BESCHOUWING

Probeer maar eens weerstand te bieden aan het 'odditorium'!

Gekrompen hoofden, olifanten met twee slurfen, een Notre Dame van lucifers. Het net geopende Ripley's museum in Amsterdam doet een truc die al eeuwenoud is, en toch komen ook in 2016 hordes toeristen op deze freakshow af. Is dát niet nog veel vreemder?

Beeld van een man die zijn ogen uit zijn kassen kon laten rollen. Beeld Aurélie Geurts

Er komen veel vragen bij de toeschouwer op als hij tegenover de Matchstick Notre Dame staat, een model van de kathedraal van Chartres in Frankrijk, gemaakt van luciferhoutjes, maar de overheersende vraag is toch: hoeveel luciferhoutjes? En het antwoord is: 174 duizend. Kunstenaar-bouwer Patrick Acton, de onbetwiste koning in het rijk van de 'matchstick models', houdt zijn statistieken goed bij. Zo heeft hij eerder voor een model van de Notre Dame in Parijs 55 liter houtlijm gebruikt en als je zijn model van het International Space Station (ISS) weer uit elkaar zou halen en alle luciferhoutjes achter elkaar zou leggen, dan kom je op 14 kilometer luciferhoutjes.

Je mag het natuurlijk mooi of lelijk vinden, of een verspilling van tijd en luciferhoutjes, maar probeer maar eens weerstand te bieden aan het triviale feit. 174 duizend! Te zien in Amsterdam, in het gloednieuwe Ripley's Believe it or not-museum aan de Dam, een van de 33 Ripley's wereldwijd - die overigens niet museum worden genoemd maar 'Odditorium', waar het Engelse woord voor 'vreemd' ('odd') in zit.

De keuze voor de Dam, waar Ripley's een compleet verbouwd pand heeft ingenomen, past naadloos in het internationale adressenbestand, waar we de Odditoriums aantreffen op Fisherman's Wharf (San Francisco), Hollywood Boulevard (Los Angeles), Piccadilly Circus (Londen) en 42nd Street (New York) om een paar van de drukste plekken op de planeet te noemen. De komst van Ripley's naar Amsterdam betekent in elk geval dat in de ogen van moederbedrijf Ripley Entertainment Inc. Amsterdam een triple A-toeristenlocatie is.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Populairste Amerikaan

Het pand aan de Dam is een pakhuis vol opmerkelijke voorwerpen die niet in eerste plaats de schoonheid dienen, maar de verbazing, het ongeloof, het uitroepteken (!), met belangrijke bijrollen voor angst en walging. Het is Madame Tussauds, Torture Museum, The Amsterdam Dungeon, Body Worlds en het Sexmuseum ineen - om een paar andere Amsterdamse attracties op loopafstand te noemen: Ripley's is de moeder aller tourist traps (20 euro toegang).

Basis van de Ripley-collectie, die groot genoeg is om de 33 vestigingen van de kelder tot de nok vol te stouwen, is de verzameling van de Amerikaan Robert Ripley (1890- 1949), een man die we vandaag de dag een multimediale ondernemer zouden noemen, maar die in zijn dagen ontdekkingsreiziger (201 landen bezocht!), cartoonist, verzamelaar, radiomaker, televisiepionier en 'amateur-antropoloog' was. In 1936 werd hij door The New York Times gekozen tot 'populairste Amerikaan', vlak voor president Franklin D. Roosevelt.

De Notre Dame de Chartres van Patrick Acton is een van de vele voorwerpen in Ripley's universum die we op het eerste gezicht meteen herkennen, maar waarbij we, bij nadere bestudering, worden overvallen door het believe-it-or-notgevoel ('174 duizend lucifers'). Deze tweetrapsverbazing keert steeds terug: borstbeelden van The Beatles (van kippengaas), een levensgrote leeuw (van oude autobanden), een levensgrote Porsche (van hout), een zelfportret van Van Gogh (van tandpasta), Vermeers Meisje met de parel (van nagellak).

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

De Notre Dame van lucifershoutjes. Beeld Aurélie Geurts
De grootste man ter wereld, Robert Wadlow. Beeld Aurélie Geurts
Stuk van de Berlijnse Muur. Beeld Aurélie Geurts

Hondenhaar

'Toothpaste art'; wie heeft het dan over schoonheid? Een van de vele deelcollecties van Ripley's bestaat uit reproducties van beroemde schilderijen waarbij de kunstenaars gebruikmaken van ongewone basismaterialen. Naast de tandpasta treffen we roest, aangebrand brood, spinnenwebben en hondenhaar aan. En we zouden hier graag schrijven dat de beelden van de oude meesters overeind blijven bij elke bewerking, maar nee. Maar dan toch: hondenhaar!

We moeten het in de Amsterdamse vestiging doen met een gigantisch portret van Justin Bieber dat, heel passend, uit frisdrankblikjes bestaat, maar we zouden er wat voor over hebben gehad om het portret van Clint Eastwood te zien, dat in een andere vestiging hangt, gebaseerd op zijn rol in The Good, the Bad and the Ugly en is opgetrokken uit zesduizend lege kogelhulzen. Jeff Koons en Damian Hirst lijken misschien af en toe dichtbij, maar we staan hier niet in de 'white cube' van een kunstmuseum; het volgende voorwerp schreeuwt alweer om aandacht. Kijk, daar staan de schoenen van Carl Perkins, de King of Rockabilly, de originele Blue Suede Shoes. En daar: de toorts waarmee Muhammad Ali in 1996 het olympisch vuur van Atlanta ontstak. Gesigneerd nog wel.

De eerste verzamelingen van Ripley, nog altijd in het hart van elk Odditorium, waren gewijd aan de exotica die hij van zijn verre reizen meesleepte, menselijke afwijkingen ('human oddities') en wat hij verder onder de noemer 'spelingen der natuur' verzamelde: tweekoppige kalveren, olifanten met twee slurfen en afwijkingen die op sterk water werden gezet. In de Ripley's Shop kan als knuffel een lam met twee hoofden worden aangeschaft. Het is eigenaardig om in 2016 in het hart van de hoofdstad rond te lopen in een museum dat teruggrijpt op de tradities van de freakshows van 19de-eeuwse circussen en kermissen, waar de sensatie in de afwijking van de norm werd gevonden.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Shows

Het eerste Odditorium van Ripley opende in Chicago in 1933, als onderdeel van de World Fair en trok twee miljoen bezoekers. In de jaren daarna trokken mobiele Ripley-shows door het land. In het jaar na zijn dood (1950) werd het eerste permanente museum in Florida geopend. Een aantal vestigingen zijn in 'vreemde' gebouwen gevestigd. De vestiging in Niagra Falls lijkt op een omgevallen Empire State Building, met King Kong op het dak.

Een Van Gogh van tandpasta. Beeld Aurélie Geurts
De dikste man ter wereld, Walter Hudson. Beeld Aurélie Geurts

Gekrompen hoofden

Ripley had een bijzondere belangstelling voor wat in zijn tijd nog achteloos 'primitieve' volkeren werden genoemd. Hij reisde naar elke exotische uithoek op aarde en kwam terug met maskers, vruchtbaarheidssymbolen, peniskokers, bonte begrafeniskisten en, vooral, shrunken heads (gekrompen hoofden), die hij in Zuid-Amerika had opgepikt. Ook Amsterdam heeft een afdeling gekrompen hoofden - even voorbij de kookpot die we natuurlijk kennen als steno voor kannibalisme. Bij bepaalde stammen was het de gewoonte om het hoofd van de overwonnen vijand in gekrompen vorm mee te dragen, als trofee, in de overtuiging dat dan de geest van de vijand wegbleef. 'Ripley's heeft de grootste verzameling gekrompen hoofden ter wereld!', meldt de catalogus vrolijk. Ernaast een korte cursus: 'How to shrink a head.' Stap 5: 'Kook het hoofd ongeveer drie dagen lang.'

Dit kunnen we allemaal speels opvatten, maar het is opmerkelijk hoe deze compleet politiek incorrecte verzameling exotica, begin vorige eeuw meegekomen in de koffers van een reiziger en showman, geheel intact in de 21ste eeuw opduikt ter amusement van de zoveelste generatie toeristen op zoek naar een kick. Dat deze toeristen rondlopen met een telefoon die direct toegang biedt tot alle digitale sensatie van de wereld maakt kennelijk niet uit. Of het nu de Nachtwacht is of een van onderaf belicht gekrompen hoofd uit het Amazonegebied: het is de real thing. Er wordt een selfie gemaakt en naar huis gestuurd, met de groeten uit Amsterdam.

Een zogenoemd 'gekrompen hoofd'. Beeld Aurélie Geurts

Wetenswaardig

Ripley begon als tekenaar van cartoons. Op een Ripley-cartoon staan een drietal wetenswaardigheden die elk in een zin te vatten zijn: 'De as van schrijfster Dorothy Parker (1893-1967) lag vijftien jaar in een la op het kantoor van haar advocaat.' Met daarbij een portret van de schrijfster. Huidige tekenaar is John Graziano, met als researcher Sabrina Sieck. Charles M.Schulz, tekenaar van krantenstrip Peanuts, publiceerde zijn eerste tekening in Ripley's.

Wie was Robert Ripley?

Van huis uit was Robert Ripley een tekenaar, die elke dag eigenaardige, ongelofelijke feiten presenteerde onder - toen al - de titel Ripley's Believe It or Not!, een serie die tot de dag van vandaag doorloopt in een aantal Amerikaanse kranten. Hij maakte in 1922 zijn eerste wereldreis en begon met het opbouwen van zijn collectie.

Dat hij zijn werk serieus nam, bleek uit zijn ontmoeting met Norbert Pearlroth. Ripley zocht iemand die buitenlandse publicaties voor hem kon lezen, op zoek naar vreemde verhalen en mogelijke bestemmingen voor zijn reizen. De in Polen geboren Pearlroth sprak veertien talen. Hij werd de stille kracht achter het Ripley-imperium. Niet door de wereld over te reizen, maar door 52 jaar lang, 7 dagen per week, door te brengen in de New York Public Library. Toen hij in 1983 overleed, meldde zijn zoon aan The New York Times dat iedereen altijd dacht dat Ripley zijn kennis over de hele wereld had vergaard, 'maar die kwam al die tijd uit de grote leeszaal van de bibliotheek op Fifth Avenue en 42nd Street'.

In 1929 sloot Ripley een contract voor de landelijke verspreiding van zijn cartoons met krantenmagnaat William Randolph Hearst. Op het hoogtepunt had hij tachtig miljoen lezers. De tekeningen hadden hun bron ook steeds vaker bij lezers zelf, die foto's opstuurden van lammetjes met een extra poot of van een buitenmodel pompoen.

Een jaar later begon hij een nationale radioshow, waarvoor hij over de hele wereld opnamen maakt; zijn reizen werden door Hearst betaald. Handelsmerk van de show waren opnamen op avontuurlijke plekken: vanuit grotten, luchtballonnen of onderwater. Ripley, de man die Amerika mee op reis nam, werd een nationale bekendheid. En in 1933 opende hij in Chicago zijn eerste Odditorium. In 1948 stapte Ripley, als de pionier die hij was, over naar het nieuwe medium televisie. Meer dan dertien live shows heeft hij niet gemaakt. Tijdens opnamen raakte hij buiten westen en hij zou een jaar later op 58-jarige leeftijd aan een hartaanval overlijden.

Ripley Entertainment Inc. is 67 jaar na de dood van Ripley een groot entertainmentbedrijf in de handen van de Canadese handelsgigant Jim Pattison Group, waar ook het verwante Guinness World Records is ondergebracht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden