Probleemwijk moet worden ontloederd

Dinsdag opende de Volkskrant met de kop: 'Aanpak van Vogelaarwijken mislukt', naar aanleiding van het verschijnen van de nota Werk aan de Wijk van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Gisteren bevatte de Volkskrant twee stukken waarin naar aanleiding van dit rapport radicaal tegenovergestelde conclusies werden getrokken. Wilma de Rek zag op pagina 2 de conclusie van het rapport dat de extra investeringen in de probleemwijken nauwelijks iets hebben opgeleverd als onderbouwing voor haar stelling, ontleend aan uitspraken van hoogleraar bestuurskunde Paul Frissen, dat niets doen het beste is. We moeten ons met die probleemwijken niet bemoeien. 'Dat kan alleen als we aanvaarden dat van dat nietsdoen het gevolg is dat er in de wereld ongelijkheid is; dat er verschil zal ontstaan.'

Het is de omarming van het oude, 18de-eeuwse laisser faire: we moeten alles op zijn beloop laten, de overheid moet zich met zo min mogelijk bemoeien. Raoul du Pré zag het in het commentaar totaal anders. Volgens hem is de aanpak van probleemwijken een proces van lange adem en is het veel te vroeg om de conclusie te trekken dat extra investeringen niet helpen. In ieder geval is verder verval voorkomen. Eerder heeft de overheid te weinig gedaan. 'Zonder inmenging van de overheid zal het er in elk geval niet beter op worden.' Hoewel ik de conclusie van Du Pré deel, ben ik het met de analyse van beide auteurs oneens. Geen van beiden wijdt een woord aan de oorzaak van de verloedering van de meestal oude wijken in de grotere steden.

Voor mij bevatte het SCP-rapport weinig nieuws. In eerdere columns heb ik voorspeld dat de aanpak van de Vogelaarwijken niet houdbaar zou zijn zou omdat slechts de symptomen van het probleem worden bestreden. In mijn boek Niemandsland schreef ik in 2009: 'We zijn voor de zoveelste keer bezig om met miljardeninvesteringen te proberen probleemwijken om te toveren in prachtwijken. Terecht wordt tegenwoordig ook aandacht gegeven aan de sociale problemen in zo'n wijk. Maar daarbij wordt het allerbelangrijkste vergeten: problemen kleven aan bewoners - en problemen aan huizen en wijken zijn daar het gevolg van. Niet andersom. (...) Over tien of vijftien jaar zal blijken dat de pracht van de meeste Vogelaarwijken weer is afgesleten en we nog steeds dezelfde probleemwijken hebben. Voor de zoveelste keer zal blijken dat we veel goed geld naar kwaad geld hebben gegooid. Zo zet telkens de ene generatie politici het gerenoveerde raam open voor de volgende generatie om het geld eruit te gooien.'

De oorzaak van het probleem is dat mensen met de laagste inkomens, dat zijn gemiddeld genomen ook de mensen met de grootste problemen, trekken naar de goedkoopste, lees: slechtste, woningen in de steden. Naarmate mensen met problemen zich concentreren doen hun problemen dat ook, met funeste gevolgen. Want problemen worden in zo'n omgeving besmettelijk.

In een straat van werklozen wordt iemand met een baan uitzonderlijk. In een straat met veel criminelen worden niet-criminelen erop aangekeken. De enige echte oplossing is te voorkomen dat die concentraties zich voordoen. Daar kunnen alleen het Rijk en de gemeenten voor zorgen. Op twee manieren. In de eerste plaats moet de concentratie van slechte huurwoningen ongedaan worden gemaakt. Dat kan door die slechte woningen te slopen en daarvoor in de plaats koopwoningen te bouwen. Daardoor vermindert het aantal mensen met lage inkomens in die wijken en neemt het aantal mensen met hogere opleiding en hogere inkomens toe. Het moet door de overheid voor kopers aantrekkelijk worden gemaakt zich in die wijken te vestigen.

Voor de mensen met lage inkomens moet elders goede huisvesting beschikbaar komen en zij moeten via huurtoeslag in staat worden gesteld duurdere woningen te betrekken in de betere wijken. Dat betekent dat het volkshuisvestingbeleid radicaal van richting zal moeten veranderen. De afgelopen twintig jaar heeft de ene 'hervorming' na de andere de woningmarkt steeds verder geliberaliseerd. Nu worden hogere inkomensgroepen middels extra huurverhogingen zelfs geprest goedkope huurwoningen te verlaten. De huurtoeslag voor mensen met lagere inkomens wordt geleidelijk afgebouwd. Naarmate de woningmarkt verder wordt geliberaliseerd, zal de concentratie van probleemgroepen in de slechtste buurten worden versneld en zal het aantal probleemwijken of de problematiek in de bestaande probleemwijken toenemen. Het voorkomen daarvan, Wilma, vereist dat de overheid zich met de volkshuisvesting blijft bemoeien.

Marcel van Dam is socioloog.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden