te voeren , in marketinggroepen, kwaliteitsteams, ondersteunende managementteams, et cetera. Ze houden zich niet bezig met het primaire proces maar zijn bezig de etalage in te richten. De verhouding student/docent is daarom misleidend omdat het iets zegt over het aantal fte's (docentbanen) in relatie tot het aantal studenten, maar niets over het aantal groepen dat een docent voorgeschoteld krijgt.

Een docent werkt 1659 uur per jaar. Als het aantal lesuren per groep wordt geminimaliseerd, wat al jaren gebeurt, betekent dat eenvoudig dat een docent per week aan meer groepen meer colleges moet geven. Dat een hbo-docent gemiddeld bijna drie keer zoveel colleges per week geeft vergeleken met tien jaar geleden, is makkelijk te bewijzen. Tegelijkertijd daalt het aantal contacturen voor de studenten. Tel uit je winst. Dat deze ontwikkeling noch het niveau noch de kwaliteit van het onderwijs ten goede is gekomen, begrijpt zelfs een kind.

Maar waar blijven de studenten met hun kritiek? Studenten zwijgen in alle talen. Ze moeten immers werken; studeren doen ze er maar bij, lijkt het. Ze zijn allang blij als ze een voldoende halen en hebben geen behoefte aan openlijke kritiek op het systeem.

Op veel scholen wordt bijna uitsluitend in groepen gewerkt. Dat is goedkoper. De groep krijgt een groepsbeoordeling, wat betekent dat de beste van de groep het cijfer bepaalt. De rest lift jaar in jaar uit mee, leert nauwelijks iets, maar krijgt uiteindelijk ook een hbodiploma.

Toch komt iedere docent dagelijks studenten tegen die klagen over het niveau. En af en toe maakt er werk van. Zo is op het internet (home.hccnet.nl/a.van.nimwegen/introductie.htm) een scriptie te vinden waarin een, zeer kritische, student gehakt maakt van zijn opleiding. Deze scriptie zou model kunnen staan voor veel hbo-opleidingen.

Er is de laatste twintig jaar geen geld naar het onderwijs zelf gegaan, maar er juist aan onttrokken. Minder docenten, veel goedkope begeleiders, meer studenten, voor studenten minder contacturen en uitgeklede programma's.

De Onderwijsraad is de eerste instelling die het waagt uitspraken te doen over de besteding van gelden. Dat is bewonderenswaardig. Maar over de gevolgen voor het hbo zwijgt men. Let wel, de meeste hogescholen leveren wel degelijk kwaliteit, maar de vraag is: van welk niveau? Want het gaat in eerste instantie niet om de kwaliteit maar om het niveau.

Mijn zoon van 11 jaar is best in staat een auto van de beste kwaliteit hardhout te bouwen. Maar het voertuigje zal niet het niveau hebben om deel te nemen aan het verkeer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden