Problemen problemelingen en een koningin koninges

Vertel Medea vertel van Pauline Mol door Theater Artemis. Regie: Jos van Kan. Vanaf 10 jaar. In: Theater De Prekerspoort, Den Bosch....

B is A in Bubbels van Willy Thomas door Dito Dito. Vanaf 7 jaar. In: Brakke Grond, Amsterdam. Tournee.

Een Griekse tragedie voor kinderen bewerken lijkt een ondoenlijk waagstuk. Wat moet een kind met het geklaag van de Perzen of de gruwelijke kindermoord van Medea? Toch koos schrijfster Pauline Mol juist dit laatste verhaal als basis voor Vertel Medea vertel. Bij haar is het een klassiek echtscheidingsdrama, benaderd vanuit het standpunt van Medea's twee zonen.

Mol is vertrouwd met de klassieken, eerder bewerkte ze Ifigeneia, ook van Euripides en ook toen keken we naar de gebeurtenissen door de ogen van het meisje. De schrijfster hanteert eenvoudige, poëtische taal, terwijl ze de mythe intact laat en toont hoe kinderen zich staande houden terwijl het huwelijk van hun ouders stukloopt en ze daar de consequenties van moeten dragen.

In korte, staccato zinnetjes horen we de voorgeschiedenis. Jason en Medea zijn dol op elkaar, Ben jij van mij? vraagt Jason. Voor jou. Voor altijd en eeuwig is haar antwoord. Met huid en haar levert ze zich uit, maar aan hem vreet de ambitie en tenslotte besluit hij een koningsdochter te trouwen om zich te verzekeren van de troon.

De afloop is bekend: Medea vermoordt niet alleen Jasons nieuwe vrouw, maar zet ook het mes in haar twee jongetjes om de man die haar heeft verraden net zoveel pijn te bezorgen als zij zelf heeft geleden. Pauline Mol zwakt die gruwelijke moord nauwelijks af, ze geeft alleen de slachtoffers de kans naar de reden te vragen.

De voorstelling schiet heen en weer tussen de vrolijke, onbezorgde tijd als de jongens nog springlevend zijn en later, als de moord eenmaal is voltrokken. Vanuit de schemertoestand van hun dood roepen de twee kinderen hun moeder ter verantwoording, ze zitten boordevol vragen. Waarom heeft zij hen gedood? Dat doet een moeder niet?

Het is dan duister op het toneel, de kinderen verkeren 'aan gene zijde'. Bij zo'n keuze loert onmiddellijk het gevaar van zweverigheid, maar daarvan is gelukkig geen sprake. Dood of levend, de twee jongens, Hans Drijver en Hans Somers, bedienen zich van echte kindertaal, geestig, vol nuchtere vragen en onverwachte wendingen.

Jos van Kan regisseerde de spelers voorbeeldig in een mooi, strak decor en een aankleding met verwijzingen naar de klassieke oudheid. Twee grote tuimelstenen dienen als zetel, als schommel en tenslotte als doodsbed waarop de jongens hun doodssteek ondergaan.

Die strakheid zit ook in de taal. Over het hoofd van de twee kinderen heen schiet het paar vurige woorden op elkaar af: Jouw hart is geen hart, dat is een afgrond zegt Jason. Folmer Overdiep overtuigt in zijn volharding dat zijn nieuwe huwelijk voor ieders bestwil is. Ook de wanhoop van de jongens die niet weten aan wie van de twee ze loyaal moeten zijn, is helder en onsentimenteel verbeeld.

Manon Nieuweboer speelt Medea formidabel hoewel we nauwelijks de kans krijgen met haar mee te leven. Haar roerselen worden ons wel verteld, maar teveel als mededeling, waardoor ontroering uitblijft. Die is er wel zodra de twee kinderen aan bod komen en als ze tot slot tegen elkaar zeggen Ik wil nog wel een keer jouw broer worden kan ook het publiek zich verzoenen met hun dood.

Het is een prachtige voorstelling die behoort tot het beste wat er dit seizoen aan jeugdtheater is gemaakt. Pauline Mol hoort bij de top van het Nederlandse schrijftalent dat zich inzet voor toneel. In Jos van Kan heeft ze een regisseur gevonden die precies het evenwicht treft tussen lichtvoetigheid en ernst waar haar teksten om vragen.

In B = A in Bubbels draait het om macht. A is de baas over B want A kan spreken en B (nog) niet. Maar B doet weer andere dingen die geen ander mens kan: ze ruikt een regenbui uren van tevoren en voelt het onweer. Zodra B leert spreken en met de mensenwereld mee gaat doen, ontstaan de problemen. A wil nummer één blijven, de A komt immers voor de B?

B is de vrouwelijke evenknie van Kaspar Hauser, het symbool van de ongeschonden wilde die opgroeide buiten onze beschaving. Op dat beroemde verhaal baseerde de Vlaamse theatermaker Willy Thomas zijn tekst en hij construeerde een kinderlijk brabbeltaaltje waarin problemen problemelingen zijn en een koningin koninges heet.

Thomas hield net genoeg contact met normaal spraakgebruik om die zinnetjes voor kinderen verstaanbaar te houden. Die vernuftige taal is het aantrekkelijkste van het stuk, maar in de opbouw mankeert het aan spanning. Vijf jaar geleden ensceneerde Guy Cassiers de tekst in een betoverend decor waardoor hij de tekortkomingen maskeerde. Nu die visuele bekoring ontbreekt, worden de feilen zichtbaar.

De actrices dachten het zonder regisseur te kunnen stellen en dat is een misvatting. Ze staan op een kaal toneel tussen honderden wandelstokken en al snatert en kwettert er af en toe een figurerende fagottiste met ze mee, gaandeweg ontaardt het spel in een statische conference. De woordspelingen verrassen niet meer en de fantasie wordt eerder ontmoedigd dan gestimuleerd.

Marian Buijs

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden